Sport als religie? Deelnemers weten wel beter

Rick Mourits

Op 15 juni verscheen er in Trouw een interview met de socioloog Ruud Stokvis dat nogal wat stof deed opwaaien. In dit vraaggesprek naar aanleiding van zijn onlangs verschenen boek Lege kerken, volle stadions (2014) beargumenteerde hij dat sport religie aan het vervangen is. Sport lijkt in toenemende mate verantwoordelijk te zijn voor ‘vorming, binding en zingeving’, terwijl het belang van religie ‘verschrompelt’.[i] Een opvatting die meerdere lezers niet met Stokvis deelden, omdat zij zich niet in zijn definitie van religie konden vinden.

Uit reacties blijkt dat lezers de binding en zingeving van religie en sport onvergelijkbaar achten. Brievenschrijvers beamen weliswaar dat sport een positieve verbondenheid met de omgeving kan bewerkstelligen, maar vragen zich tegelijkertijd af waarom Facebook en popconcerten niet diezelfde connectie teweeg kunnen brengen. Temeer omdat deze banden minder op competitie geschoeid zijn. Daarnaast kunnen zij het doel van sport – overwinning –, maar moeilijk rijmen met het kerkelijke streven naar compassie. Voor hen zijn deze doelen tegenstrijdig, terwijl Stokvis uitgaat van een gemeenschappelijke beschavende werking.[ii]

Het is de moeite waard om stil te staan bij deze vervreemding onder de lezers, omdat zij iets zegt over de problemen die zich voor kunnen doen bij te eenzijdig onderzoek. In dit artikel zal daarom de theorie Stokvis worden besproken aan de hand van inzichten uit andere disciplines om tot een beter begrip van religie te komen. Zodoende wordt duidelijk dat sport in vele facetten weinig met religie gemeen heeft.

Stokvis’ these
De opvatting dat religie en sport vergelijkbaar zijn, komt voort uit Stokvis’ aanname dat beide instituties onderdeel zijn van een moderniseringsproces dat moderne samenlevingen kenmerkt. Vele facetten van de samenleving ontwikkelen zich door de uitvinding van nieuwe technieken en technologieën.[iii]  Hierdoor rationaliseren ver-schillende onderdelen van de samenleving en ontstaan er nieuwe ideeën, voortgestuwd door nieuwe ontdekkingen. Religie is zodoende onderwerp van sociale veranderingen, net zoals de wetenschap, de kunst, arbeidsdeling en de staat.[iv] Religie is echter volgens de moderniseringstheorie als enige aan het uitsterven, omdat zij niet meer in staat is om antwoorden te geven die passen bij de huidige tijdgeest.[v]

Dat religie verdwijnt, betekent echter niet dat de sociale functies van religie verdwijnen. ‘Men kan er dan wel allerlei sociale functies aan toekennen, maar de mogelijkheid wordt niet uitgesloten dat die functies net zo goed door andere instituties bewerkstelligd kunnen worden’, aldus Stokvis.[vi] Dit is dan ook de hypothese van Stokvis: sport neemt de sociale functies van religie over. Kinderen worden tegenwoordig in de sport in plaats van in het geloof opgevoed, waardoor ‘vorming, binding en zingeving’ binnen een andere institutie plaats vinden.

Deze verschuiving is volgens Stokvis mogelijk, omdat religie vooral sociaal van aard is. Door gezamenlijke opvoeding en binding wordt er een wereldbeeld bijgebracht en ontstaat de positieve ‘ervaring van volheid van het leven, het gevoel één te zijn met anderen, vooruit te gaan, bekwaam en vol energie te zijn.’[vii] Sport schept enerzijds een universeel wereldbeeld, omdat kinderen leren om een gesteld doel volgens de afgesproken regels na te streven. Zij worden getraind in discipline en zelfbeheersing, en leren door het spelen van wedstrijden om samen te werken en respect te hebben voor de tegenstander. Zo wordt hen bijgebracht dat met inzet en door eerlijk spel iedereen kan slagen. Sport heeft zodoende een civiliserende werking die superieur is aan de religie, omdat zij geen onderscheid maakt naar geloofsovertuiging. Religieuze groeperingen nemen doorgaans alleen mensen in de gelederen op die eenzelfde geloofsovertuiging aanhangen, waardoor immigranten zonder een katholieke of protestantse achtergrond moeilijker in Nederland kunnen integreren. Deze immigranten kunnen gemakkelijker binnen sportverenigingen integreren, omdat de religieuze splijtzwam daar niet bestaat.

Anderzijds kan sport voor een positieve identiteit zorgen door actieve of passieve deelname. Een gedeelde sociale ervaring is waar religie volgens Stokvis om draait. Het WK was zodoende een positieve, gedeelde ervaring voor zowel de feestvierende Nederlanders achter de buis, als de Oranjespelers die in ‘een flow’ geraakten. Een overwinning zorgt ervoor dat men zich tijdig superieur kan voelen, terwijl een nederlaag een reden is voor sportieve revanche. Deze tijdig houdbare en daarom continu veranderende uitslagen vormen een sociale identiteit.

Vorming
Stokvis’ these is gebaseerd op veelgebruikte en gangbare sociologische theorieën die hij  onderbouwt met bronnenonderzoek. Desondanks riep het interview in Trouw veel weerstand op. Hoe kan dit?

Het eerste probleem van Stokvis’ onderzoek is dat het te veel uitgaat van wat beleidsmakers van religie en sport vinden, en zich te weinig verplaatst in de beleving van de deelnemers. Stokvis heeft voor zijn boek namelijk alleen gekeken naar documenten die door bisschoppen, sportkoepels of overheidsorganen zijn gepubliceerd. Deze documenten hameren over het algemeen vrij veel op het belang van moraal, terwijl deze belevenis niet per se bij de gelovigen aanwezig hoeft te zijn. De brievenschrijvers herkennen zich in ieder geval niet in het beeld dat door Stokvis wordt geschetst. Dit komt waarschijnlijk doordat Stokvis benadrukt dat sport door deel- en waarnemers vooral in termen van ethiek wordt gewaardeerd en niet in termen van esthetiek. Weliswaar worden dieptepunten vaak door spelbederf gekenmerkt, maar hoogtepunten worden vooral gewaardeerd om hun uniciteit en schoonheid. Sport is daarmee volgens velen niet enkel een vormend instituut, maar vooral gericht op prestatie.

Ten tweede wordt de invloed van sport overschat. Dit wijst zich als we kijken naar het wereldtoneel. Waar religies een reden zijn om de wetgeving of de staatsvorm te veranderen, is dit bij sport zelden het geval. Weliswaar was er binnen Ajax een strijd om de te varen koers, maar die is moeilijk te vergelijken met de strijd die bijvoorbeeld in Afghanistan, Egypte en Irak woedt over de religieuze ziel van de staat. Ter illustratie, ik heb ook nog nooit landen actief oude sporten zien uitroeien om nieuwe sporten te promoten. Als sporten worden uitgebannen, is dit eerder om religieuze redenen. Dit wijst erop dat religie en sport op gespannen voet kunnen staan, maar bewijst nog niet dat religie en sport een zelfde vormende functie hebben.

Binding
Dat sport niet de vormende functie van religie overneemt, betekent niet dat sport de bindende functie van religie niet kan vervangen. De stelling dat sport een nieuwe ontmoetingsplaats is, is op zich niet zo gek. Waar vroeger een kerk het ontmoetingscentrum van de buurt was, neemt tegenwoordig een sportclub vaker deze plek in. Deze vergelijking is echter zinloos als niet wordt ingegaan op de aard van het contact dat daar plaats vindt.

De sportvereniging lijkt in tegenstelling tot de kerk met name een ontmoetingsplaats voor mannen te zijn. Hoewel mannen en vrouwen over het algemeen even vaak sporten en even vaak lid zijn van een sportvereniging, sporten mannen vaker in teamverband: 26% tegenover 13%. Dit verschil komt vooral voort uit het veldvoetbal: 20% van de mannen voetbalt en slechts 6% van de vrouwen. De sociale functie van sport lijkt daarmee geslachtsafhankelijk te zijn en sterker te zijn voor mannen dan vrouwen.[viii]

Stokvis veronderstelt dat contacten die binnen een sportvereniging plaatsvinden een bron zullen zijn voor interetnisch contact. Onderzoek van Ruud van der Meulen wijst echter uit dat buiten voetbal alle takken van sport een onevenwichtige samenstelling kennen qua etniciteit. Bij veel sporten zijn autochtonen ruim oververtegenwoordigd en met name bij het schaatsen, wielrennen en wandelen. Allochtonen kiezen daarentegen vaker voor honkbal en basketbal.[ix]  De sport kent zodoende een tweedeling naar etniciteit, al is deze minder rigide dan de tweedeling die op het religieuze vlak tussen niet-westerse allochtonen en autochtonen bestaat. Sport brengt etnische groepen samen die door religie gescheiden zouden kunnen worden, bijvoorbeeld door moskees en migrantenkerken.

Het relatief vaak samen sporten van mensen met verschillende etnische achtergronden betekent echter niet dat sport het middel is om alle sociale groepen met elkaar in contact te brengen. Veel sporten faciliteren weinig contact tussen hoog- en laagopgeleiden, terwijl hoog- en laagopgeleiden elkaar in de kerk juist wel tegenkwamen. Weliswaar zijn er positieve uitzonderingen op de regel – tennis, turnen, zwemmen en (wederom) veldvoetbal –, de teneur blijft toch dat sport sociale strata scheidt.[x] Hierdoor verwijdert de sport een oude sociale barrière, om een nieuwe op te werpen. Het is daarom van belang om de positieve, verbindende effecten van sport niet te overschatten.

Zingeving
Waar Stokvis tot nu toe vooral nuances miste, gaat hij wat betreft zingeving de mist in. Dit komt doordat hij Durkheims functionele definitie van cultuur hanteert: ‘Het gevoel deel uit te maken van iets dat groter is dan zijzelf.’ Deze definitie maakt het mogelijk om bijna alles te zien als een religie: bijvoorbeeld voetbalrellen, concerten en grote sportwedstrijden. Binnen religiestudies is dankbaar van deze definitie gebruik gemaakt om de beleving bij de genoemde fenomenen beter te kunnen begrijpen. Tegelijkertijd schiet Durkheims definitie in de ogen van meerdere religiewetenschappers tekort om de aard van religie te kunnen omschrijven, omdat zij de genoemde fenomenen niet als religieus van aard beschouwen. Zij gebruiken de definitie daarom nadrukkelijk niet om het essentiële idee van religie bloot te leggen.

De meest gangbare definitie van de zin/kern van religie is dat zin bestaat in het beantwoorden van contingentievragen, die ook wel bekend staan als waaromvragen. Deze vragen gaan in op het leed dat mensen treft en waarmee ze moeten omgaan. Pijn, smart en sterfelijkheid zijn onvermijdelijk in deze wereld, maar zijn moeilijk om te bevatten en te accepteren. Velen vragen zich daarom af waarom wij en anderen moeten lijden en sterven. Ieders levensvreugde is soms slachtoffer van deze onderdelen van het leven en de functie van religie is om het verband tussen menselijk handelen en pijn en overlijden te leggen.[xi] Religie is zodoende geen goednieuwsshow, zoals Stokvis beweert, maar een manier om het negatieve in de wereld een plaats te kunnen geven.

De vraag is echter in hoeverre sport een antwoord geeft op deze levensvragen. Het geeft weinig soelaas bij menselijk lijden, omdat alles wat men overkomt de verdienste is van inzet, discipline en talent. Wanneer men iets niet krijgt, komt dit dus doordat men er niet goed genoeg voor is. Een tamelijk fascistische gedachte. Bovendien, welke invulling kan sport geven aan redenen voor menselijk overlijden? Op dit moment zijn er ceremonieën binnen de sport waarbij met een rouwband wordt gespeeld, een minuut stilte wordt gehouden of geklapt wordt voor de doden. Deze rituele handelingen bieden enige steun voor naasten, maar wat geeft het voor verklaring van het overlijden en persoonlijke leed dat de naasten eraan overhouden?

Conclusie
Dat meerdere mensen de vergelijking tussen religie en sport moeilijk kunnen maken, komt doordat Stokvis een ongelukkig gekozen definitie van religie hanteert. Dit is waarschijnlijk gebeurd, omdat Stokvis documenten analyseert die zijn vervaardigd door bisschoppen en overheidsorganen, terwijl de opvattingen van individuele kerkgangers en sporters onbelicht blijven. Hierdoor kijkt de socioloog niet verder dan de sociale functies van religie, terwijl zij toch echt een individuele functie heeft op het gebied van zingeving. Dit verklaart waarom in alle ingestuurde reacties naar voren kwam dat de auteurs wel snapten dat er door zowel religie als sport een sociale binding ontstaat tussen mensen, maar dat zij tegelijkertijd de vergelijking op andere vlakken niet konden leggen.

Sport kan misschien een sociale opvolger zijn van religie, maar is zeker geen vervanging van de religie. De nieuwe sociale banden zijn daarvoor te anders. Op het gebied van zingeving kan sport bovendien geen antwoord geven op vragen over waarom wij lijden en overlijden. Zodoende overschat Stokvis de positieve werking van sport schromelijk. Desondanks wijst hij op een belangrijke ontwikkeling die nu plaats vindt: de slinkende rol van religie in ‘vorming, binding en zingeving’ die onder andere een herwaardering van de sociale functie van sport tot gevolg heeft. Een breder opgezet onderzoek naar welke instituties welke sociale functies van religie overnemen, was daarom interessanter geweest.

Rick Mourits (1986) is promovendus bij de sectie Economische, sociale en demografische geschiedenis van de Radboud Universiteit Nijmegen.


[i] G. Kleinjan, ‘Voetbal is eigenlijk een moderne vorm van religie’, Trouw (15 juni 2014) online beschikbaar via: http://www.trouw.nl/tr/nl/5091/Religie/article/detail/3672334/2014/06/15/Voetbal-is-eigenlijk-een-moderne-vorm-van-religie.dhtml (geraadpleegd 27 augustus 2014).

[ii] S. Ephimenco, ‘Religie en sport, de overeenkomsten zijn schaars’, Trouw (17 juni 2014) online beschikbaar via: http://www.trouw.nl/tr/nl/6849/Sylvain-Ephimenco/
article/detail/3673667/2014/06/17/Religie-en-sport-de-overeenkomsten-zijn-schaars.dhtml
(geraadpleegd 27 augustus 2014); M. Elling, ‘Vergelijking stadion met kerk is onzin’, Trouw (18 juni 2014) online beschikbaar via: http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/archief/article/detail/3674190/2014/06/18/Vergelijking-stadion-met-kerk-is-onzin.dhtml (geraadpleegd 27 augustus); W. van Beek, ‘Sport en religie zijn echt verschillend’, Trouw (19 juni 2014) online beschikbaar via: http://www.trouw.nl/
tr/nl/31180/WK2014/article/detail/3675036/2014/06/19/Sport-en-religie-zijn-echt-verschillend.dhtml
(geraadpleegd op 27 augustus 2014).

[iii] M. Weber, ‘Gesammelte Aufsätze zur Religionssoziologie’ in: Idem, Max Weber Schriften zur Soziologie (Stuttgart 2005).

[iv] W.C. Ultee, W.A. Arts & H.D. Flap, Sociologie: Vragen, Uitspraken, Bevindingen. Groningen 2003) 175-177.

[v] Kleinjan, Voetbal is eigenlijk een moderne vorm van religie.

[vi] R. Stokvis, Lege kerken, volle stadions: Sport en de sociale functies van religie (Amsterdam 2014) 23.

[vii] Stokvis, Lege kerken, volle stadions, 181.

[viii] Actieve sportparticipatie solosporten, duosporten en teamsporten in 2007 naar geslacht, CBS Statline (2014) online beschikbaar via: http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/
?DM=SLNL&PA=80909NED&D1=1-29,31-32&D2=
a&D3=0-7&D4=l&HDR=T&STB=G1,G2,G3&VW=T
(geraadpleegd op 22 augustus 2014).

[ix] R. van der Meulen, Brug over woelig water: lidmaatschap van sportverenigingen, vriendschappen, kennissenkringen en veralgemeend vertrouwen (Utrecht 2007).

[x] R. van der Meulen, S. Ruiter, & W. Ultee, ‘Bowling apart? Vier vragen over Nederlandse sportclubs en de omgang tussen arm en rijk’, Mens & Maatschappij 80(2005) 197-219.

[xi] Zie bijvoorbeeld: E. Borgman, ‘Het heden in de ruimte van wat komt’, in: Idem, Metamorfosen. Over religie en moderne cultuur (Kampen 2006); P.J.C.L. van der Velde, ‘Aspecten van leed, karma en dharma in Hindoeïsme en Boeddhisme’, in: J.P. Wils, Pijn en Lijden (Budel 1998).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>