Politieke theorie? Loket 4

Robbert Lauret

Ongeveer een jaar geleden, het nieuwe jaar was vijf dagen oud, besloot ik om één van mijn goede voornemens uit te voeren. Ik sprak met mezelf af om nog tijdens mijn studie actief op zoek te gaan naar een baan. Ik wilde direct na de naderende zomervakantie aan de slag gaan. Deze afspraak met mezelf had een reden: het vormde een stok achter de deur voor het snel afronden van m’n studie. Tevens ervoer ik enige bewijsdrang tegenover mijn omgeving.

Het bedrijfsleven heeft me tijdens mijn studie nooit erg getrokken en daarom besloot ik om te solliciteren op een baan bij de overheid. Dat heeft niet zozeer te maken met de geijkte frase ‘ik wil graag iets voor de maatschappij betekenen’, maar is meer een uitvloeisel van mijn opvoeding. Mijn vader vertelde steevast: ‘Jongen, je mag worden wat je wilt, maar ga alsjeblieft nooit iets verkopen.’ In mijn ogen draaide de profitsector enkel om kopen en verkopen, en de zo efficiënt mogelijke allocatie van productiefactoren. Deze sector viel dus af.

Tijdens een etentje met jaargenoten en twee professoren kwam het onderwerp arbeidsmarktvooruitzicht ter sprake. We kwamen tot de conclusie dat de vooruitzichten niet best waren, maar bij het verschijnen van het hoofdgerecht werden de zorgen milder. Het werkende leven was immers nog ver weg en waar maakte je je druk om. Dit rustgevende gevoel verdween toen de professor een leuke, maar zorgwekkende grap maakte: ‘Een student loopt de stadswinkel binnen voor het aanvragen van een uitkering, de loketbediende vraagt naar de vooropleiding van de jongeman. Met de moed in zijn schoenen antwoordt hij: “Politieke theorie”. “Ah”, zegt de loketbediende, “PT? Loket 4.”’

Om te voorkomen dat ik in september de stadswinkel met dezelfde reden binnen zou wandelen, heb ik enkele dagen na het etentje een lijst samengesteld van traineeships en starterfuncties waar ik op wilde solliciteren. De lijst bedroeg circa 25 potentiële plaatsen. Ik heb brieven geschreven, mijn cv opgesteld en deze vol vertrouwen naar de poortwachters van mijn potentiële droombaan toegestuurd. Er wachtte echter één grote hindernis. Traineeships zijn populaire plaatsen en het animo is vaak groot. Er volgt dus een strenge selectieprocedure waarbij humanresourcesmanagement-adviseurs de trukendoos open zetten.

Ik was in de veronderstelling dat je dergelijke selectieprocedures gelaten ondergaat, totdat ik tijdens een kerstborrel een HRM-adviseur sprak. Hij gaf me de tip hard te oefenen voor bijvoorbeeld IQ tests, een vast onderdeel van een selectie. Sterker nog, ik deed mezelf te kort wanneer ik dat niet deed. Op zijn advies bestelde ik een aantal boeken van selectiegoeroes die mij verzekerden dat ik met hun boek de gewenste functie zou krijgen. In de zes weken die hierop volgden, heb ik dagelijks geoefend met IQ tests. Overdag volgde ik boeiende colleges over rechtvaardigheid, erkenning en herverdelingsproblematiek. ’s Avonds maakte ik rekensommetjes, oefende ik met getallenreeksen en loste ik analogieën op, de één nog dommer dan de ander. Even zonk mij de moed in de schoenen. Vier jaar lang ben je ijverig aan het studeren en wat blijk je nodig te hebben om een baan te krijgen? Een boek van een uitgerangeerde selectiepsycholoog die zijn leven heeft gewijd aan het opstellen van ridicule vraagstukjes, duizelingwekkende blokjestekeningen en 3D figuren. Het ergste was dat ik niet zeker wist of deze oefeningen terug zouden komen in de verschillende selectieprocedures, maar ik vertrouwde op de HRM-adviseur.

De winter maakte plaats voor het voorjaar en tegen de tijd dat de Keukenhof haar deuren opende, kwamen de eerste positieve reacties binnen: ‘Uw CV en motivatiebrief zijn voor ons aanleiding om u verder mee te nemen in de selectieprocedure.’ Ik sprong een gat in de lucht, want de eerste horde was genomen. Tegelijkertijd besefte ik dat het nu pas echt zou beginnen. Half mei werd ik in vervolg op het positieve antwoord uitgenodigd voor een selectiedag bij de provincie Noord-Brabant. Ik dacht, misschien zijn daar 40 of 50 pas afgestudeerden. Deze keer zat ik er écht ver naast. In het provinciehuis hadden zich 400 ambitieuze, licht tot iets minder licht zenuwachtige studenten verzameld. Er werd ons verteld dat we zouden gaan speeddaten. In drie rondes kreeg je telkens 7 minuten om jezelf tegenover een HRM-adviseur te presenteren. Je kreeg een kaartje waarop de adviseurs door middel van een gekleurde sticker hun waardering over jouw presentatie konden uiten. De kleuren, rood en groen, behoeven verder geen toelichting. Wanneer je drie groene stickers had ging je door naar het middaggedeelte, het maken van een IQ test. Het moment van de waarheid om te zien of de HRM-adviseur van de kerstborrel gelijk had, qua opgaven dan.

Zodra de test begon, verscheen er een grote glimlach op mijn gezicht. De opgaven van de test kwamen verrassend goed overeen met de opgaven die ik had geoefend. De getallen waren weliswaar anders en de analogieën en figuren verschilden qua inhoud, maar de methodiek was telkens dezelfde als die ik mij eigen had gemaakt. Moeiteloos ging ik door de meest vreemde raadsels, die je naar mijn ogen alleen fatsoenlijk kon maken als je ze drie of vier keer eerder had gedaan. Wie kan er na jaren gebruik van een grafische rekenmachine nog foutloos rekenen met breuken, op snelheid? Trouwens, tijdens m’n studie heb ik helemaal niet meer gerekend, tenzij het mijn ‘stufi’ betrof. Het was iets met ‘delen door een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde’, maar tijdens het maken van zo’n test kom je daar pas na 15 opgaven achter en dan ben je te laat.

Eind mei werd ik uitgenodigd voor een selectiegesprek, een teken dat ik de IQ-test had doorstaan. Ik ben zelden zo zenuwachtig geweest als de bewuste ochtend. Het was bijzonder warm die dag en mijn pak bood weinig verkoeling. Na binnenkomst kreeg ik een opdracht op papier uitgereikt. Ik werd verzocht mij gedurende anderhalf uur in een kamer te installeren om de opdracht voor te bereiden en uit te werken op een flipover. Na anderhalf uur werd ik opgehaald door een HRM-adviseur die mij in een ander zaaltje loodste waar ik tegenover een vijfkoppige jury stond. Ik deed mijn verhaal en beantwoordde op het einde nog een aantal vragen. Ook hier kwam het boekje van pas. Hierin las ik dat panelleden verschillende rollen aan kunnen nemen: iemand is vriendelijk, een ander argwanend of licht vijandig en weer iemand anders probeert je uit je comfort zone te halen. De truc is om je gedachten goed geordend te houden en je niet van de wijs te laten brengen door de vragenstellers. Als iemand een aanvallende vraag stelt, moet je niet vol in de verdediging schieten. Denk eerst een seconde of twee na en breek het ijs met bijvoorbeeld een grapje of een wedervraag. Deze vaardigheden leer je niet op de uni, maar uit een boekje besteld op bol.com.

Na twee weken zou ik te horen krijgen of ik aangenomen was . Ik herinner het me nog goed, het was negen uur in de ochtend en de telefoon ging. Mijn hart bonsde en met een droge mond van de zenuwen nam ik de telefoon op. Ik was aangenomen bij de provincie Noord-Brabant.

Dit stuk kan suggereren dat ik slechts op een plek gesolliciteerd heb en aangenomen ben. Dit is echter een vertekening van de werkelijkheid. Ik heb uiteindelijk op 12 vacatures gereageerd, maar ik was lang niet altijd wat men zocht. Nadat ik in Brabant aangenomen was, heb ik overige lopende procedures stopgezet. Het gaf een enorm goed gevoel om het bericht ‘De door u aangeboden functie is achteraf toch niet wat ik zoek’ rond te sturen.

Op deze periode kijk ik met gemengde gevoelens terug. Enerzijds ben ik tevreden dat ik een baan heb; anderzijds heb ik meegedaan aan HRM-spelletjes waar je als politiek filosoof gewetenswroeging van krijgt. Het bezoeken van carrièrebeurzen en het volgen van cv workshops zijn methoden om van jezelf een verkoopbaar product te maken waar werkgevers ‘iets mee kunnen’. Je wordt getraind in het aan de man brengen van jezelf. Omdat je dit met honderden, zoniet duizenden studenten tegelijkertijd doet, is het tevens de kunst om origineel te zijn en dicht bij jezelf te blijven. Niet te origineel, dan begrijpt men je niet meer.

De selectiemolen heb ik nu een keer doorlopen, en het zal zeker niet de laatste keer zijn. Je kunt ervoor kiezen om bij je eerste werkgever te blijven of om daar in ieder geval actief op te sturen. De ervaring leert dat dit niet vaak gebeurt, contracten worden niet verlengd en studenten zijn nu eenmaal gewend aan een vierjarige cyclus en zetten dit ritme vaak voort wanneer ze werken. HRM-adviseurs zitten ondertussen ook niet stil en zullen steeds andere manieren bedenken om kandidaten te selecteren. Enkele weken geleden liet een gemeente in Noord-Holland op het journaal haar aanpak zien om trainees te selecteren. Door middel van het door Endemol gepatenteerde omdraaien van stoelen probeert men daar tot de juiste kandidaat te komen.

Voor allen die dergelijke procedures gaan trotseren, bereid je voor en vergeet alles wat je tijdens je studie interessant vond. Het enige wat telt is de vaardigheid om zo snel mogelijk een getallenreeks op te lossen.

 Robbert Lauret (1989) is politiek filosoof en trainee bij de provincie Noord-Brabant.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>