Frankrijk, een verdeelde republiek?

Pol van de Wiel & Bart Verheijen

In de lente van 2011 studeerden wij beiden aan de École des hautes études en sciences sociales in Parijs, tijdens wat een zeer bewogen voorjaar zou worden. De Arabische lente was net losgebarsten en Frankrijk nam deel aan de interventie in Libië. De Europese schuldencrisis sloeg in alle hevigheid om zich heen. Ook in de binnenlandse politiek gebeurde er van alles: Marine Le Pen had net de teugels van haar vader overgenomen als leider het extreem-rechtse Front national (FN) en ze leek de potentie te hebben de partij bij een groter publiek acceptabel te maken. De gedoodverfde presidentskandidaat van de linkse Parti socialiste (PS) Dominique Strauss-Kahn (de Fransen zeggen ‘DSK’) werd in New York voor het oog van de camera’s in de boeien afgevoerd na een beschuldiging van aanranding. Deze gebeurtenis maakte de weg vrij voor François Hollande, die na de val van DSK de linkse presidentskandidaat werd. Hollande won in mei 2012 de presidentsverkiezingen en werd daardoor de tweede linkse president van de Vijfde Republiek (François Mitterand was de eerste). Deze elementen hebben de Franse en Europese politiek de afgelopen jaren voor een groot deel gedomineerd.

Inmiddels lijkt er een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de Franse situatie. In januari 2015 schudde het land op zijn grondvesten. De terreurdaden bij Charlie Hebdo, de daarop volgende klopjacht van drie dagen en de gijzelingsactie in een Joodse supermarkt, zouden uiteindelijk het leven kosten aan 20 mensen (waaronder de drie terroristen). De aanslagen zorgden ervoor dat de tegenstellingen en dynamiek in Frankrijk en Europa opnieuw duidelijk zichtbaar werden. In dit artikel zullen wij kort commentaar geven op de huidige situatie in Frankrijk. We zullen hierbij een aantal opvallende aspecten van het maatschappelijke debat aanstippen. In hoeverre is de situatie eigen aan Frankrijk en wat hebben de aanslagen bij Charlie Hebdo ons van deze exception française laten zien? Is, gezien de nieuwe electorale verhoudingen, het einde van de Vijfde Republiek aanstaande of kan Frankrijk de financiële en politieke crises opvangen?

Van bipartisme naar tripartisme
Hoe kunnen we de politieke situatie in Frankrijk op dit moment omschrijven? Het beste is waarschijnlijk om te kijken naar een zeer recente en exemplarische verkiezingsuitslag. De Parti socialiste heeft 8 februari jongstleden een zeteltje aan haar parlementaire meerderheid toegevoegd. In de tweede ronde van een tussentijdse verkiezing – die plaatsvonden nadat Pierre Moscovici zijn zetel opgaf om eurocommissaris van Financiën te worden – in het departement Doubs (gelegen tegen de Zwitserse grens) versloeg haar kandidaat (51,4%) die van het Front national (48,6%). Gevierd werd de overwinning niet, integendeel. Was het kleine verschil met de partij van Marine Le Pen in de tweede ronde al weinig reden tot vreugde, de uitslag van de eerste ronde een week eerder was dat nog minder geweest. Het FN eindigde afgetekend op de eerste plaats (32,6%), gevolgd door de PS (28,9%) en de centrum-rechtse UMP (26,5%), die te weinig stemmen behaalde om mee te mogen doen aan de tweede ronde.

Hoewel de landelijke betekenis van deze verkiezing natuurlijk beperkt is, past het resultaat ervan zeker in een trend: opnieuw toont het FN zijn kracht en opnieuw slaagt het erin meer dan 20% van de stemmen te behalen. Ruim vier jaar na de machtsoverdracht van vader Jean-Marie op dochter Marine Le Pen blaakt de partij van het zelfvertrouwen. Na de 17,9% die zij in april 2012 behaalde in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen – meer dan waarmee haar vader tien jaar eerder in de tweede ronde belandde – volgden de Europese verkiezingen van mei 2014, die het FN met overmacht (24,9%) wist te winnen op de concurrenten UMP (20,8%) en PS (14,0%). Steeds meer lijkt Frankrijk dus van een bipartisme richting een tripartisme te gaan. Hierbij moet worden opgemerkt dat het politieke systeem in Frankrijk verhindert dat de maatschappelijke aanhang voor het Front National in de politieke instituties vertegenwoordigd wordt: het FN heeft slechts 2 van 577 zetels van de Assemblée nationale in handen en behaalde slechts een meerderheid in een tiental van de meer dan 36.000 Franse gemeentes bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2014.

Grote maatschappelijke tegenstellingen en de Franse identiteitscrisis
Toch leken de terroristische aanslagen van 7, 8 en 9 januari jongstleden in de eerste instantie nog wel te hebben gezorgd voor een verschuiving in de politieke krachtsverhoudingen. De brute moordpartijen in hartje Parijs door drie jihadisten van eigen bodem zorgden voor een shock in de samenleving, maar tegelijkertijd kwam een reactie razendsnel op gang. ‘s Avonds waren er overal in het land spontane wakes en op 11 januari vond de grote republikeinse mars plaats, met zowel een keur aan wereldleiders als binnenlandse politieke eensgezindheid (behalve het FN!). Opvallend veel lof was er voor president Hollande, die erin slaagde het land op een vaderlijke manier te verenigen. Toch bleek al snel dat de eenheid niet erg lang zou duren.

Historicus en filosoof Pierre Rosanvallon merkt in dit verband in Le Monde van 12 februari op:

In de straten zagen we het institutionele Frankrijk het Frankrijk van de Fransen die de actualiteit volgen, aan het actieve verenigingsleven verbonden zijn en het gevoel hebben één geheel met anderen te vormen. (…) Maar de onverschillige reacties op de beweging van 11 januari hebben aan de andere kant laten zien dat het hier gaat om iets veel groters en wijdverspreiders dan alleen de “immigrantenwereld”. (…) Er is sprake van een breuk tussen het Frankrijk dat het gevoel heeft ergens bij te horen en het Frankrijk dat zich in de steek gelaten en gemarginaliseerd voelt en wordt overspoeld door persoonlijke moeilijkheden. Dit laatste Frankrijk schitterde door afwezigheid. Maar het heeft daarentegen van zich laten horen bij de tussentijdse verkiezing in het departement Doubs van 8 februari.

De vraag is of deze twee werelden weer snel bij elkaar kunnen komen.

De Franse historische erfenis
Op momenten van politieke crisis wordt de structuur van een samenleving zichtbaar. De opbouw, tegenstellingen en historische bagage die normaliter afgedekt wordt door allerlei bureaucratische en organisatorische lagen verschijnt dan aan ons. Dit was ook het geval in de nasleep van de aanslag op Charlie Hebdo. Naast de spontane wakes en manifestaties die daags na de aanslag werden georganiseerd, werd er zogezegd ook een formele manifestatie belegd op zondag 11 januari. Het FN werd van de ‘republikeinse mars’ uitgesloten. Dit was een vurige wens van het socialistische kader van de PS die niet zij aan zij met het FN haar gehechtheid aan de vrijheid van meningsuiting wenste te uiten. Hiermee werd de schijnbare ‘nationale eenheid’ al snel de nek om gedraaid. De traditionele partijen (UMP en PS) zouden wel naast elkaar verschijnen.

De PS liet hier blijken dat in haar ogen de kloof tussen zichzelf en het FN niet alleen berust op een politiek verschil, maar tevens op een historisch verschil. Daarmee bedoelen we dat de maatschappijvorm van de Franse samenleving en het fundament waar deze op rust voor de PS een radicaal andere is dan voor het FN. Dit verschil gaat terug op het debat over de waarde van de Franse republiek die Frankrijk vanaf de Franse Revolutie geacht wordt uit te dragen. ‘In een republikeinse mars past extreem-rechts niet omdat de partij niet de kernwaarden van de Republiek (vrijheid, gelijkheid, broederschap) onderschrijft’, zo verklaarde de PS.[i]

Premier Valls liet zich bovendien ontvallen dat hij zich niet kon voorstellen dat het FN zou meedoen aan een demonstratie voor democratische rechten, nadat Le Pen in haar eerste reactie op de aanslagen voorstelde om de doodstraf opnieuw in te voeren in Frankrijk. De doodstraf, die in 1981 werd afgeschaft door die andere linkse president van de vijfde Franse republiek: François Mitterand. Zo speelden de Franse revolutionaire waarden opnieuw een rol in de omarming of afwijzing van bepaalde politieke overtuigingen. Voor de PS vertegenwoordigt het FN nog altijd het radicaal andere Frankrijk waarin de erfenis van de revolutie geen plaats heeft. Overigens gooide vader (Jean-Marie) Le Pen, altijd goed voor een politieke dérapage (‘een uitglijder’, die bij Le Pen niet zelden een antisemitische kleur heeft), olie op het vuur door op de dag voor de mars te verklaren: ‘Je ne suis pas Charlie’.

Frankrijk in/en Europa
Voor een beter begrip van Frankrijks politieke situatie moet er iets worden gezegd over de rol van Frankrijk in Europa. In tegenstelling tot Nederland (en Duitsland), waar zeer zuinig wordt gereageerd op Syriza’s grote verkiezingsoverwinning van 25 januari jongstleden in Griekenland, had deze voor Hollande op zijn minst een dubbele betekenis. Natuurlijk kan en zal ook Frankrijk niet zomaar instemmen met kwijtschelding van Griekse schulden,  maar aan de andere kant kan Hollande het duo Tsipras en Varoufakis niet zomaar nul op het rekest geven. Syriza is voor hem – net zoals de Italiaanse premier Matteo Renzi sinds zijn aantreden in februari 2014 – óók een linkse partner waarmee hij (in zijn eigen belang) zal moeten gaan samenwerken om tegenwicht te bieden aan de Duitse dominantie in Europa. Daar komt nog bij dat Hollande zijn linkse kiezers en partners enigszins te vriend moet houden. Wil bijvoorbeeld het groene Europe Écologie Les Verts (EELV) in Hollandes ambtstermijn terugkeren in zijn meerderheid en regering – een mogelijkheid die bestaat en waarover wordt gediscussieerd – dan zal Hollande in ieder geval bereidwilligheid moeten tonen om Syriza’s eisen serieus te nemen. Zowel bij EELV als het linksere Front de Gauche werd Syriza’s overwinning groots gevierd.

Wat daarnaast een belangrijke rol zal spelen, is in hoeverre de Fransen die ontevreden waren en zijn over Europa zich beter zullen kunnen herkennen in het beleid van de nieuwe commissie-Juncker. Zal er daadwerkelijk een socialere koers worden gevaren? En misschien nog belangrijker: zal Frankrijk zich meer kunnen identificeren met het Europese project en het niet meer zien als de grote boze ander die de Franse eigenheid om zeep helpt?

Le suicide français
Tekenend voor de identiteitscrisis waarin Frankrijk verkeert, zijn de hoge verkoopsuccessen van recente werken die de Franse natie als failliet beschouwen. De bekendste zijn Alain Finkielkrauts L’identité malheureuse (oktober 2013) en Eric Zemmours Le suicide français (oktober 2014). Ook Houellebecqs nieuwe roman Soumission en op een meer analytisch niveau L’insécurité culturelle van politicoloog Laurent Bouvet (beide verschenen op de dag van de aanslag op Charlie Hebdo) sluiten bij deze thematiek aan.

De meeste aandacht – ook in Nederland – ging de afgelopen maanden uit naar het werk van de rechtse polemist Eric Zemmour. In zijn boek Le suicide français, dat overigens nauw aansluit bij de eloquentere en beter onderbouwde variant van de Franse filosoof Alain Finkielkraut, betoogt Zemmour dat de generatie van soixantehuitards (de studentenrevolte van mei 1968) Frankrijk naar de afgrond heeft geholpen door belangrijke hiërarchische en culturele verhoudingen in de uitverkoop te zetten. De analyse is niet nieuw, hoorbaar in andere landen en lijkt bovendien een beroep te doen op een xenofoob en anti-islamitische discours waarin in ieder geval de suggestie wordt gewekt dat er ooit zoiets was als ‘een waar Frankrijk’, gesymboliseerd door de Français de souche (de ‘rasechte’ Fransen of de Fransen ‘van eigen bodem’). Ronduit weerzinwekkend zijn de passages waarin Zemmour maarschalk Petain als redder van de Franse joden verdedigt.

Dit soort ideeën werden in romanvorm nog eens over gedaan door de beroemdste Franse schrijver Michel Houellebecq die in zijn nieuwste boek Soumission (net als in zijn voorgaande werken) schrijft over het definitieve falen van het Verlichtingsproject en de doorgeschoten individualisering en consumentisme van de samenleving. Dat Houellebecq in zijn nieuwe roman een islamitische president opvoert, lijkt ineens een andere betekenis te hebben gekregen toen op de dag van verschijnen de aanslagen op Charlie Hebdo plaatsvonden. De cover van de laatste Charlie vóór de aanslagen werd dan ook gesierd door een afbeelding van Houellebecq (zonder tanden). Zo gingen satire, pessimisme, cultuurkritiek en terrorisme naadloos in elkaar over.

Tot besluit
De Franse politieke samenleving, die traditioneel wordt gekenmerkt door een scheiding tussen links en rechts, lijkt door het FN steeds verder te worden ‘opengebroken’. De impopulariteit van Hollande en de verdeeldheid binnen de rechtse UMP, waar Sarkozy de macht weer heeft overgenomen, lijken niet snel te kunnen worden opgelost.

Deze ontwikkeling is niet slechts op electoraal vlak te zien, maar is ook zichtbaar aan de reacties op ‘Charlie’, aan de populariteit van het Franse cultuurpessimisme en aan de worsteling van Frankrijk met Europa. Het volgende belangrijke moment zijn de departementsverkiezingen op 22 en 29 maart aanstaande waarbij voor het eerst alle departementen op hetzelfde moment zullen worden vernieuwd. Weliswaar zijn dit geen erg belangrijke bestuurlijke lagen, maar opnieuw zal dan blijken wat de krachtsverhoudingen in Frankrijk zijn en hoe het land hiermee om zal gaan.

 Pol van de Wiel (1985) en Bart Verheijen (1985) studeerden aan de EHESS in Parijs waar ze beiden een Master 2 in Études politiques behaalden. Momenteel werken ze aan de redactie, vertalingen en inleiding van een Nederlandstalige bundel artikelen van de Franse politiek filosoof Claude Lefort (1924-2010).


[i] F. Obbema, ‘Herdenkingsmars Parijs verdeelt Franse politiek’, De Volkskrant (10januari 2015) online beschikbaar via: http://www.volkskrant.nl/dossier-aanslag-op-charlie-hebdo/herdenkingsmars-parijs-verdeelt-franse-politiek~a3827062/ (geraadpleegd op 24 februari 2015).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>