Het interculturele cabaret en de invloed ervan op interetnische relaties

Linda Fernandez Beiro

De afgelopen jaren is de Nederlandse bevolkingssamenstelling sterk veranderd door de komst van verschillende groepen migranten. Het heeft geleid tot een cultureel diverse samenleving, met nieuwe inzichten maar ook nieuwe problemen. Er wordt op verschillende manieren met deze problemen om gegaan: politici polderen erover en cabaretiers maken er grappen over. Terwijl de multiculturele samenleving voor de Nederlandse burgers steeds gewoner werd, kwam er een eerste generatie allochtone cabaretiers op. Het cabaret werd echter niet alleen veranderd door deze cabaretiers, maar ook door autochtone cabaretiers als Hans Teeuwen en Theo Maassen die migranten voor het eerst een rol lieten spelen in hun voorstellingen.[1] De opkomst van het interculturele cabaret was een feit.

Intercultureel cabaret wordt vaak omschreven als cabaret waarin allochtone cabaretiers een rol spelen. Hierbij wordt echter buiten beschouwing gelaten dat er ook autochtone cabaretiers zijn die de culturele diversiteit als thema voor hun theaterprogramma kiezen en andersom zijn er ook enkele allochtone cabaretiers die dit juist weigeren te doen. Het doel van het interculturele theater is met name om interculturele communicatie te stimuleren en het publiek te laten nadenken over wat er gebeurt in een cultureel diverse samenleving.[2] Het intercultureel cabaret kan omschreven worden als een vorm van cabaret waarbij de thematiek van culturele diversiteit wordt gebruikt als onderwerp van het programma, zij het door autochtone of allochtone cabaretiers.

De cabaretier Najib Amhali, naar eigen zeggen, de Marokkaan uit de Jordaan, wist vorig jaar als eerste cabaretier het Ziggo Dome in Amsterdam vol te krijgen met zijn show ‘Alles komt goed’. Opvallend was de samenstelling van het publiek: jong en oud, man en vrouw en met verschillende culturele achtergronden. Dit riep de volgende vraag op: als het Najib Amhali lukt al deze mensen bij elkaar te krijgen en samen te laten lachen, welke invloed kan het interculturele cabaret dan hebben op de relaties tussen diverse etnische groepen in onze samenleving?

De invloed van het interculturele cabaret op de wederzijdse beeldvorming     
Door de toestroom van migranten naar ons land kwamen mensen met verschillende culturele achtergronden samen te leven. Gijsberts en Dagevos lieten in 2004 al zien dat de onderlinge beeldvorming tussen deze groepen niet altijd even positief is. [3] De denkbeelden die verschillen-de etnische groepen over elkaar hebben zijn vaak gebaseerd op stereotyperingen. Een stereotype is de benadrukking van een bepaald kenmerk van een groep en het toeschrijven van dit kenmerk aan alle leden van die groep. Positieve kenmerken die door autochtone Nederlanders aan leden van etnische minderheidsgroepen worden toegeschreven zijn dat ze gastvrij, beleefd en vriendelijk zijn. Daartegenover staan echter negatievere kenmerken als minder netjes, verdraagzaam, hulpvaardig en eerlijk. Etnische minderheden lijken over het algemeen iets positiever te zijn over de autochtone Nederlanders dan omgekeerd. Positieve eigenschappen die aan autochtonen worden toegeschreven zijn vriendelijk, gezellig, netjes en hulpvaardig. Negatieve eigenschappen zijn dat autochtonen als niet erg gastvrij, minder verdraagzaam en niet zo beleefd worden gezien.

Evenals de wederzijdse beeldvorming zijn ook etnische grappen vaak gebaseerd op stereotyperingen. Etnische grappen zijn grappen over etnische groepen en hebben als kenmerk dat ze korter zijn dan andere grappen. Het is vaak genoeg om even de grens over te steken van wat gezegd kan worden en wat niet. Het maken van etnische grappen was tot de jaren negentig taboe in Nederland.[4] Veel cabaretiers durfden lange tijd niet het etnische thema als onderwerp van hun grappen te gebruiken. Een omslag in de taboesfeer over etnische grappen was de opkomst van stand up comedy in Nederland, en met name de oprichting van de Comedytrain.[5]

De Comedytrain bleek een aantrekkelijke plaats te zijn voor jonge comedians van buitenlandse afkomst. Eric van Sauers, Najib Amhali, Howard Komproe en Roué Verveer zijn voorbeelden hiervan. Deze comedians presenteerden zich graag als leden van een minderheid. Dit gold niet alleen voor de cabaretiers van buitenlandse afkomst, maar ook voor cabaretiers als Hans Teeuwen en Theo Maassen die hun Brabantse accent maar al te graag inzetten. Door middel van etnische grappen probeerden de comedians bestaande vooroordelen te ontkrachten door ze belachelijk te maken.[6] De vraag is welke rol deze grappen alswel de opkomst van het intercultureel cabaret kunnen spelen in de wederzijdse beeldvorming tussen verschillende etnische groeperingen in Nederland.

Humor zet mensen aan het denken. In het interculturele cabaret wordt dit gedaan door verschillende culturele groepen met elkaar te confronteren. Wat cabaretiers binnen het interculturele cabaret proberen te doen, komt sterk overeen met wat antropologen trachten te bereiken: het bekende onbekend maken en het onbekende bekend. Shadid is van mening dat positieve interculturele communicatie tussen verschillende etnische groepen niet kan ontstaan wanneer de wederzijds beeldvorming voornamelijk gebaseerd is op generalisaties en vooroordelen.[7] Om verschillende etnische groepen dichter bij elkaar te brengen is het belangrijk aandacht te besteden aan die wederzijdse beeldvorming, en met name aan de aanwezige vooroordelen en generalisaties.

Van Heuven laat zien hoe het interculturele cabaret van Najib Amhali omgaat met het heersende wij-zij denken.[8] Najib Amhali probeert hier mee om te gaan door culturen met elkaar in botsing te brengen. Volgens van Heuven is het belangrijk op te merken dat de allochtone cabaretier niet alleen een andere culturele achtergrond heeft maar ook een Nederlandse. Er is vaak sprake van meervoudige culturele identificaties. Identificatie kan omschreven worden als een proces van het creëren, onderhouden en breken van relaties. Het is een dynamisch proces. Mensen voelen zich vaak verbonden met meerdere groepen of culturen en dit gevoel van verbondenheid kan in de loop van tijd ook toe- of afnemen.[9] Najib Amhali legt in zijn voorstellingen heel bewust de nadruk op zijn meervoudige identificaties: soms beschouwd hij zichzelf als Marokkaan, dan weer als Nederlander en dan weer als ‘besnedelander’. Het ene moment neemt hij de positie van de Nederlander in ten opzichte van allochtonen, het andere moment laat hij Nederlanders zien hoe er door allochtonen over hen gedacht wordt.

Een voorbeeld uit Najib Amhali’s meest recente show ‘Alles komt goed’ gaat over het vooroordeel dat Marokkanen iets tegen homoseksuelen zouden hebben. Op de vraag of hij iets tegen homoseksuelen heeft reageert Najib als volgt: ‘ikke niet hè, dat is een vooroordeel […] Ik heb een hele goede vriend, een van mijn beste vrienden, en die kent iemand en die heeft een broer en zijn neef woont naast een homo.’ Door het vooroordeel te ontkennen en tegelijkertijd het vooroordeel weer naar voren te brengen en er een grap over te maken probeert hij te laten zien dat het allemaal niet zo zwart-wit is. Dit leidt ertoe dat er een positieve interculturele communicatie kan ontstaan tussen verschillende etnische groepen. Deze kan niet ontstaan wanneer de wederzijds toegeschreven culturele identiteiten voornamelijk gebaseerd zijn op generalisaties en vooroordelen. Een voordeel van cabaretiers met meervoudige culturele identificaties is hun vermogen om grappen te kunnen maken voor zowel het allochtone als autochtone publiek. Eén van de redenen waarom deze cabaretiers hier toe in staat zijn, is vanwege de verschillen tussen culturen. Humor verschilt van cultuur tot cultuur. Nederlanders vinden soms andere dingen grappig dan Marokkanen. Het kan lastig zijn andermans humor te begrijpen wanneer je te weinig kennis over de ander hebt. Grappen zijn vaak gebaseerd op impliciete verwijzingen naar cultuur die alleen voor leden van die cultuur te begrijpen zijn. Daarnaast is humor ook sterk verbonden aan de grenzen, normen en waarden van een cultuur.[10] Cabaretiers met meervoudige culturele identificaties hebben zowel kennis van de Nederlandse als wel van andere culturen. Zij hebben het gevoel tot meerdere culturen te behoren en kunnen hierdoor treffende grappen maken die door zowel allochtone als autochtone Nederlanders grappig gevonden worden.

Een andere positieve invloed die het intercultureel cabaret kan hebben, is de potentie om maatschappelijke spanningen te verminderen. Eén van de drie belangrijkste humortheorieën, the relief theory van Spencer, onderschrijft dit effect van humor. Spencer vergelijkt het maken van een grap met het openen van het ventiel van een stoompijp: de druk wordt er af gehaald. Dit betekent dat een grap sociale gevoelens van spanning en onderdrukking op een positieve manier kan uiten, zodat deze sluimerende gevoelens niet op een negatieve manier tot een uitbarsting komen.[11] Ook de antropologische theorie van Radcliff Brown over joking relationships laat zien dat het belangrijk is via humor spanningen te uiten. Joking relationships zijn relaties waarin het verplicht is grappen te maken met en over elkaar. Brown ziet deze relaties als een manier om spanningen binnen relaties in de hand te houden. Grappen maken ten koste van de ander is in dit geval een manier om negatieve gevoelens niet tot een directe ontploffing te laten komen.[12]

Hoewel etnische humor en cabaretiers met meervoudige culturele identificaties dus positieve invloeden zouden kunnen hebben op interetnische relaties zijn er ook auteurs die dit in twijfel trekken. Zo zijn Zamudio en Rios van mening dat het interculturele cabaret en de hierbij naar voren komende etnische grappen een uiting zijn van racisme of mensen kunnen aanzetten tot racisme.[13] Het lachen om etnische minderheden zou voortdurend gebeuren op basis van negatieve stereotyperingen. Deze stereotyperingen leiden tot othering, een bepaalde manier van praten over anderen waarbij de nadruk wordt gelegd op hun marginaliteit en anders zijn.

Een bijkomend tekortkoming van het intercultureel cabaret lijkt te zijn dat alleen cabaretiers met meervoudige culturele achtergronden grappen kunnen maken over allochtonen en autochtonen. Over het algemeen geldt de regel dat iedereen grappen mag maken over zijn eigen groep en ook minderheidsgroepen onder elkaar mogen dit doen. Het wordt echter niet gewaardeerd als er grappen worden gemaakt over groepen met een lagere status. Zo zal een grap over obesitas verteld door een dikke comedian eerder gewaardeerd worden dan dezelfde grap verteld door een dun persoon. Ditzelfde geldt voor etnische grappen. Wanneer autochtone cabaretiers grappen maken over leden van etnische minderheden kunnen deze nog wel eens verkeerd vallen en tot irritaties en frustraties leiden. Een reden hiervoor is het machtsverschil dat tussen de meerderheid en de minderheden in de samenleving bestaan. In Nederland vormt de autochtone bevolking de dominante meerderheid en de allochtone bevolking bestaat uit meerdere etnische minderheidsgroepen.[14] Een etnische minderheid kan worden gedefinieerd als een groep die in aantal inferieur is aan de rest van de bevolking, die politiek niet-dominant is en die wordt weergegeven als een etnische categorie.[15]

Veel interetnische relaties in samenlevingen zijn sterk asymmetrisch met betrekking tot de toegang tot politieke macht en economische hulpbronnen. Dit is ook het geval bij de meerderheidsgroep en de diverse etnische minderheidsgroepen in de Nederlandse samenleving.[16] Zo blijken minderheidsgroepen in Nederland vaak een lagere positie te bekleden op de arbeidsmarkt en op het gebied van huisvestiging dan de autochtone bevolking. Daarnaast is het vaak de dominante groep in de samenleving die de eigen sociaal gangbare opvattingen over hoe je moet zijn, als normaal en vanzelfsprekend vinden. Deze houding kan leiden tot uitsluiting van etnische minderheidsgroepen. Wanneer de nationale identiteit door de dominante autochtone bevolking bepaald wordt, is het voor nieuwkomers lastig om zich betrokken te voelen. Als reactie hierop gaan minderheden zich terug trekken in de eigen groep en grijpen ze terug naar hun oorspronkelijke culturele identiteit en waarden. Dit leidt tot meer houvast, maar tegelijkertijd ook tot een defensieve houding ten opzichte van diegenen die deze identiteit bespotten.[17] Deze machtsverschillen binnen het cabaret leiden er toe dat de beeldvorming niet wederzijds veranderd kan worden. De cabaretier Howard Komproe is van mening dat het in de ideale situatie zo zou moeten zijn dat een autochtone  cabaretier een grap kan maken over allochtonen, waarbij deze zelf ook om deze grap kunnen lachen.[18] In dat geval zouden de verhoudingen compleet zijn en kunnen zowel autochtone als allochtone cabaretiers zwart-wit tegenstellingen op heffen en de wederzijdse beeldvorming beïnvloeden.

Tot slot is het nog maar de vraag hoe groot het bereik van het interculturele cabaret is. Ten eerste trekken cabaretiers vooral mensen aan die al interesse hebben in het multiculturele thema of die er in elk geval voor open staan. Het blijkt dat de eerder genoemde positieve invloeden van het interculturele cabaret niet volledig tot hun recht kunnen komen, vanwege de geringe deelname aan cultuurevenementen door allochtone jongeren. Deze geringe deelname kan onder meer verklaard worden door een lager opleidingsniveau en de culturele achtergrond.[19] Het culturele aanbod wordt vaak als ‘te wit’ ervaren.[20] Op deze manier worden etnische minderheden niet bereikt en zal er dus ook niet veel veranderen in de beeldvorming van etnische minderheden ten opzichte van autochtonen.

Hoewel het cabaret nu nog te weinig leden van etnische minderheidsgroepen trekt, blijkt dat deze vorm van culturele activiteiten door de laagdrempeligheid wel de meeste potentie heeft om een allochtoon publiek aan te trekken.[21] Het interculturele cabaret kan hier een grote rol in spelen. Cabaretiers die zowel de Nederlandse cultuur als een andere cultuur gebruiken in hun voorstellingen hebben de potentie het theater minder ‘wit’ te maken, waardoor allochtonen hier meer gebruik van kunnen maken. In dit geval zouden ook de positieve invloeden van het intercultureel cabaret deze groep kunnen bereiken.

Linda Fernandez Beiro (1991) is cultureel antropoloog en volgt momenteel de master Vraagstukken van beleid en organisatie aan de Universiteit Utrecht.


[1] Niemantsverdriet, T. en P van Wiechen. 2006. Cabaretiers over de grenzen van de humor. Vrij Nederland, 21 oktober.

[2] Veenman, M.K. 2008. Hoe gekleurd wil je het hebben? Over interculturele communicatie en culturele diversiteit in Utrechtse culturele instellingen. Bachelorscriptie, Hogeschool Utrecht.

[3] Gijsberts, M. en J. Dagevos. 2004. Concentratie en wederzijdse beeldvorming tussen autochtonen en allochtonen. In: Migrantenstudies, (20) 3, pp 145 – 168.

[4] M. Meijer, ‘7 september 1990. De eerste Comedynight in het Anthonytheater in Amsterdam. De minderheid aan de macht in de Comedytrain’, in: R. Buikema, en M. Meijer. Cultuur en migratie in Nederland. Kunsten in beweging 1980-2000 (Den Haag 2004).

[5] T. Niemantsverdriet en P. van Wiechen, Cabaretiers over de grenzen van de humor’, Vrij Nederland (21 oktober 2006).

[6] Meijer, ‘7 september 1990’.

[7] W. A. R. Shadid, Beeldvorming: de verborgen dimensie bij interculturele communicatie (Tilburg 1994).

[8] R. van Heuven, ‘“Dat mag je dan weer niet zeggen over Eskimo’s”: Het interculturele cabaret van Najib Amhali’, in: M. Bleeker e.a., Multicultureel drama? (Amsterdam 2005).

[9] WRR, Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, 2007. Identificatie met Nederland. Amsterdam, Amsterdam University Press.

[10] G. Kuipers, Goede humor, slechte smaak: een sociologie van de mop, Proefschrift Universiteit van Amsterdam (2001).

[11] O. H. Lynch, ‘Humorous Communication: Finding a place for humor in Communication Research’, Communication Theory 12 (2002) 423-445.

[12] Kuipers, Goede humor, slechte smaak: een sociologie van de mop.

[13] M. M. Zamudio en F. Rios, ‘From Traditional to Liberal Racism: Living Racism in the Everyday’, Sociological Perspectives 49 (2006) 483-501.

[14] M. Verkuyten, Identiteit en Diversiteit: De tegenstellingen voorbij (Amsterdam 2010).

[15] T. H. Eriksen, Ethnicity and Nationalism (New York 2002) 121.

[16] Eriksen, Ethnicity and Nationalism 133.

[17] Verkuyten, Identiteit en Diversiteit: De tegenstellingen voorbij.

[18] H. Komproe, De grens van de grap (Amsterdam 2013).

[19] A. van den Broek,  J. de Haan en F. Huysman. Cultuurbewonderaars en cultuurbeoefenaars: Trends in cultuurparticipatie en mediagebruik, Rapport Sociaal en Cultureel Planbureau (Den Haag 2009); A. Elffers, C. van der Hoeven en L. Ranshuysen, Gezocht: jonge theaterbezoekers.Onderzoek naar succesvolle methodieken voor jongerenmarketing in de podiumkunsten. (Rotterdam 2004).

[20] W. van Iperen,  ‘Verschillen in cultuurdeelname tussen allochtone en autochtone jongeren: Een vergelijking op basis van gegevens van het CKV1-Volgproject’,  Cultuur + Educatie 6 (2003) 120-149.

[21] R. Romeijn, Jongeren met een niet-westerse achtergrond: hoe kan een theater ze bereiken? Een kwantitatief doelgroeponderzoek naar het smaakpatroon van jongeren met een niet-westerse achtergrond, Master thesis Universiteit Utrecht (2010).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>