Onderwijsintensivering

Sander Weijers

Al enkele jaren moet volgens menig politicus de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland omhoog. Terwijl de economische crisis door raast en tal van bezuinigingen worden doorgevoerd in het hoger onderwijs, besloot voormalig staatssecretaris van onderwijs Halbe Zijlstra dat het maar eens afgelopen moet zijn met de, volgens hem heersende, zesjescultuur. De Nederlandse studenten moeten weer excelleren. In 2011 werd dan ook besloten dat alle bachelor studies, ter bevordering van de kwaliteit, een minimaal aantal contacturen moeten hebben. In de praktijk zou dit vooral betrekking hebben op de alfa en gamma wetenschappen, de bèta’s hadden al ruimschoots genoeg contacturen per week. Vanaf het studiejaar 2012-2013 is dit idee op de Radboud Universiteit tot uitvoering gebracht, waardoor de hedendaagse bachelor student minimaal vijftien contacturen per week heeft. Dat er wordt gestreefd naar een hogere kwaliteit van het onderwijs zal niemand tegen staan, het is alleen de vraag of onderwijsintensivering hier daadwerkelijk aan bij draagt.

Het aanbieden van meer contacturen lijkt op het eerste gezicht de kwaliteit van het hoger onderwijs in de bachelor fase te verbeteren. Docenten hebben de ruimte om dieper in te gaan op de leerstof, kunnen meer tijd steken in het beantwoorden van vragen van studenten en hebben de mogelijkheid om discussies aan te gaan. Studenten krijgen meer colleges en dus meer leerstof aangeboden, waardoor er simpel gezegd meer kennis wordt overgedragen. Dat het voor de student zwaarder wordt om een vak bij te houden,  doet niet af aan het feit dat de kwaliteit van het onderwijs op papier door deze maatregel zou moeten worden verbeterd. Het instellen van een minimaal aantal contacturen doet al snel denken aan de gevreesde ‘ophok uren’, maar de meeste hoorcolleges zijn doorgaans niet verplicht. Het bij wonen van hoorcolleges behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van de student.

Hoe gemakkelijk verzonnen ook, in eerste instantie lijkt het erop dat deze maatregel de kwaliteit van het hoger onderwijs zou  moeten verbeteren. Dit neemt echter niet weg, dat er nog eens kritisch kan worden nagedacht over de werkelijke effectiviteit van meer contacturen. Waar deze maatregel ten eerste te kort schiet, is de gedachte dat studenten tijdens college de hele tijd hun volledige aandacht voor het lesmateriaal hebben. Het aanbieden van meer colleges voor een geslaagde bevordering van de kwaliteit van het onderwijs hangt voor een deel af van de participatie van studenten tijdens deze colleges. Een onderwijsinstelling kan nog zoveel colleges aanbieden met de assumptie dat studenten deze zullen bij wonen, maar dat betekent niet dat studenten de hele tijd zullen opletten, zeker met het oog op de concentratie spanningsboog van de hedendaagse student. Deze stelling heeft natuurlijk ook betrekking op de tijden voor de onderwijsintensivering. Het is echter de vraag of bijvoorbeeld het verhogen van het aantal colleges van twee naar drie per week of het langer laten doorgaan van colleges zinvol is. Het gebruik van laptops en Iphones is tegenwoordig ontzettend groot, wat het voor veel studenten moeilijk maakt om zich niet te laten af leiden.

Het heeft niet alleen weinig zin om meer contacturen aan te bieden, wanneer studenten tijdens deze contacturen hun aandacht er maar moeilijk bij kunnen houden, ook is het niet ondenkelijk dat het voor docenten lastig is om deze uren in te vullen. Hoewel docenten meer ruimte hebben om dieper in te gaan op de stof, pakt dit in de praktijk vaak anders uit. De meeste vakken zijn niet afgestemd op het gestegen aantal contacturen. Zodoende heeft de docent meestal nog niet de tijd gehad om het vak hierop aan te passen, waardoor nieuwe uren simpelweg worden gevuld met het vertonen van youtube filmpjes. Niet dat youtube filmpjes per definitie niet leerzaam zijn, maar het is onnodig om studenten hiervoor in de collegezaal te houden.

Dit lijkt alleen op de korte termijn een probleem te zijn, want als docenten eenmaal gewend zijn aan de uren die ze erbij krijgen voor het geven van college, kunnen ze deze naar eigen inzicht met extra leerstof invullen. Docenten kunnen bepaalde thema’s binnen vakken beter uitlichten, waardoor de studenten uiteindelijk een breder pakket aan kennis krijgen aangeboden. Een hogere mate van kennisoverdracht kan gepaard gaan met de na te streven verhoging van de kwaliteit van het onderwijs. Of dit daadwerkelijk opgaat, is de vraag. Goede docenten hebben hun vakken waarschijnlijk al zo ingericht dat alle belangrijke vraagstukken, thema’s en auteurs er al in verwerkt zijn. Wanneer alle vooraanstaande teksten of onderzoeken worden behandeld binnen een vak, is het dan nog wenselijk om verder uit te breiden naar andere, wellicht kwalitatief mindere teksten? Studenten zien dan mogelijkerwijs door de bomen het bos niet meer, wat niet altijd handig is voor het streven naar hoge resultaten.

Is het volgens deze veronderstelling nog raadzaam om te kiezen voor het verhogen van het aantal contacturen ter bevordering voor de kwaliteit van het onderwijs? Het lijkt erop dat de onderwijsintensivering te snel is doorgevoerd, waardoor studenten en met name docenten hier maar halfslachtig op hebben kunnen anticiperen. Van studenten wordt verwacht beter te presteren door de aangeboden uren, maar is dit in de praktijk realiseerbaar als veel studenten nu al moeite hebben om de volle aandacht te houden bij hoorcolleges? Van docenten wordt verwacht dat ze hun kennis beter kunnen overbrengen, maar is dit in de praktijk noodzakelijk als de extra ruimte kan worden ingevuld met weinig boeiende teksten of youtube filmpjes die de meeste studenten ook thuis kunnen kijken?

Het verhogen van de kwaliteit van het hoger onderwijs is iets wat iedereen wil, want het leidt tot gemotiveerde en kritische studenten die de wetenschap een stukje verder kunnen brengen. Het is naïef om te denken dat dit kan worden bereikt door het instellen van een minimaal aantal contacturen voor studies. Het wordt tijd dat universiteiten en beleidsmakers een structureel plan bedenken voor kwalitatief hoog onderwijs, in plaats van het te snel invoeren van weinig zinvolle maatregelen.

Sander Weijers (1990) is vierdejaars student sociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>