Educatie en piramides

Martijn van den Boom

Democratie, iedereen heeft er wel een beeld bij. Democratie heeft mensen in de politieke wereld geïnspireerd, in Nederland bijvoorbeeld de oprichting van Democraten ’66 door onder anderen Hans van Mierlo [1].

Ten tijde van de Koude Oorlog was democratie een krachtige term tegenover de dictatoriale regimes aan de andere kant van het IJzeren Gordijn. De roep om (meer) democratie in de jaren ’60 van de vorige eeuw zette steden letterlijk in vuur en vlam en studenten figuurlijk. Er zijn talloze voorbeelden te noemen waarin democratie als term een belangrijke rol speelt. Telkens weer op een andere manier, wat onherroepelijk de vraag oproept: wat is democratie?

Als er puur naar het woord gekeken wordt, betekent democratie: heerschappij van de dèmos. De macht ligt in handen van het volk. Hiermee staat de democratie tegenover andere staatsvormen, waarbij de heerschappij in handen is van een bepaalde groep of persoon in de samenleving. Hierbij kan gedacht worden aan een aristocratie, waar de adel de macht heeft, of een hiërocratie, waar de macht ligt bij religieuze gezagdragers. Deze minimale omschrijving impliceert dat een democratie slechts gebaseerd is op de heerschappij van het volk. In de praktijk is democratie gecompliceerder en er zijn door eeuwen heen verschillende invullingen gegeven aan het begrip. Er worden waarden toegekend aan de term, zoals vrijheid van meningsuiting of godsdienstvrijheid. David Held bespreekt in zijn overzichtswerk maar liefst elf verschillende modellen van democratie.[2] De term kan met recht een essentially contested concept genoemd worden: de invulling is plaats- en tijdgebonden.

Er zal hier geen poging worden gedaan om al deze modellen te bespreken. In dit essay zal er geconcentreerd worden op het kernidee van democratie: de heerschappij van de dèmos. Hoe moet democratie benaderd worden als er gefocust wordt op het instrumentele onderdeel van de democratie, los van liberale waarden? Vanuit deze invalshoek zal er een antwoord worden gegeven op de vraag hoe democratie verbeterd kan worden.

Liberalisme en democratie
De belangrijkste ontwikkeling die het idee van democratie in de voorafgaande eeuwen heeft ondergaan is de verandering van een directe democratie, waarin de politiek relevante bevolking direct in de politieke besluitvorming participeerde, naar een indirecte democratie. In deze laatste vorm draagt de bevolking haar soevereine macht over aan afgevaardigden die namens haar zitting heeft in een volksvertegenwoordiging. Daarnaast heeft democratie tal van liberale waarden meegekregen. Sommige van deze waarden worden door vooraanstaande wetenschappers als noodzakelijke onderdelen voor democratie beschouwd. Thomas Walby  heeft in zijn boek een soort checklist opgenomen waaraan verschillende vormen van democratie moeten voldoen.[3] De meeste punten hiervan hebben niets met de kern van democratie van doen. Het zijn vrijheden die in de moderne Westerse samenleving als vanzelfsprekend worden gezien en democratie kunnen bevorderen, maar ze zijn voor de kerntaak niet noodzakelijk.[4]

De westerse liberale democratie laat zich kenmerken door vrije verkiezingen op basis van politiek pluralisme waardoor het volk gerepresenteerd kan worden in de volksvergadering. Democratie als instrument om de regering of afvaardiging te kiezen. De democratie wordt beschermd door liberale waarden als burgerrechten, een constitutionele regering en de scheiding der machten of controlerende maatregelen ten aanzien van de verschillende machtsblokken. Democratie wordt in deze zin een overkoepelende term van een technische definitie: ‘liberale en democratische rechtsstaat.’ Liberaal in waarden en democratisch in het kiezen van vertegenwoordigers.

 De kwalitatieve vorm van democratie
In de laatste zin van de vorige alinea staat het woord ‘democratisch’, welke een kwaliteit uitdrukt. Hiermee wordt een punt aangesneden dat de Nijmeegse hoogleraar Sociale en Politieke Wijsbegeerte Evert van der Zweerde in zijn colleges bespreekt: democratie als kwaliteit.[5] Met kwaliteit wordt bedoeld dat iets ‘democratisch’ kan zijn, net zoals iets ‘vrij’ of ‘groen’ kan zijn. Hierdoor wordt de term beschrijvend ingezet.[6]Door te refereren aan de verschillende kwaliteiten wordt direct duidelijk dat er een onderscheid bestaat tussen het liberale en het democratische karakter van de rechtsstaat. Als de kwaliteitsvisie als uitgangspunt genomen wordt, kan er gesteld worden dat dé democratie niet bestaat. Een staat kan echter wel democratische kenmerken hebben.

Desondanks blijkt ‘democratisch’ ook hier een essentially contested concept. Wat is democratisch? Er zal gekeken moeten worden naar de mate waarin burgers zelf invloed kunnen uitoefenen op de politieke besluitvorming. Is er bijvoorbeeld alleen sprake van consultatie van de burger of hebben de burgers wel degelijk beslissende macht? Des te hoger op de schaal, hoe meer invloed de burger kan uitoefenen. Hier tussen zitten nog meerdere stappen: inspraak, invloed, instemming, zeggenschap en medebeslissingsrecht. Met deze benadering is het opvallend dat bijvoorbeeld Venezuela met zijn vele direct democratische instanties, zoals burgervergaderingen op dorpsniveau (beslissende macht) en veel soorten referenda (waaronder bindend en dus medebeslissend), als meer democratisch bestempeld zal worden dan bijvoorbeeld Nederland waar de burger zichzelf eigenlijk alleen kan laten horen tijdens de verkiezingen die gebaseerd zijn op instemming. Kan er dan nog wel met recht gesteld worden dat de liberale democratie die in het Westen heeft geprevaleerd de beste democratische vorm is? En waar ligt de grens: wanneer is een staat democratisch?

Het democratisch ideaal
Vanuit de visie dat democratie een kwaliteit is, moet de vraag ‘wat zou de democratie moeten zijn?’ anders gesteld worden, namelijk: op welke manier is de staatsvorm het meest democratisch? Hier is een simpel antwoord op te geven: wanneer de burger daadwerkelijk zelf regeert. De zelfregering van de burgers wordt in de literatuur directe democratie genoemd. Het is echter een illusie om te denken dat een directe democratie in een natiestaat werkelijkheid kan worden. Het is lastig, als het al niet onmogelijk is, om met miljoenen samen te komen in Den Haag, Parijs of Berlijn om tot een besluit te komen. Desondanks kan de participatie van de burger groter zijn dan nu het geval is. Het huidige systeem maakt een omvangrijke participatie van de burger onmogelijk. Naast een verandering in het systeem zal ook de burger zelf een andere rol moeten spelen.

Het huidige systeem biedt de mensen geen ruimte daadwerkelijk mee te doen in het politieke besluitvormingsproces. Het aantal plaatsen in de vertegenwoordigende organen is beperkt, slechts enkelen kunnen in de samenleving worden als volksvertegenwoordiger verkozen. De groep machthebbers is nog kleiner. De leden van het kabinet en overige machtshebbers vormen een kleine groep binnen de gehele bevolking. Voor de rest is er weinig ruimte om te participeren. De burger kan zich in de civil society hard maken voor bepaalde maatregelen, door bijvoorbeeld in een demonstratie van een milieuorganisatie te participeren. Zoals verschillende wetenschappers aantoonden kan de burger hierdoor toch zeker het politieke besluitvormingsproces beïnvloeden.[7] Toch is dit geen echte daadwerkelijke participatie in de politiek. De organisaties in de civil society kunnen het besluitvormingsproces slechts als externe factoren beïnvloeden, maar kunnen ook door het politiek buitenspel gezet worden: er hoeft immers niet geluisterd te worden.

Enerzijds faalt het representatieve systeem; anderzijds is er ook het veelgehoorde en terechte kritiekpunt dat de directe democratie niet werkbaar is voor grotere samenlevingen. Een combinatie van beiden zou uitkomst kunnen bieden. De staat zou als een piramide moeten worden opgebouwd, op basis van decentralisatie en subsidiariteit. Aan de voet zitten de direct-democratische instanties waarin burgers zichzelf kunnen besturen. Dorps- en wijkraden regelen zaken op hun eigen niveau. Zaken die bijvoorbeeld een dorp aangaan moeten ook door het dorp zelf besproken worden en eventuele keuzes moeten door de inwoners genomen worden. Deze raden vaardigen leden af naar een hogere raad, bijvoorbeeld een raad die zich bezig houdt met de provincie of regio. Daarboven komt dan de landsraad, die vanuit de onderliggende raad afgevaardigden aangeleverd krijgt. De federale staat moet zich bezighouden met zaken die het gehele land aangaan, zoals buitenlands beleid en defensie. De overige zaken moeten op basis van subsidiariteit overgelaten worden aan de andere bestuurslagen. De daadwerkelijke directe democratie zit dan alleen onderaan, maar de impuls ervan werkt door middel van het kiezen van afgevaardigden door in het gehele bestel. In feite is het een zeer ver doorgevoerde confederatie, waarbij de dorps- en wijkraden soeverein zijn en als basis van de staat gelden. Taken worden alleen gedelegeerd aan hogere niveaus, als dat de efficiëntie verbeterd. De bottom-up benadering van de staat zou goed vastgelegd moeten worden. Waarin duidelijk staat dat de federale staat moet zich bezighouden met zaken die het gehele land aangaan. De overige zaken moeten op basis van subsidiariteit overgelaten worden aan de andere bestuurslagen. Het hierboven voorgestelde model heeft veel weg van het Zwitserse model, waar ook sommige dorpen nog direct door de burgers worden bestuurd en waar de kantons (regio’s) op zichzelf meer macht hebben dan de centrale overheid.

De bovengenoemde oplossing zal echter alleen efficiënt zijn als ook de rol van de burger in het politieke proces verandert. Het actief burgerschap moet weer worden aangemoedigd. Op dit moment is het maar de vraag of burgers mee willen of kunnen doen. Menigeen zal zich niet interesseren voor pietluttige details waarover men in het parlement vergadert. Ook is er veel te zeggen voor de opmerking die Max Weber en Joseph Schumpeter hebben geponeerd dat de bevolking van een land niet in staat is zich bezig te houden met politieke zaken, omdat ze er domweg geen verstand van hebben.[8] Het gaat echter te ver om te stellen dat de burgerij van nature dom en ongeïnteresseerd is. De burgers hebben een potentie die aangeboord moet worden. Door educatie kan de bevolking zichzelf ontwikkelen en politieke kennis opdoen. Ze leren hoe debatten goed gevoerd moeten worden en nemen kennis van de thema’s die op de politieke agenda staan. Naast educatie kunnen direct-democratische instanties ervoor zorgen dat mensen in contact komen met politiek. De burgers worden betrokken bij de publieke zaak. Zij zullen zich serieus genomen voelen en daardoor met minder afschuw op de politiek reageren. Men zal genuanceerder nadenken over politiek, waarin zij dan zelf een rol spelen.

De deliberatieve democratie
Uiteraard is deze visie onderhevig aan veel kritiek, het is dan ook slechts een gedachte-experiment. Jürgen Habermas zou stellen dat de burger overvraagd zou worden en het model van deliberatieve democratie

voorstellen.[9] Wellicht is dit model een praktischere toepassing, die veel overeenkomsten heeft met het hierboven geschetste ideaalmodel. Het deliberatieve model vereist minder hervormingen en kan op kortere termijn worden ingevoerd.  Wat houdt het model in? Op deliberatieve dagen krijgen geselecteerde burgers van experts informatie over een bepaald onderwerp, waarna ze in ‘deliberatie’ gaan om tot een oordeel komen dat ter ondersteuning aan de regering of de bevolking wordt aangeboden. Doordat burgers met mensen in contact komen die veel van het onderwerp weten, maar ook met elkaar, is het mogelijk dat zij zich verdiepen in de materie en hierdoor een beter beeld kunnen vormen van het probleem. Hierdoor wordt het besluit op een onderbouwde manier genomen. Er kan worden aangenomen dat dit minder het geval zou zijn bij een referendum bijvoorbeeld.[10]

Hoe dient dit de hierboven gestelde eisen van meer educatie en meer direct-democratische instanties? Een deliberatieve dag is op zichzelf al een direct-democratisch instituut. De burgerbevolking wordt meegenomen in het besluitvormingsproces. Tevens voldoet het aan de roep om meer educatie voor de burger. De burger krijgt immers meer inzicht in de politieke problematiek. Mede hierdoor zal dit initiatief een beter alternatief zijn voor het versterken van het democratische stelsel dan andere voorstellen zoals bijvoorbeeld het correctief referendum.

Conclusie
In dit essay is geprobeerd aan te tonen dat het gebruik van democratie als term voor een staatsvorm lastig en onduidelijk is. De term heeft verschillende invullingen meegekregen gedurende de geschiedenis. Ook in onze tijd wordt de term gebruikt voor zeer verschillende staatsvormen. Het is daarom beter democratie als kwaliteit te gebruiken, om een staatsvorm te beschrijven. De westerse liberale democratie wordt dan een liberale democratische rechtsstaat. Een staat waarin allen gebonden zijn aan het recht met liberale en democratische aspecten. Tevens kan door middel van het gebruiken van democratie als kwaliteit een staat beoordeeld worden op zijn democratische gehalte, waaruit eventueel normatieve conclusies getrokken kunnen worden. De zogenaamde liberale democratie is door velen geprezen als zijnde de perfecte democratische staat. Echter blijkt het dat het mogelijk is een staatsvorm te ontwikkelen die meer democratisch is. Hoe wordt de staat het meest democratisch? Door de burger daadwerkelijk bij het besluitvormingsproces te betrekken. De direct-democratische instanties zorgen ervoor dat er weer ruimte is voor participatie en dat interesse voor de politiek wordt aangewakkerd. Daarnaast zal de onkunde van de bevolking ten aanzien van politieke zaken door educatie worden opgeheven of verminderd.  Het deliberatieve model brengt deze zaken samen en biedt wellicht uitkomst. Jammer genoeg wordt dit model nog niet op grote schaal toegepast in Nederland of andere Europese landen. Na eeuwen van ontwikkeling van democratie blijkt dat de term zijn wasdom nog niet heeft bereikt. De discussie duurt voort.

Martijn van den Boom (1987) is politiek historicus en studeert momenteel Politicologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.



[1] Dit artikel is een uitgebreide bewerking van een paper die geschreven is voor de mastercursus Sociale- en Politieke Wijsbegeerte 2009-2010 van dr. E. van der Zweerde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

[2] D. Held, Models of Democracy (3e druk; Cambridge 2005).

[3] T. Walby, Globalization and inequalities. Complexity and contested modernities (Londen 2009) 179-185.

[4] Er bestaat in de literatuur een groot debat over de verbondenheid tussen liberalisme en democratie. Zie voor een inleiding C. Mouffe, The Democratic Paradox (Londen 2005).

[5] Naast zijn colleges besprak E. van der Zweerde dit thema ook in zijn inaugurele rede ‘“Het is ook nooit goed…” Democratie vanuit politiek-filosofisch perspectief’ (Nijmegen 11 februari 2011).

[6] Tevens wordt de term democratie wordt dan losgekoppeld van een politiek systeem. Het is ook mogelijk om andere politieke vormen, zoals bestuursraden van een bedrijf, op deze manier op hun democratisch gehalte te beoordelen.

[7] Hierover bestaat geen consensus in de wetenschap. Voor een inleiding op dit debat zie: E. Amenta e.a., ‘The Social Consequences of Social Movements’, Annual Review of Sociology 36 (2010) 287-307, aldaar 288.

[8] Held, Models of Democracy, 137-138, 143-144.

[9] J. Habermas, Die Einbeziehung des Anderen (Frankfurt 1996) 283-284; Het idee van de deliberatieve democratie vind zijn oorsprong bij de Amerikaanse politicoloog J. S. Fishkin, maar kent ook in Nederland zijn voorvechters. Het NRC Handelsblad plaatste op 23 maart 2011 een inleidend artikel op zijn website met verwijzingen naar Nederlandse onderzoeken en onderzoekers, zie: http://www.nrc.nl/nieuws/2011/03/23/politiek-schaf-commissies-af-en-zet-de-burger-aan-het-werk/ (geraadpleegd op 14 mei 2011).

[10] Held, Models of Democracy, 247-248; Iris Marion Young, ‘Communication and the Other: Beyond Deliberative Democracy’ in: Seyla, Benhabib, Democracy and Difference : Contesting the Boundaries of the Political (Princeton 1996) 120-135, aldaar 121-122.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>