Het EU-beleid ten aanzien van de Roma

Antonie van Campen

Al eeuwen wonen de Roma[1] in Oost-Europa en al net zolang worden ze gediscrimineerd. In september dit jaar nog kwamen demonstranten in Bulgarije in opstand tegen de ‘straffeloosheid’ die de Roma-minderheid zou genieten en wierpen zich op als ‘beschermers van de Bulgaarse natie.’ Het gevolg was  een golf van geweld tegen de Roma-minderheid.[2] Dit voorbeeld staat helaas niet op zichzelf. In veel Europese landen vindt geweld tegen Roma plaats en heeft dit ‘vernietiging van eigendom, verwondingen of de dood tot gevolg.’[3] Ook andere vormen van discriminatie vinden plaats. Zo worden bijvoorbeeld kinderen van Roma in speciale klassen geplaatst of in scholen voor kinderen met beperkingen[4] en worden Roma-vrouwen soms gedwongen tot sterilisatie.[5]

Het afgelopen decennium is de Roma-problematiek echter hoger op de Europese politieke agenda komen te staan. In juni 2011 schaarden de Europese leiders zich zelfs unaniem achter een Europees kader voor nationale strategieën waardoor alle lidstaten voor het eind van dit jaar moeten aangeven hoe zij de sociaal-economische omstandigheden van de Roma-gemeenschap op hun grondgebied gaan verbeteren.[6]

De aandacht voor de Roma op supranationaal niveau is verrassend. Nog niet zo lang geleden zou het onmogelijk zijn geweest dat alle lidstaten zich committeren aan het maken van een samenhangend programma, met als peilers de vier nationale beleidsterreinen: onderwijs, werk, gezondheidszorg en huisvesting. In dit artikel focus ik daarom op de ontwikkelingen die bijgedragen hebben aan een meer geïntegreerde beleidsbenadering op Europees niveau.

Het uitbreidingsproces
Volgens schattingen van de Europese Commissie (EC) leven ongeveer tien tot twaalf miljoen Roma in de Europese Unie (EU) waarvan de meeste woonachtig zijn in Bulgarije, Slowakije en Hongarije. Dit maakt hen de grootste etnische minderheid in de Unie.[7] Discriminatie, sociale uitsluiting en segregatie waarmee deze minderheid wordt geconfronteerd hebben elkaar in de loop der jaren versterkt. Het gevolg is een beperkte toegang voor veel Roma tot onderwijs, banen en diensten met als gevolg lage inkomensniveaus, ondermaatse woonomstandigheden, een slechte gezondheid en een kortere levensverwachting voor veel van hen.

Voordat enkele Centraal- en Oost-Europese landen in 2004 toetraden, begonnen de westerse lidstaten en de EU meer aandacht te besteden aan de situatie van de Roma in de kandidaat-lidstaten. Een aanzienlijk deel van hen leefde immers in marginalisatie en in slechte sociaal-economische omstandigheden en dat sluit niet aan bij de Europese waarden.[8] Daarnaast bestond er bij de westerse lidstaten angst voor migratie. De bescherming van de rechten van minderheden was daarom één van de precondities voor EU-lidmaatschap. In rapportages van de EC en het Europees Parlement (EP) werd herhaaldelijk aangedrongen op maatregelen om de situatie van de Roma te verbeteren. Op papier beloofden de nieuwkomers dit te doen, maar in de praktijk veranderde de situatie voor veel Roma niet. Roma gingen dan ook op zoek naar een beter leven in Westerse lidstaten maar werden regelmatig teruggestuurd naar het land waar zij vandaan kwamen. Zo vond gedwongen uitzetting naar Servië plaats door landen als Duitsland, Denemarken, Zwitserland en Zweden.[9] In 2007, het jaar dat Bulgarije en Roemenië toetraden tot de EU, gaf de Italiaanse overheid toestemming aan lokale autoriteiten om EU-inwoners uit te zetten die een gevaar vormden voor de publieke veiligheid. Dit was een reactie op de sterke stijging van criminaliteit die door veel mensen beschouwd werd als afkomstig van buitenlandse inwoners: meestal de Roma-gemeenschap uit Roemenië. Dit leidde tot een ontmoeting tussen de Italiaanse premier Romano Prodi en de Roemeense premier Călin Popescu-Tăricean in november 2007 waarbij de twee mannen opriepen tot een ‘Europese strategie voor de inclusie van de Roma.’[10]

In hetzelfde jaar erkenden alle EU-leiders voor het eerst dat de situatie van de Roma-gemeenschap een specifiek probleem vormde. De Europese Raad riep de EU en de lidstaten op alle middelen aan te wenden om de sociaal-economische inclusie van de Roma te verbeteren en verzocht de EC een rapport te maken van alle beleidsinstrumenten die beschikbaar waren om deze kwestie aan te kaarten.  In 2008 is het door de EC in kaart gebracht en werd de Roma-problematiek omschreven als een met integratie gerelateerd probleem dat veroorzaakt werd door de lidstaten en de Roma zelf. [11]

Al snel volgde een Europese Roma ‘top’, georganiseerd door de EC voor EU-instituties, de lidstaten en het maatschappelijk middenveld. Daar ontstond het idee voor een Europees platform voor de integratie van Roma. Daar kunnen, onder leiding van het roulerend EU voorzitterschap, nationale overheden, Europese instellingen, internationale organisaties en middenveldvertegenwoordigers samenkomen om samenwerking te stimuleren en ervaringen uit te wisselen.[12] Naast dit besluit kwam de top ook tot een tiental basisbeginselen[13] met betrekking tot Roma integratie.[14] Tijdens de platformbijeenkomsten identificeerden de deelnemers verder een viertal pijlers: onderwijs, werkgelegenheid, gezondheid en huisvesting. Op deze gebieden moest worden gefocust om de integratie van Roma te bevorderen.[15]

De Open Methode van Coördinatie
In 2008 stelde een resolutie van het EP dat de EC een meer proactieve rol moest aannemen met betrekking tot een ‘Europese raamwerkstrategie voor Roma-inclusie.’[16] Door de twee Hongaarse Roma-Europarlementariërs, Viktória Mohácsi en Lívia Járóka, kreeg de resolutie veel aandacht. Verscheidene lidstaten uit Centraal en Oost-Europa, zoals Bulgarije en Hongarije, steunden dit voorstel. Ondanks de roep om een Europese raamwerkstrategie vond de EC het echter een verantwoordelijkheid van de lidstaten zelf.  De EU-competenties met betrekking tot sociale inclusie zijn namelijk beperkt. De EC heeft niet de autoriteit, legitimiteit en mogelijkheid om centraal beleid op dit gebied op te leggen. Sociaal beleid is immers een gevoelig beleidsterrein waar EU-lidstaten in grote mate hun soevereiniteit willen behouden.

De Commissie wees daarom liever op een aantal EU-instrumenten ter ondersteuning van de integratie van de Roma. Artikel 19 van het EU-Werkingsverdrag (VWEU), de non-discriminatiebepaling, is de belangrijkste bepaling op het gebied van de grondrechtelijke bescherming van de Roma. In 2000 is een richtlijn opgesteld die de bepaling verder uitwerkt. Deze richtlijn biedt minderheden, inclusief de Roma, recht op bescherming maar eist ook van lidstaten een actieve aanpak van gelijkheidsverschillen. De Europese Structuurfondsen kunnen in aanvulling daarop worden aangewend om de leefomstandigheden van de Roma te verbeteren. Hier werd echter onvoldoende gebruik van gemaakt. Zo bleek ook uit een rapport van de EC dat naast het gebrek aan kennis ook het gebrek aan politieke wil verdere Roma-integratie in de weg staat, waardoor het beleid ‘ineffectief’ is.[17]

Om de Roma-problematiek toch aan de kaak te stellen bleek de Open Methode van Coördinatie (OMC) een uitkomst voor de EC. Deze bijzondere besluitvormingsmethode is  ontwikkeld tijdens het opstellen van de Lissabon-agenda. Het instrumentarium is gebaseerd op de Europese Werkgelegenheidsstrategie (1997) maar wordt sinds  het jaar 2000 ook gebruikt op de terreinen van pensioenen en sociale inclusie, onderwerpen waar de lidstaten nog helemaal zelf over beslissen maar wel hun beleid op elkaar willen afstemmen. Door de OMC worden vervolgens gemeenschappelijke (niet bindende) richtlijnen en doelen geformuleerd. In Nationale Actieplannen leggen de lidstaten uit op welke manier ze de doelstellingen willen behalen. Zo werd bijvoorbeeld in 2009 in Nationale Actieplannen ‘meer aandacht besteed’ aan de situatie van de Roma. De plannen toonden dat lidstaten met een aanzienlijke Roma-gemeenschap vaak nog niet hadden bedacht hoeveel potentie de Roma hebben als arbeidskracht. Daarom wilden deze lidstaten investeren in educatie en training, inclusief preparatie voor ondernemerschap.[18]

Tevens moeten de lidstaten door de OMC een aantal prioriteiten vastleggen en evaluaties maken van de vooruitgang die ze boeken. Deze vooruitgang kan ondermeer worden vastgesteld aan de hand van indicatoren die de EU heeft bepaald, waardoor ook vergelijking met andere lidstaten mogelijk is. Vertegenwoordigers van de lidstaten komen regelmatig bij elkaar om de vooruitgang in het beleid te bekijken. Zo vond een wederzijdse beoordeling van de sociale inclusie van Roma in 2009 plaats in Griekenland, met acht participerende lidstaten.[19] De lidstaten kunnen tenslotte naar eigen inzicht beleid ontwikkelen om de doelen te realiseren. Hierdoor komen de resultaten centraal te staan en niet het beleid zelf. Er worden ook rangordes opgesteld om aan te tonen welke lidstaat het beste en het slechtste scoort. Het idee is dat door naming en shaming de slecht presterende landen meer druk voelen om in het vervolg beter beleid te ontwikkelen.

Naast de Europese instellingen en de lidstaten is er in het OMC-systeem plaats voorzien voor de bijdragen van een hele reeks actoren zoals lokale en regionale overheden, vakbonden, sociale partners en NGO’s, ervaringsdeskundigen in het domein van de armoede en sleutelfiguren uit de maatschappij. De EC speelt een belangrijke rol door de samenwerking tussen de lidstaten aan te moedigen, door het promoten van uitwisseling van informatie en goede praktijken en door het verhogen van het aantal actoren in de armoedebestrijding.

Door de OMC/Sociale Inclusie is de EC kortom in staat geweest om de  Roma-problematiek op de kaart te zetten en worden lidstaten in staat gesteld dit ook te doen, zelfs als hervormingen niet overal populair zijn. Er kan immers altijd nog met de vinger naar de EU worden gewezen (de blame Europe strategie). Als de focus dus ligt op de capaciteit om actie te stimuleren bij Europese, nationale en subnationale actoren, door middel van mechanismen als leverage en beleidsleren, kan de OMC als effectief middel worden beschouwd. Het was echter niet de OMC  die geleid heeft tot het ‘Europese kader voor nationale Roma strategieën’. Dat was namelijk het gevolg van de gebeurtenissen omtrent de uitzetting van Roma in Frankrijk en de felle reactie daarop van de eurocommissaris van Justitie en door intergouvernementele krachten in de EU.

Een Europees kader voor nationale Roma strategieën
In augustus 2010 stuurde de Franse regering grote groepen Roma terug naar Roemenië en Bulgarije.[20] De uitzetting werd gepresenteerd als ‘vrijwillig vertrek’, waarbij de Roma een summiere vergoeding kregen (300 euro per volwassen persoon, 100 euro voor een kind) en een korte vertrektermijn. Het uitzetten van Roma als maatregel in Frankrijk was niet nieuw,[21] maar de publiciteit die President Sarkozy en zijn ministers van binnenlandse zaken en immigratie eraan gaven wel. Het werd duidelijk dat de Roma-problematiek in de EU nog steeds een heet hangijzer was en dat de kritiek op de nieuwe lidstaten het feit verborg dat westerse lidstaten ook met de kwestie worstelden.

Toen de Franse regering in een uitgelekte brief het uitzetten van Roma ook nog ‘een prioriteit’ bleek te hebben genoemd, reageerde de eurocommissaris van Justitie, Viviane Reding, fel. Ze dreigde Frankrijk voor het Europese hof te slepen.[22] Door deze reactie voelde de EC zicht gedwongen meer actie te ondernemen. Daarom werd de zogenaamde interne Roma Task Force opgezet om een analyse te maken van het gebruik van Europese fondsen in het kader van de sociale en economische integratie van de Roma. Het bleek dat er binnen de Europese fondsen heel wat mogelijkheden bestaan, maar initiatieven voornamelijk geremd worden op nationaal, regionaal en lokaal niveau.[23] Op 5 april 2011 presenteerde de EC daarom een mededeling met betrekking tot een EU-Kader voor Nationale Roma Integratie Strategieën tot 2020. Het was de eerste keer dat de EC alle lidstaten vroeg zich te engageren.[24]

Echter, niet alle landen vonden het een goed plan. Ook Nederland stond kritisch ten opzichte van het opstellen van een specifieke nationale Roma-strategie, gezien het ontbreken van een nationaal doelgroepenbeleid in eigen land en de geringe omvang van de Roma-populatie. Nederland zag echter wel de ‘voordelen ervan in wanneer EU-lidstaten met een omvangrijke Roma-bevolking een dergelijke strategie opstellen.’[25] Zo dachten landen als Frankrijk en Italië er ook over. Daarom werd in juni 2011, na het herschrijven van sommige woorden en alinea’s, het  EU-kader unaniem aanvaard.[26]

Dat dit gebeurd is, komt ook deels door de rol van Hongarije als EU-voorzitter.[27] Tijdens het voorzitterschap verhoogde Hongarije het bewustzijn over de Roma-kwestie, initieerde debatten, nam de Roma-kwestie op in het programma en zette de discussie voor een Roma EU-kader op de agenda in vier Raadsbijeenkomsten. Zoals een ambtenaar van de EC het verwoordde: ‘het was een kans dat Hongarije het presidentschap overnam. Zonder de lidstaten kan de Commissie niet veel doen, dus als er een voorzitter is die toegewijd is aan Roma-inclusie dan kan het de andere lidstaten aansturen.’[28]

Nu is het dus de bedoeling dat iedere lidstaat voor het eind van dit jaar een strategie indient waarin beschreven staat hoe de sociaal-economische situatie van de Roma-gemeenschap in eigen land verbetert wordt op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid, gezondheidszorg en huisvesting. Vervolgens zal de EC de plannen beoordelen en volgend voorjaar verslag uitbrengen aan de Raad en het EP. Om regelmatig de vorderingen te evalueren die op nationaal niveau worden gemaakt zal dit proces jaarlijks worden herhaald.

Toekomst van de Roma
Ondanks de maatregelen die de afgelopen tien jaar genomen zijn op Europees en nationaal niveau om de sociaal-economische situatie van de Roma te verbeteren lijkt de situatie van veel Roma niet veranderd. Nog steeds worden zij blootgesteld aan hevige armoede en uitsluiting.[29]  Dagelijks worden hun rechten geschonden en is de levensstandaard van Roma niet noemenswaardig veranderd. Daarbovenop komen de huidige economische omstandigheden door de crisis die alles behalve verzachtend werken. Helaas maakt de politicus die ambities toont om de Roma positie te verbeteren zich in eigen land niet populair.

Met het Roma EU-kader moeten alle lidstaten nu voor het eerst verantwoording afleggen aan het supranationale niveau. Het zal interessant zijn om te zien hoe het nationale maar ook het EU-beleid met betrekking tot de sociaal-economische integratie van de Roma zich zal ontwikkelen. Wie weet of het EU-kader daadwerkelijk verandering tot stand gaat brengen of dat over tien jaar zal blijken dat de situatie onveranderd is gebleven.

Alleen een verschil in denkwijze kan denk ik uitkomst bieden, zowel voor de Roma-gemeenschappen als de nationale overheden. De nationale overheid moet de Roma betrekken in het politieke proces en Roma moeten uit de afzondering komen, waarbij wantrouwen plaats maakt voor vertrouwen. Initiatief vanuit beide kampen is dus noodzakelijk en coördinatie essentieel. Het Europese kader kan in die zin dienen als een belangrijk hulpmiddel  op weg naar een betere toekomst voor de Roma in Europa.

Antonie van Campen (1985) is politicoloog en journalist. Tijdens haar studie Internationale Betrekkingen heeft zij onderzoek gedaan naar het EU beleid ten aanzien van de Roma-minderheid. Op dit moment volgt zij de Leergang Buitenlandse Betrekkingen aan het Instituut Clingendael te Den Haag.


[1] De term ‘Roma’ wordt toegepast in het academisch en politieke discours om te verwijzen naar een verzameling van gemeenschappen die, zowel in het verleden als vandaag, gekenmerkt worden door een grote verscheidenheid van namen en verschillende karakteristieken, zoals: origine, occupatie, uiterlijke verschijning, levenswijze, cultuur of taal. Andere, niet officiële benamingen, zijn bijvoorbeeld Tsigane (Frankrijk), Gypsies (Engeland), Zingari (Italië), Zigeuner (Duitsland en Nederland), die meestal dienen als kleinerend taalgebruik. Ondanks de grote verscheidenheid onder de Roma kan gesteld worden dat zij geen thuisland hebben om hen te beschermen en hun belangen te behartigen. Het gebruik van de term Roma in dit artikel is niet bedoeld om de grote verscheidenheid binnen de vele Romani groepen en verwante gemeenschappen af te doen als minder belangrijk.

[2] V. Pop, ‘Bulgarian anti-Roma protests escalate’, EU-observer.com  (3 oktober 2011), beschikbaar via: http://euobserver.com/851/113796 (geraadpleegd op 3 november 2011).

[3] G. Muigai, ‘Report of the Special Rapporteur on contemporary forms of racism, racial discrimination, xenophobia and related intolerance’, Mensenrechtenraad Sessie 17, Agendapunt 9 (24 mei 2011) 8, beschikbaar via: http://www2.ohchr.org/english/bodies/hrcouncil/docs/
17session/A-HRC-17-40.pdf
(geraadpleegd 11 november).

[4] Muigai, ‘Report of the Special Rapporteur’, 6; Dit vond plaats in onder meer Bulgarije, de Tsjechische Republiek, Frankrijk, Hongarije, Portugal, Roemenie, Slowakije en het Verenigd Koninkrijk.

[5] Ibidem, 7; Landen die genoemd worden zijn de Tsjechische Republiek (2006 en 2007), Hongarije (2006) en Slowakije (2009 en 2010).

[6] Persbericht Europese Commissie, EU framework for national Roma strategies: Frequently asked questions (Strasbourg 5 april 2011), beschikbaar via: http://europa.eu/rapid/pressReleases
Action.do?reference=MEMO/11/216
(geraadpleegd op 3 november 2011).

[7] Cijfers gevonden op de website van het onderdeel Justitie van de Europese Commissie, beschikbaar via: http://ec.europa.eu/roma (geraadpleegd op 2 november 2011).

[8]Verdrag van Lissabon, Europese Unie (Lissabon 2007) artikel 1bis: ‘De waarden waarop de Unie berust zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen.’

[9] Organization for Security and Co-operation in Europe, Recent migration of Roma in Europe (Brussel 2010) 59, beschikbaar via: http://www.osce.org/hcnm/78034 (geraadpleegd op 3 november 2011).

[10] R. Goldirova, ‘NGOs push for pan-European strategy on Roma’, EU-observer.com (15 november 2007), beschikbaar via: http://euobserver.com/851/25160 (geraadpleegd op 3 november 2011).

[11] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s (COM(2008)420), Non-discriminatie en gelijke kansen: een vernieuwd engagement (Brussel 2 juli 2008), beschikbaar via: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2008:0420:FIN:NL:PDF (geraadpleegd op 3 november 2011).

[12] Sinds 1 januari 2011 vallen de taken van dit platform binnen het beleidsgebied Justitie, Grondrechten en Burgerschap van de Commissie en niet meer onder het beleidsgebied Werkgelegenheid, Sociale zaken en Inclusie. Waar voorheen dus de focus bij de aanpak van de Roma-problematiek op werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie lag, is het vizier nu meer gericht op justitie, grondrechten en burgerschap.

[13] 1. Constructief, pragmatisch en niet-discriminerend beleid; 2. Uitdrukkelijke maar niet-exclusieve gerichtheid; 3. Interculturele benadering; 4. Het reguliere als doel; 5. Bewustmaking van het gender aspect; 6. Overdracht van op feiten gebaseerd beleid; 7. Gebruik van communautaire instrumenten; 8. Participatie van het lokale en het regionale bestuursniveau; 9. Participatie van het maatschappelijke middenveld; 10. Actieve participatie van de Roma.

[14] Dit besluit kwam de top ook tot een tiental basisbeginselen met betrekking tot Roma integratie. Deze beginselen werden in 2009, tijdens de eerste vergadering van het EU Platform for Roma Inclusion, vastgelegd; Persbericht Europese Commissie, EU Platform for Roma Inclusion (Brussel 28 september 2009), beschikbaar via:  http://europa.eu/rapid/
pressReleasesAction.do?reference=MEMO/09/419&format=HTML&aged=0&language=EN&guiLanguage=en
(geraadpleegd op 11 november 2011).

[15] Commission Staff Working Document, ‘Roma in Europe: the implementation of EU instruments and policies for Roma inclusion –progress report 2008-2010’ (Brussel 2010) 8, beschikbaar via: http://ec.europa.eu/social/BlobServlet?docId=4823&langId=en (geraadpleegd op 3 november 2011).

[16] Resolutie Europees Parlement, A European strategy on the Roma (Brussel 31 januari 2008), beschikbaar via: http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?type=TA&reference=
P6-TA-2008-0035&language=EN
(geraadpleegd op 3 november 2011).

[17] Commission Staff Working Document, Roma in Europe, 6.

[18] Ibidem, 18.

[19] ‘A future for Roma: peer reviewers help shape Greece’s Roma inclusion plan’, Newsletter of the Peer Review in Social Protection and Social Inclusion and Assessment in Social Inclusion Programme (14 oktober 2010), beschikbaar via: http://www.peer-review-social-inclusion.eu/newsletter-articles/greece-roma-inclusion-plan (geraadpleegd op 3 november 2011).

[20] Zie bijvoorbeeld: ‘Frankrijk begint met uitzetten Roma’, NOS Nieuws (19 Augustus 2010), beschikbaar via: http://nos.nl/artikel/179321-frankrijk-begint-met-uitzetten-roma.html (geraadpleegd op 3 november 2011).

[21] ‘Ontwerpresolutie over de uitzetting van Roma in Frankrijk’, Europees Parlement (Brussel 2010) 3.

[22] De maatregelen leken immers in strijd met de Europese anti-discriminatiewet (ook als naar individuele gevallen wordt gekeken, mag er geen etnisch uitgangspunt zijn) en met het EU-grondrecht op vrij personenverkeer. Op dit laatste recht mag alleen een uitzondering worden gemaakt als er sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare orde of van nationale sociale zekerheidsstelsels (Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad, ‘betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf…’, Artikel 27.1). Uiteindelijk heeft Reding geen procedure aanspannen tegen Frankrijk. Zij besloot dit nadat het land had aangegeven de Europese regels omtrent het vrije verkeer van personen in de nationale wetgeving op te zullen nemen.

[23] Persbericht Europese Commissie, Roma Integration: First Findings of Roma Taskforce and Report on Social Inclusion (Brussel 21 december 2010), beschikbaar via: http://europa.eu/rapid/pressReleasesAction.do?reference=MEMO/10/701&type=HTML (geraadpleegd op 3 november 2011).

[24] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, ‘Een EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma tot 2020’ 2011, 8727/11.

[25] Brief regering aan de Eerste Kamer, Fiche 3: Mededeling EU-kader nationale Roma-strategieën – Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie (Den Haag 9 mei 2011), beschikbaar via: http://www.eerstekamer.nl/behandeling/20110502/
bnc_fiche_inzake_mededeling_eu/f=/vip0d0o6e8m7.pdf
(geraadpleegd op 3 november 2011).

[26] Persbericht Europese Commissie, EU-leiders steunen plan Commissie voor integratie Roma (Brussel 24 juni 2011), beschikbaar via: http://europa.eu/rapid/pressReleasesAction.
do?reference=IP/11/789&format=HTML&aged=1&language=NL&guiLanguage=nl
(geraadpleegd op 3 november 2011).

[27] De reden waarom Hongarije zo aanstuurde op een Europese Roma strategie kan verklaard worden door naar de politieke en demografische situatie van het land te kijken. De economische en financiële crisis zorgden ervoor dat de extreem rechtse groepering Jobbik meer aanhang kreeg. Bij de laatste algemenen verkiezingen in het land, in april 2010, kreeg de rechts extremistische partij Jobbik 47 zetels (17 procent stijging) en werd daardoor de derde grote partij van het land na regerende centrum rechtse Fidesz (263 zetels) en de socialisten (59 zetels). Jobbik heeft een paramilitaire vleugel, de Magyar Garda genoemd. Gekleed in zwart, camouflage of leren jassen marcheren zij regelmatig naar kampen waar Roma leven. Volgens mensenrechtenorganisaties zijn daarbij ook al Roma omgekomen. Ten slotte schatten demografen dat in 2050 de helft van de Hongaarse populatie Roma zal zijn. Gelet op het feit dat vele Roma gediscrimineerd worden, analfabeet en werkloos zijn maakt beter duidelijk waarom Hongarije hoopt op meer EU actie op dit gebied.

[28] A. van Campen, European Union policy towards the Roma minority: new modes of Governance and agenda –setting (Scriptie Politicologie – Internationale betrekkingen UvA, Amsterdam 2011) 55.

[29] Commission Staff Working Document, Roma in Europe, 17.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>