Politieke passie anno nu

Anouk Keune

Alweer bijna zeven jaar geleden stapte ik vol goede moed een Nijmeegse collegezaal binnen voor mijn eerste college oudheid. Van de crisis was nog geen sprake; zelfs een historicus vond toch zeker binnen een half jaar wel een (leuke) baan. Maar de banken vielen, het vertrouwen nam af, de bezuinigingen namen toe en de banen verdampten. Ach, dat zou wel overwaaien. Toch?

Tijdens mijn studie leek de arbeidsmarkt nog ver weg. Solliciteren, daar was ik nog niet klaar voor. Eerlijk gezegd maakte ik me ook geen zorgen. Die baan, die kwam er wel en ik wilde de jaren voor die baan vullen met een studie die mij vermaakte, inspireerde en verder liet kijken dan de wereld die ik kende. Mijn keuze voor Geschiedenis was snel gemaakt, maar wat biedt die studie met oog op de toekomst? Deze vraag zou mij de daaropvolgende zes jaar achtervolgen.

De vier jaren van mijn bachelor vulde ik met vakken van Geschiedenis, Engelse letterkunde, Amerikanistiek en een educatieve minor. Ik was voor een jaar bestuurslid, nam plaats in verschillende (feest)commissies en werkte als vrijwilliger bij RTV Arnhem. Van enige vorm van richting was nog geen sprake. Ik deed wat ik leuk vond en dat moest genoeg zijn. Ik koos voor een brede master en werd een ‘van-alles-een-beetje-kunner’. Na de eerste master kwam een tweede master: een gerichte master met een duidelijke focus. Het had 5 jaar geduurd, maar eindelijk wist ik wat ik waar mijn hart lag. Politiek was mijn passie en de master Politiek & Parlement gaf kleur aan mijn politieke droom.

En dan een baan…
Half november wees een vriendin me op een traineeship bij de Provincie Gelderland. Ze zochten tien flexibele, creatieve, resultaatgerichte generalisten. Mijn mondhoeken krulden op, want ik had in de voorgaande jaren ontzettend mijn best gedaan een generalist te worden. Ik wist van zo veel, zo weinig. Hoewel de eerste woorden voor mijn scriptie nog niet op papier stonden, besloot ik te solliciteren. Het was in ieder geval een goede sollicitatietraining en wie weet zou ik er nog iets van opsteken. Nooit geschoten… toch? Zo schreef ik, nog vol enthousiasme en met mijn politieke droom in mijn achterhoofd, mijn eerste – echte – sollicitatiebrief. Een eerlijke brief vol passie en ambitie en eerlijk gezegd dacht ik dat het daar bij zou blijven. Mijn verbazing was dan ook groot toen ik werd uitgenodigd voor de eerste ronde. Wat moest ik aan? Waar moest ik het over hebben? Wat doet de Provincie eigenlijk? Ik had slechts enkele dagen om mij met deze vragen bezig te houden, want binnen een week stond ik op de trappen van het Huis der Provincie in Arnhem voor drie speeddates. Na drie vluchtige gesprekken met drie voor mij nog altijd onbekende gezichten – die mij trouwens niet beplakten met onaardige rode of prijzende groene stickers – en het invullen van een vragenlijst over mijn ambities, dromen en persoonlijkheid, verliet ik na ongeveer een uur het gebouw. Die middag volgde het e-assessment. Ik en 49 anderen werden uitgenodigd om deze gevarieerde vragenlijst eerlijk in te vullen. ‘Er bestaan geen foute antwoorden.’ Tientallen gewetensvragen schoten over mijn beeldscherm. Leid of volg ik liever? Vind ik sporten ontspannend, leuk of doe ik het omdat het moet? Liever in het middelpunt of toch meer een muurbloempje? Liegen kon niet, want ik wist niet waar ‘zij’ precies naar zochten en dus vulde ik maar eerlijk de vragenlijst in.

In dit geval duurde eerlijkheid niet zo lang. Binnen enkele dagen kreeg ik bericht. Ik werd uitgenodigd voor de laatste ronde: een gesprek en een presentatie over mijn passie en ambitie bij de Provincie. De zenuwen sloegen toe. Dagen twijfelde ik met welke passie ik de selectiecommissie het meest zou overtuigen. Was politiek als passie niet teveel een open deur? Zal ik liegen en vol gedrevenheid vertellen over hoe ik mijzelf kan verliezen in een goed boek? Koken, is dat geen cliché? Of zal ik gewoon eerlijk vertellen dat sneeuw mij gelukkig maakt? Diep geconcentreerd werkte ik uren aan mijn prezi (alle hippe snufjes helpen) over mijn voorliefde voor politiek. En zo presenteerde ik ‘hen’ op een koude winterochtend om kwart over acht, zwetend voor een openhaard al wiebelend op mijn hoge hakken met knikkende knieën, mijn passie. Dat het hierop volgende gesprek met twee HR managers het zwaarst woog, hoorde ik vijf minuten na aanvang van het gesprek. Er was geen weg meer terug! Daar zat ik dan, vol overgave mezelf te zijn. En ook ik kreeg eindelijk een ‘stickertje’. Ik was volgens de MBTI persoonlijkheidstest de geheimzinnige code ENFJ. “Je mag thuis opzoeken wat dat betekent”. Was een ENFJ’tje zijn goed, of goed genoeg? Eén e-assessment, één presentatie over mijn passie, één gesprek en tien dagen later was in trainee bij de Provincie Gelderland. Ik had geschoten en het was raak!

Recept voor succes?
Nu, enkele maanden later, denk ik zo af en toe nog even terug aan vrijdagavond 14 december ongeveer 21.20 uur. Mijn telefoon ging en ik schrok. Een Arnhems nummer, zou dat de Provincie zijn? Ik was zo blij, maar ook oprecht verrast. De weken na dit telefoontje stelde verschillende mensen, maar ook ikzelf, de vraag: waarom en hoe? Op de vraag ‘waarom ik?’ kan ik tot op de dag van vandaag geen volledig en helder antwoord geven. Wat ik wel weet, is dat ik pas binnen de groep trainees en dat ik houd van mij werk bij de Provincie. Dit traineeship is voor mij niet enkel een eerste baan, maar mijn eerste droombaan. Hoe ik en niet die 940 anderen deze baan heb gekregen? In ieder geval niet, in tegenstelling tot mijn collega werkzaam als trainee bij de Toekomst van Brabant,[1] door eindeloos intelligentietestjes te doen; ik heb geen diagram-menreeks gezien. Ook heb ik niet gepoogd de ondoorgrondeljike geest van de HRM-er te doorgronden. Ik ben enkel die enthousiaste, bevlogen, betrokken historica gebleven. Ik heb in geen enkel antwoord over mijzelf gelogen en heb geen seconde getwijfeld of ik juist zou zijn voor deze baan; ik wilde deze baan zo graag! Daarnaast kan ik met volle overtuiging zeggen dat mijn keuze voor de opleiding Geschiedenis de juiste keuze is geweest. De vaardigheden die ik gedurende mijn, aan focus ontbrekende, studietijd heb opgedaan helpen mij dagelijks in mijn werk.

Voor de mensen die benieuwd zijn naar mijn IQ; ook de Gelderse trainees hebben nadat ze waren aangenomen als onderdeel van hun assessment een IQ-testje gedaan. Mijn IQ is niet hoger dan WO gemiddeld. Ik blink niet uit in het maken van cijferreekjes en heb geen uitzonderlijk ruimtelijk inzicht. Daarnaast heb ik nog nooit een boek met de theorieën achter deze weinig inspirerende opgaven opengeslagen. Elke baan kent een andere selectie, elke selectiecommissie stelt andere eisen en binnen elk traineeship zoekt men naar specifieke eigenschappen. De één plakt stickers, de ander tekent vinkjes achter een naam en weer een ander geeft je een vierletterige code mee. Wat werkt voor de één, mislukt faliekant bij een ander. Maar niet geschoten is altijd mis. Geloof in elk geval bij ieder schot dat je lost dat je kunt raken. Als jij het al niet gelooft, waarom zouden ‘zij’ dat dan wel doen…

Anouk Keune (1988) is historica en is momenteel als trainee verbonden aan de Provincie Gelderland.


[1] R. Lauret, ‘Politieke theorie? Loket 4’, Volonté Générale n°1 (2013) 24-26, beschikbaar via: http://www.volontegenerale.nl/post/44550309165/volonte-generale-2013-1 (geraadpleegd op 27 mei 2013).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>