Radicalisme: hét fundament voor geweld?

Daan Weggemans

Het aantal onderzoeken naar de oorzaken van terrorisme hebben de afgelopen decennia een grote vlucht genomen.[1] Centraal staat vaak de vraag: waarom wenden bepaalde personen zich tot extremisme en terrorisme? Na de bomaanslagen in Madrid (2004) en London (2005) ontwikkelde ‘radicalisering’ zich snel tot een centraal concept voor diegenen die zich bezig hielden met deze vraag. De wortels zouden te herleiden zijn wanneer we aandacht zouden besteden aan de radicalisering van de daders.

De focus kwam steeds vaker te liggen op de factoren waaraan kwetsbare individuen, die zich richting extremisme hebben ontwikkeld, hebben blootgestaan. Met een groot aantal mogelijke verklarende variabelen tot gevolg. Zoals Alex Schmid stelt ‘the more researchers tried to find individual variables […] the more they found’.[2] Eén van de kritieken was echter dat in de praktijk het proces van gewelddadige radicalisering werd gereduceerd tot een religieuze of ideologische aangelegenheid waarbij toenemende religiositeit impliciet een stap richting geweld zou betekenen. Radicalisering binnen beleid werd daarom niet altijd positief ontvangen. Zo stelt Arun Kundnani:

The concept of radicalisation has led to the construction of Muslim populations as ‘suspect communities’, civil rights abuses and a damaging failure to understand the nature of the political conflicts governments are involved in.[3]

Faiza Patel geeft het voorbeeld van een FBI agent die verklaarde dat ‘he was sent to mosques to find out what the Muslim community was saying and doing rather than to uncover particular criminal or terrorist activity.’[4]

Ook na de aanslag in het Britse Woolwich van 22 mei 2013, waar een militair een om het leven werd gebracht met een machete , verschoof de focus van de discussie al snel richting de radicale ideologie van de daders.[5] De voorgestelde maatregelen naar aanleiding van de aanslagen in Boston en Woolwich lijken zich in veel gevallen te richten op het aanpakken van radicale uitingen. Er werd onder andere gepleit voor het verbieden van ‘radicale websites’ en het sluiten van moskeeën die er in het verleden voor zouden hebben gezorgd dat mensen zich tot terrorisme gewend zouden hebben.[6]

In dit artikel wil ik beargumenteren dat individuen geen terrorist worden door te kijken naar enkele YouTube filmpjes of het bezoeken van radicale websites. Opvattingen dat voornamelijk radicale ideeën en ideologieën het begin vormen van een weg die eindigt in een terroristische daad, zijn in veel gevallen niet het beste startpunt voor het zoeken naar een verklaring voor de kwestie waarom iemand een aanslag heeft gepleegd of in een terroristische organisatie is beland. Er zijn inderdaad personen die ideologisch radicaliseerden alvorens zij in aanraking kwamen met extremisme of terrorisme. Echter, velen ontwikkelden pas in een later stadium – bijvoorbeeld nadat zij zich in een extremistische omgeving bevonden – radicale denkbeelden. Ook zal het grootste deel van de personen met radicale overtuigingen nooit een aanslag plegen. Beleid en onderzoek gericht op het herkennen en voorkomen van terrorisme en extremisme dient daarom ook een bredere focus dan alleen radicalisme te hebben om effectief te kunnen zijn.

Radicalisme en Radicalisering
Ondanks dat het onderzoek naar (de-)radicalisering nog jong is, heeft het zich ontwikkeld tot een belangrijke schakel in studies naar oorzaken van extremisme en terrorisme. Toch is radicalisering een controversieel concept. Rik Coolsaet beschreef radicalisering als ‘ill-defined, complex and controversial’,[7] Alex Schmid kon op basis van de vele bestaande definities niet anders concluderen dat radicalisering een ‘problematic concept’ is.[8] Onderzoeker en oud CIA officier Marc Sageman  verwierp het concept zelfs in zijn geheel: ‘the notion that there is any serious process called ‘radicalisation’, or indoctrination, is really a mistake.’[9] Ook John Horgan stelde in het populaire magazine Rolling Stone: ‘the idea that radicalisation causes terrorism is perhaps the greatest myth alive today in terrorism research.’[10]

De discussies over de bruikbaarheid van het concept radicalisering hangen deels samen met de diverse invullingen die verschillende onderzoekers en organisaties eraan geven. Zo bestaat er een groot aantal definities van radicalisering.[11] Een belangrijk aspect van radicalisering impliceert een ontwikkeling die uiteindelijk leidt tot het verwerven van bepaalde overtuigingen die terrorisme als middel legitimeren. Voor anderen gaat het om het daadwerkelijk betrokken raken bij terrorisme, of tenminste de wens om daadwerkelijk betrokken te zijn.[12]

In zijn simpelste vorm verwijst radicalisering naar een proces van radicaler worden. Men ervaart gedurende een steeds sterkere verbondenheid tot een politieke of religieuze ideologie die ingaat tegen het (politieke) systeem. Radicalisme is daarmee sterk afhankelijk van een context. Wat in Nederland als radicaal wordt beschouwd, hoeft in andere landen niet zo opgevat te worden. En wat in het verleden een uiting was van radicalisme kan tegenwoordig volledig in lijn zijn met de heersende opvattingen. Bij het proces van radicalisering gaat het daarom om mensen die in een bepaalde periode steeds sterkere ideeën en opvattingen aanhangen die haaks op de huidige sociale of politieke status quo binnen een bepaalde samenleving staan en daar eventueel – door middel van geweld – naar zouden kunnen handelen.

Binnen terrorismestudies wordt radicalisering vaak toegepast in relatie tot het idee dat iemand niet van het ene op het andere moment besluit een aanslag te plegen. Peter Neumann beschreef radicalisering daarom ooit als dat ‘what goes on before the bomb goes off.’[13] Voordat – vaak jonge – personen een aanslag plegen, zouden zij een proces hebben doorlopen waarbij het vertrouwen in het systeem afneemt, men zichzelf steeds minder een onderdeel voelt van de samenleving en zich steeds verder terugtrekt in de eigen groep.[14] Demant, Slootman, Buijs en Tillie noemen radicalisering een proces van ‘delegitimatie’. Het (politieke) systeem wordt met een bepaalde ideologie door de radicaliserende persoon steeds meer en vaker ter discussie gesteld. De mensen die in hun ogen deel uitmaken van dit systeem worden als minderwaardig en als vijanden beschouwd. In dit proces ontstaat een groeiend verlangen om het systeem te veranderen.[15] Het ‘eindstation’ – dat door velen nooit wordt bereikt – van dit proces van radicalisering, is extremisme. Bij extremisme zet het individu het verlangen om het systeem te veranderen om in gewelddadige acties.

Radicalisme is geen voldoende voorwaarde voor toetreding
De term radicalisering suggereert dat radicalisme voorafgaat aan een gewelddadige daad. Met andere woorden: dat er een relatie zou bestaan tussen het hebben en verder ontwikkelen van radicale gedachten, en het plegen van extremistische daden.[16] Dit zou een veel te gesimplificeerd beeld geven van de werkelijkheid. Radicalisme in deze vorm veronderstelt een bijna lineaire voortgang waarbij de gedachten gaandeweg radicaler worden en zich ontwikkelen in de richting  van een gewelddadig slotakkoord. Er bestaat geen standaardroute die een persoon volgt voor het plegen van een gewelddadige daad. Een persoon ontwikkelt zich tijdens veel verschillende fasen tot extremist of terrorist, waarbij een radicale ideologie afwisselend een grotere of minder grote rol kan spelen. Voorafgaand aan een terroristische daad ontwikkelen zich naast een  radicale ideologie veel meer complexere processen. Een slechts algemene observatie van radicale ideologieën of religies bij terroristen is nietszeggend. Want, zoals John Horgan stelt, ‘the overwhelming majority of people who hold radical beliefs do not engage in violence.’[17]

Daarnaast worden de grenzen van de democratie overschreden wanneer we stellen dat radicale of orthodoxe denkbeelden voornamelijk beschouwd dienen te worden als mogelijke voortekenen van extremisme. Het hebben van opvattingen die niet aansluiten bij een politiek systeem an sich is niet tegen de wet – en zelfs wanneer dit wel het geval is, vormt de mogelijkheid tot het betwisten van heersende idealen een essentieel onderdeel van de moderne democratie en basis voor vooruitgang.[18] Het problematische aspect van deze opvatting van radicalisme in relatie tot gewelddadige radicalisering hangt daarmee vooral samen met de relatie tot radicalisme als legitieme – democratische – uiting.

Rik Coolsaet en de European Commissions Expert Group on Radicalisation stelden daarom dat voor de bruikbaarheid van het concept radicalisering binnen veiligheidsstudies er een onderscheid gemaakt dient te worden tussen religieuze orthodoxie en politieke radicalisering.[19] Religieuze orthodoxie hangt samen met het zoeken en streven naar een bepaalde identiteit. Dit betekent niet dat er aan deze vorm van radicalisme geen problemen kleven. Voor overheden kan zij met name problematisch zijn in relatie tot bijvoorbeeld de sociale cohesie binnen een samenleving wanneer deze radicalisering tot afzondering en (zelf-) uitsluiting van bepaalde groepen leidt.[20] Echter moeten deze problemen niet worden benaderd vanuit een contra-terrorismeperspectief.  Religieuze orthodoxie kan zich, in de meeste gevallen, tegen bestaande sociale en politieke normen keren en zelfs actief nastreven deze te veranderen maar leidt niet, op zichzelf, tot geweld. Sommige Salafistische groepen keuren het gebruik van geweld af en trachten veranderingen te bereiken via bijvoorbeeld de politiek of het verspreiden van het geloof (dawah) om zo meer steun te vergaren voor hun idealen.[21]

Radicalisme moet daarom niet gelijkgesteld worden aan extremisme. Een beter startpunt bij een analyse van een proces van radicalisering in de richting van geweld volgt uit andere factoren, zoals de toenemende percepties van onrechtvaardigheid of specifieke sociale processen. Bedreigingen voor de veiligheid hangen samen met een politieke radicalisering die start met een idee of gevoel van onrecht waar sommigen zich, na een proces richting extremisme, in het uiterste geval met geweld tegen willen verzetten.[22] Dit onrecht hoeft niet objectief vast zijn te stellen zolang het individu het beschouwd als zijnde ‘echt’. Kenan Malik omschrijft het proces van politieke radicalisering als volgt:

The real starting point for the making of a homegrown jihadi […] is social disengagement, a sense of estrangement from, resentment of, Western society. It is because they have already rejected mainstream culture, ideas and norms that some Muslims search for an alternative vision of the world. It is not surprising that many jihadis are either converts to Islam, or Muslims who discovered their faith only relatively late. In both cases, disenchantment with what else is on offer has led them to the black and white moral code that is Islamism. It is not, in other words, a question of being ‘groomed’ or ‘indoctrinated’ but of losing faith in mainstream moral frameworks and searching for an alternative.[23]

Deze aanwezigheid van gevoelens van vernedering en onzekerheid binnen een bepaalde samenleving, of delen van een samenleving, bieden daarmee een voedingsbodem voor politieke radicalisering. Dit blijkt ook uit verschillende bibliografieën van (voormalige) terroristen.[24] Tegelijker-tijd is het niet zo dat diepe sociale scheidslijnen binnen een samenleving een grotere kans op terrorisme oplevert. Vaker blijkt dat ongenoegen in een bepaalde groep, die zelf het heft in handen nemen in naam van een groter deel van de samenleving, zich onvoldoende van hun plicht bewust zijn of hiertoe niet in staat zijn.[25]

Het bovenstaande onderscheid tussen religieuze orthodoxie en politieke radicalisering helpt te voorkomen dat elke religieuze of ideologische uiting wordt bestempeld als potentieel gevaar voor de samenleving en orthodoxe religieuze gemeenschappen automatisch onderdeel worden van een proces van securitisering. Wanneer allerlei verschillende religieuze verschijningen en uitingen – van nikab tot baarddracht en Salafistische moskeeën tot gewelddadig extremisme – worden gereduceerd tot indicatoren van radicalisme en potentieel gevaar voor een samenleving, dan verliest het concept radicalisering, tenminste binnen veiligheidsstudies, al zijn verklarende kracht.[26]

Radicalisme is geen noodzakelijke voorwaarde voor toetreding
Naast de grotere politieke sociale en religieuze redenen van extremisten – zoals woede om sociale verhoudingen of buitenlands beleid – bestaan er veel kleinere, verborgen motivaties die een wellicht nog grotere rol hebben gespeeld.

Uit de cases waarbij radicalisering uiteindelijk heeft geleid tot geweld blijkt dat hiervoor niet één of een beperkt aantal oorzaken valt te destilleren. Extremisme en terrorisme zijn altijd de uitkomst van ontwikkelingen op individueel-, groeps- en maatschappelijk niveau. De focus op het hebben of ontwikkelen van een bepaalde radicale ideologie en de aanwezigheid van een gevoel van onrecht moet worden gecomplementeerd met aandacht voor de ontwikkelingen op deze niveaus.

Er bestaan altijd een groot aantal verschillende omstandigheden en omgevingen die toetreding tot een extremistische organisatie kunnen faciliteren of tegenhouden. Zo kunnen persoonlijke ervaringen en eigenschappen, sociale relaties – of het gebrek hieraan –, groepsdynamiek en socialisatie binnen een gewelddadige omgeving kunnen een belangrijke rol spelen bij de uiteindelijke radicalisering tot extremist of terrorist.[27]

Er is steeds meer bewijs dat individuen die deelnemen aan extremistische organisaties niet noodzakelijk radicale beweegredenen hebben voor hun lidmaatschap. Tore Bjørgo deed onderzoek naar jongeren in extreemrechtse organisaties in Denemarken, Noorwegen en Zweden en ontdekte dat zij bij toetreding zelden sterke ideologische motieven hadden voor hun keuze. [28] Jamie Bartlett bevestigt dat dit beperkte ideologische fundament ook onder sommige jihadi’s bestaat: ‘many young home-grown al-Qaeda terrorists are not attracted by religion or ideology alone – often their knowledge of Islamist theology is wafer-thin and superficial – but also the glamour and excitement that al-Qaeda type groups purports to offer.’[29]

Het besluit om toe te treden tot extremistische organisatie hangt vaak samen met andere zaken: zo bestaat er bij sommigen de wens van bescherming tegen anderen. Andere mensen sloten zich in het verleden bij deze formaties aan vanwege hun behoefte aan bepaalde vriendschappen, om hun thuissituatie te ontvluchten of vanwege de spanning of status die lidmaatschap met zich mee zou brengen. In andere gevallen biedt een extremistische organisatie zingeving.[30] Hierbinnen kan vindt men gelijkgestemden met wie politiek ongenoegen of ervaringen van onrecht gedeeld kan worden. De ideologische component die in dit artikel centraal staat, ontwikkelde zich bij veel jongeren vaak pas later als rationalisering voor hun (mogelijke) daden.

De plaats van ideologie in het proces van gewelddadige radicalisering
Over de exacte rol van ideologie tijdens gewelddadige radicalisering bestaat veel discussie en er zullen nog veel onderzoeken moeten plaatsvinden voordat alle vragen die hiermee samenhangen kunnen worden beantwoord. Er zal hier op een aantal conclusies kort worden ingegaan.

Ten eerste functioneert ideologie bij de radicalisering als een rechtvaardiging voor de stap waarin politiek extremisme daadwerkelijk in geweld wordt omgezet. Morele bezwaren kunnen op deze wijze worden overkomen. Wanneer er geen passende rechtvaardiging bestaat voor het feit dat onschuldige personen het slachtoffer zouden (kunnen) worden van hun daden, ontwikkelen zij volgens Coolsaet zelf een ‘cut-and-paste ideology/religon’.[31] Deze geeft hun daden inhoud en betekenis en helpt het individu geloven dat hun beweging of daden juist zijn en legitimeert, of verplicht zelfs, het gebruik van geweld.

Daarnaast versterkt een ideologie percepties van een onderscheid tussen de eigen groep en andere groepen. Het verwerpt de status van de ander als zijnde gelijkwaardig. Enerzijds zorgt dit voor een sterkere binding met de eigen groep of de eigen idealen. Een sterk narratief dat bepaalde percepties van maatschappelijk onrecht in een ideologisch kader kan plaatsen (injustice frames), kan voor personen met bepaalde zingevingvragen of sterke gevoelens van onrecht zeer tot de verbeelding spreken. Een ideologie kan op die manier helpen de wereld die als onrechtvaardig wordt beschouwd, te classificeren aan de hand van duidelijke concepten van juist en onjuist en een bepaalde handelingswijze voorschrijven.  Voor sommigen kan dit een grote aantrekkende werking hebben richting extremisme en kan voor diegenen, die zich reeds in een extremistische omgeving bevinden, ervoor zorgen dat zij deze niet zullen verlaten. Anderzijds verlaagt ideologie door het wij-zij denken ook de drempel voor het gebruik van geweld tegen leden van de andere groep als gevolg van hun status als zijnde minderwaardig.

Op basis van het idee dat de sociale omgevingen van het radicaliserende individu – al dan niet in combinatie met een bepaald gevoel van onrecht –  en de ideologie zich pas later ontwikkelt, hebben verschillende auteurs geconcludeerd dat sommigen onder andere omstandigheden zich net zo goed bij een andere extremistische organisatie, een criminele bende of zelfs het leger hadden kunnen aansluiten. Zo stelt Oliver Roy bijvoorbeeld dat diegenen nu die worden gerekruteerd door al-Qaeda ‘probably would have joined radical left- (or right) wing groups some 30 years ago.’[32]

Het BBC programma Panorama berichtte onlangs dat één van de verdachten van de aanslagen in Boston in het bezit zou zijn geweest van extreemrechtse publicaties. Ook zou hij volgens een woordvoerder van de moskee die hij bezocht een ‘gelegenheidsmoslim’ zijn die daarnaast volgens vrienden veel wiet rookte.[33] Dit sluit direct aan bij de hierboven beschreven ideeën over de mogelijke rol van (percepties van) politiek onrecht, ideologieën en sociale contexten bij radicaliseringsprocessen.

Conclusie
Een belangrijke conclusie van Martha Crenshaw over de vraag waarom iemand zich wendt tot terrorisme luidt: ‘many individuals are potential terrorists, but few actually make that commitment.’[34] De wijze waarop personen zich in het verleden richting extremisme en terrorisme hebben ontwikkeld, zijn zeer divers. De rol van een radicale ideologie, het narratief, binnen dit proces van radicalisering mag hierbij niet worden onderschat. Het is onjuist om te veronderstellen dat radicalisme hét fundament voor terrorisme vormt. Er zijn bijvoorbeeld voldoende voorbeelden van personen waarbij radicale denkbeelden zich pas ontwikkelden nadat zij zich in extremistische omgeving bevonden of van radicalen die nooit geweld zullen gebruiken. Het bewust zijn van dit onderscheid helpt bij het pogen te voorkomen van terroristische aanslagen dat we te maken krijgen met grote aantallen valse positieven: orthodoxe gelovigen die geen terrorist zijn maar wel radicale denkbeelden hebben.

Het concept van radicalisering dient daarom losgekoppeld te worden van radicalisme. Het blijft daarmee een proces van groeiende acceptatie van, en mogelijke betrokkenheid bij, geweld als middel tegen het bestaande systeem of specifieke vertegenwoordigers hiervan. Maar binnen deze opvatting moet er aandacht zijn voor de centrale rol die sociale omgevingen en contexten spelen, de politieke motivaties van deze personen en de wijze waarop bepaalde ideologieën desgewenst door de personen in kwestie kunnen worden gemodelleerd.

Daan Weggemans (1986) is onderzoeker bij het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme  (CTC) van de Universiteit Leiden.



[1] Zie onder andere: M. Crenshaw, ‘The Causes of Terrorism’, Comparative Politics 13 (1981) 379-399; J. Ross, ‘Structural Causes of Oppositional Political Terrorism: Towards a Causal Model’, Journal of Peace Research 30 (1993) 317-329; B. Hoffman, ‘The Mind of the Terrorist: Perspectives from  Social Psychology’. Psychiatric Annals 29 (1999) 337-340; A. Silke, Terrorists, Victims and Society: Psychological Perspectives on Terrorism and its Consequences (West Sussex 2003); M. Sageman, Understanding Terror Networks (Philadelphia 2004); T. Bjørgo, Root Causes of Terrorism. Myths reality and ways forward. (London 2005); F. Moghaddam, ‘The staircase to Terrorism: A Psychological Exploration’, American Psychologist 60 (2005) 161-169; A. Schmid, ‘Root Causes of Terrorism: Some conceptual notes, a set of indicators, a model’, Democracy and Security 1 (2005) 127-136; E. Bakker, ‘Jihadi terrorism in Europe. Their characteristics and the circumstances in which they joined the jihad: an exploratory study’, Netherlands Institute of International Relations Clingendael (Den Haag 2006); E. Newman, ‘Exploring the “Root Causes” of Terrorism’, Studies in Conflict and Terrorism 29 (2006) 749-772; T. Veldhuis en J. Staun, ‘Islamist radicalisation: A root cause model’, Netherlands Institute of International Relations Clingendael (Den Haag 2009); A. Schmid,

Radicalisation, De-Radicalisation, Counter-Radicalisation: A Conceptual Discussion and Literature Review, International Centre for Counter-Terrorism- The Hague Expert Paper (Den Haag 2013) beschikbaar via http://www.icct.nl/download/file/ICCT-Schmid-Radicalisation-De-Radicalisation-Counter-Radicalisation-March-2013_2.pdf (geraadpleegd op 31 augustus 2013).

[2] A. Schmid,’The end of Radicalisation?’, International Centre for CounterTerrorism – The Hague (29 juli 2013) beschikbaar via http://icct.nl/publications/icct-commentaries/the-end-of-radicalisation (geraadpleegd op 31 augustus 2013).

[3] A. Kundnani,‘Radicalisation: the journey of a concept’, Race & Class 54 (2012) 2-25, aldaar 3.

[4] F. Patel, Rethinking Radicalisation, Brennan Center for Justice (New York 2011) beschikbaar via http://brennan.3cdn.net/f737600b433d98d25e_6pm6beukt.pdf (geraadpleegd op 31 augustus 2013.

[5] T. Blair,’The ideology behind Lee Rigby’s murder is profound and dangerous. Why don’t we admit it?: Tony Blair launches a brave assault on Muslim extremism after Woolwich attack’, Daily Mail (2 juni 2013) beschikbaar via: http://www.dailymail.co.uk/debate/article-2334560/The-ideology-Lee-Rigbys-murder-profound-dangerous-Why-dont-admit–Tony-Blair-launches-brave-assault-Muslim-extremism-Woolwich-attack.html (geraadpleegd op 31 augustus 2013).

[6] P. Dominiczak, ‘Woolwich attack: We must tackle hate preaching over the internet, security experts say’, The Telegraph (23 mei 2013) beschikbaar via: http://www.telegraph.co.uk/news/uknews/terrorism-in-the-uk/10075306/Woolwich-attack-We-must-tackle-hate-preaching-over-the-internet-security-experts-say.html (geraadpleegd op 31 augustus 2013); ‘Woolwich murder probe: ‘Thousands’ at risk of radicalization, says Theresa May’, BBC News UK (26 mei 2013) beschikbaar via: http://www.bbc.co.uk/news/uk-22671619 (geraadpleegd op 31 augustus 2013); S. Siddiqui en J. Kaleem, ‘Muslims focus on online extremism, radicalization after Boston bombings’, The Huffington Post (6 april 2013) beschikbaar via: http://www.huffingtonpost.com/2013/06/04/muslims-online-extremism-radicalization-boston_n_3380159.html (geraadpleegd op 31 augustus 2013).

[7] R. Coolsaet, Jihadi Terrorism and the Radicalisation Challenge: European and American Experience (Farnham 2011) 240.

[8] A. Schmid, ‘Root Causes of Terrorism’, 5.

[9] M. Hasan, ‘Woolwich attack: Overreacting to extremism ‘could bring back Al Qaeda’ Ex CIA Officer Warns’, The Huffington Post (28 mei 2013) beschikbaar via via http://www.huffingtonpost.co.uk/2013/05/27/
sageman-interview_n_3342206.html
(geraadpleegd op 31 augustus 2013).

[10] J. Horgan,’ Everthing you’ve been told about radicalization is wrong’,  RollingStone Magazine (31 juli 2013) beschikbaar via http://www.rollingstone.com/politics/news/everything-youve-been-told-about-radicalization-is-wrong-20130506 (geraadpleegd op 31 augustus 2013).

[11] Zie onder andere: Van dawa tot Jihad. Over de diverse dreigingen van de radicale islam tegen de democratische rechtsorde, Nota Ministerie van  Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Den Haag 2004); F. Demant e.a., Terruggang en uittreding. Processen van deradicalisering ontleed, Rapport Institute for Migration and Ethnic Studies (Amsterdam 2008); O. Ashour, The De-Radicalisation of Jihadists: Transforming armed Islamist movement (London 2009); J. Horgan en K. Braddock,‘Rehabilitating the Terrorists? Challenges in Assessing the Effectiveness of Deradicalisation Programs’ Terrorism and Political Violence 22 (2010) 267-291;A. Schmid, ‘Glossary and Abbreviations of Terms and Concepts Relating to Terrorism and Counter Terrorism’, in: A. Schmid (ed.), The Routledge Handbook of Terrorism Research (London 2011) 678-79; J. Sinai, ‘Radicalisation into Extremism and Terrorism’, Intelligencer: Journal of U.S. Intelligence Studies 19 (Washington 2012) 21-24, aldaar 21.

[12] J. Horgan, ‘The end of radicalization?’, National Consortium for the Study of Terrorism and Responses to Terrorism (25 juni 2012) beschikbaar via: http://www.start.umd.edu/start/announcements/announcement.asp
?id=416
(geraadpleegd op 31 augustus 2013).

[13]  P. Neumann, ‘Introduction’, in: P. Neumann, J. Stoil en D. Esfandiary ed., Perspectives on radicalisation and political violence: papers from the first International Conference on Radicalisation and Political Violence (London 2008) 4

[14] Demant e.a., Teruggang en uittreding, 4-5.

[15] Ibidem.

[16] Zie bijvoorbeeld: Horgan,’ Everthing you’ve been told about radicalization is wrong’; A. Akbar, Journey into America: the Challenge of Islam (Washington DC 2010); ‘Muslim Americans: No Sign of Growth in Alienation or Support for Extremism’, PewResearch Center (25 juli 2013) beschikbaar via: http://www.people-press.org/2011/08/30/muslim-americans-no-signs-of-growth-in-alienation-or-support-for-extremism/ (geraadpleegd op 31 augustus 2013).

[17] Ibidem.

[18] Een idee waar ook John Stuart Mill zich reeds in 1859 ook over uitsprak: J.S. Mill,’On Libery’ (London 1859), in: M. Morgan, Classics of Moral and Political Theory (Indianapolis IN 2011).

[19] Coolsaet, Jihadi Terrorism and the Radicalisation Challenge, 261; European Commissions Expert Group on Violent Radicalisation, Radicalisation processes leading to acts of terrorism, Rapport aangeboden aan de Europese Commissie (15 mei 2008) 9, beschikbaar via: http://www.clingendael.nl/sites/default/files/20080500_cscp_report_vries.pdf (geraadpleegd op 31 augustus 2013).

[20] Ibidem.

[21] Coolsaet, Jihadi Terrorism and the Radicalisation Challenge, 261; European Commissions Expert Group on Violent Radicalisation, Radicalisation processes leading to acts of terrorism, 9; I. Roex, S. Stiphout en J. Tillie, Salafisme in Nederland. Aard, omvang en dreiging, Rapport voor de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding  (Amsterdam 2013) bescikbaar via: http://dare.uva.nl/document/350394 (geraadpleegd 31 augustus 2013).

[22] Zie onder andere:  Coolsaet, Jihadi Terrorism and the Radicalisation Challenge, 261; Transnational Terrorism, Security and the Rule of Law, ‘Concepts of Terrorism. Analysis of the rise, decline, trends and risk’ (Brussel 2008) 18, beschikbaar via: http://www.transnationalterrorism.eu/tekst/publications/
WP3%20Del%205.pdf
(geraadpleegd op 31 augustus 2013); Moghaddam, ‘The staircase to Terrorism’.

[23] K. Malik, ‘Myths of Radicalisation’, WordPress Blog Kenan Malik (3 juni 2013) beschikbaar via: http://kenanmalik.wordpress.com/2013/06/02/myths-of-radicalisation/ (geraadpleegd 31 augustus 2013).

[24] K. Christmann, Preventing Religious Radicalisation and Violent Extremism. A systematic review of research evidence, Rapport Youth Justice Board (London 2012) 42, beschikbaar via: http://www.justice.gov.uk/
downloads/publications/research-and-analysis/yjb/preventing-violent-extremism-systematic-review.pdf
(geraadpleegd op 31 augustus 2013).

[25] M. Crenshaw, ‘The causes of terrorism’, in: J. Horgan, en K. Braddock ed., Terrorism Studies (New York 2012) 99-114, aldaar 111.

[26] Coolsaet, Jihadi Terrorism and the Radicalisation Challenge, 260.

[27] Zie onder andere: M. Sageman, zie voetnoot 1; P. Nesser,‘Joining jihadi terrorist cells in Europe: Exploring motivational aspects of recruitment and radicalisation’, in: M. Ranstorp ed., Understanding Violent Radicalisation: Terrorist and Jihadist Movements in Europe (London 2010) 108-109; Crenshaw, ‘The causes of terrorism’; Schmid, ‘Root Causes of Terrorism’, 15.

[28] T, Bjørgo, Racist and right-wing violence in Scandinavia: patterns, perpetrators and responses (Oslo 1997).

[29] Horgan,’ Everthing you’ve been told about radicalization is wrong’; J. Bartlett, J. Birdwell en M. King, The edge of Violence. A radicalization approach to extremism, Publicatie Demos Think Tank (Londen 2010) beschikbaar via: http://www.demos.co.uk/files/Edge_of_Violence_-_web.pdf?1271346195 (geraadpleegd 31 augustus 2013).

[30] Zie bijvoorbeeld: C. McCauley en S. Moskalenko,‘ Individual and Group Mechanisms of Radicalisation’, in S. Canna ed., Protecting the Homeland from International and Domestic Terrorism Threats: Current Multi-Disciplinary Perspectives on Root Causes, the Role of Ideology, and Programs for Counter-radicalisation and Disengagement’ (Baltimore 2011) 89; A. Aly,’ The role of religion in radicalization of violent Islamist extremism’,  Extremis Project (8 januari 2013) beschikbaar via: http://extremisproject.org/2013/01/the-role-of-religion-in-radicalisation-to-violent-islamist-extremism/ (geraadpleegd op 31 augustus 2013); Schmid, ‘Root Causes of Terrorism’, 28.

[31] Coolsaet, Jihadi Terrorism and the Radicalisation Challenge, 261.

[32] O. Roy, ‘Al-Qaeda: A True Global Movement’, in: R. Coolsaet (2011) Jihadi Terrorism and the Radicalisation Challenge: European and American Experience (Farnham 2011) 19-26, aldaar 22.

[33] H. Anderson, ‘Tamerlan Tsarnaev had right-wing extremist literature’, BBC News Uk  (5 augustus 2013) beschikbaar via  http://www.bbc.co.uk/news/world-us-canada-23541341 (geraadpleegd op 31 augustus 2013).

[34] Crenshaw, ‘The causes of terrorism’, 111.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>