Depressie bij migranten

Roos van der Zwan

In de media is het meeste nieuws over migranten negatief en gericht op het gebrek aan integratie of de hoge criminaliteitscijfers onder jonge Marokkanen. De belevingswereld van de migranten zelf komt helaas minder vaak aan bod. Wat doet het met deze ‘Turkse en Marokkaanse Nederlanders’ – de nieuwste term voor allochtonen – om in Nederland te wonen? Volgens de psycholoog John W. Berry kunnen er culturele en psychologische veranderingen plaatsvinden als verschillende culturen met elkaar in contact komen, ook wel acculturatie genoemd.[1] Dat migranten in Nederland tussen twee culturen leven en hoe lastig dat kan zijn, is bekend. De gevolgen van het aanpassen aan een nieuwe samenleving zijn daarentegen onderbelicht. De eerste generatie moest zich aanpassen in een vreemd land, de tweede generatie moet een balans zien te vinden tussen de cultuur van het land van hun ouders en de cultuur van het land waar ze zijn geboren. Bij sommigen gaat dat goed, bij anderen wat minder.

Problemen als gevolg van het leven tussen twee culturen kunnen zich op verschillende manieren uiten. Een voorbeeld is via externaliserende problemen, zoals criminaliteit of gedragsproblemen. De hoge criminaliteitscijfers onder jongeren van de tweede generatie zijn welbekend. Internaliserende problemen zijn er echter ook, zoals depressie en schizofrenie. Het blijkt dat Turkse en Marokkaanse Nederlanders vaker last hebben van psychische problemen dan autochtone Nederlanders. Marian Driessen concludeert dat ruim dertig procent van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders een minder goede geestelijke gezondheid heeft.[2] Onder autochtone Nederlanders ligt dit percentage rond de dertien procent. Dit grote verschil tussen de twee bevolkingsgroepen wijst op reële problematiek. Niet alleen in Nederland komt dit voor, ook andere Europese landen hebben migrantengroepen die vaker last hebben van psychische klachten dan de autochtone bevolking.

Verklaringen
Migranten hebben over het algemeen een slechter psychisch welzijn, waarom dat het geval is, blijft echter onduidelijk. Er zijn enkele factoren bekend die de verschillen in het geestelijk welzijn gedeeltelijk verklaren. Mensen met een slechtere sociaal-economische status, zoals bijvoorbeeld een lage opleiding, hebben vaker psychische klachten dan mensen met een betere sociaal-economische status. Gezien het lage opleidingsniveau van migranten en de vaak slechtere positie op de arbeidsmarkt, valt het te verwachten op basis van de bovengenoemde relatie dat zij meer psychische klachten ervaren. Zelfs als er met dergelijke factoren rekening wordt gehouden, blijven er echter verschillen bestaan tussen allochtone en autochtone groepen.

Als gevolg van migratie zullen migranten en hun kinderen in meer of mindere mate vasthouden aan de culturele waarden, normen en gebruiken van de herkomstgroep. Ook zullen ze in meer of mindere mate participeren in de ontvangende samenleving en de culturele waarden, normen en gebruiken hiervan overnemen. Volgens Berry bestaan er vier strategieën van acculturatie.[3] Ten eerste kan men kan kiezen – of gedwongen worden te kiezen – voor assimilatie. Er is dan weinig tot geen identificatie met de cultuur van het land van herkomst en veel identificatie en participatie in de ontvangende samenleving. De tweede strategie is integratie, in Nederland ook wel ‘integratie met behoud van eigen identiteit’ genoemd. Er is dan zowel identificatie met de eigen cultuur en land van herkomst als met de ontvangende samenleving en bijbehorende cultuur. Als men zich vooral identificeert met de eigen etnische groep en niet met de ontvangende samenleving, de derde strategie, wordt dat separatie genoemd. Tot slot is men gemarginaliseerd als er geen identificatie is met beide culturen en samenlevingen.

Het is onduidelijk of acculturatie daadwerkelijk een verband heeft met psychische klachten, zoals depressies. Tevens is het onduidelijk welke strategie dan een positieve of negatieve invloed heeft. Berry zelf stelt dat integratie de beste strategie is voor het psychisch welzijn. Integratie met behoud van eigen identiteit was in de jaren 1990 populair beleid in Nederland, maar wordt nu niet meer als wenselijk gezien. De laatste jaren ligt de nadruk op participatie en lijkt er te worden gestreefd naar assimilatie.[4] Dat integratie met behoud van eigen identiteit de beste strategie is, is daarnaast niet duidelijk bewezen. Het balanceren tussen twee culturen kan stressvol zijn. Wel zijn onderzoekers het erover eens dat marginalisatie de slechtste strategie is voor het psychisch welzijn.

Sociale en culturele integratie
Specifieke aspecten van integratie hangen samen met de verschillende acculturatiestrategieën en kunnen wellicht samenhangen met psychische klachten. Sociale integratie is het contact met leden van de eigen etnische groep en contact met autochtonen. Culturele integratie heeft betrekking op identificatie met de eigen etnische herkomst en met Nederland, taalbeheersing en leven volgens de islam. Sociale integratie is een belangrijke beschermende factor tegen depressie. Vriendschap en het hebben van een sociaal netwerk zorgt voor een goede psychische gezondheid. Goede contacten kunnen emotionele steun bieden, mocht dat nodig zijn. Migranten hebben uiteraard vaak een netwerk bestaande uit zowel allochtonen als autochtonen.

In het verleden werd de Nederlandse samenleving (samen met Canada) gezien als het prototype van de multiculturele samenleving waarin ruimte was voor ‘integratie met behoud van eigen identiteit’.[5] In het huidige integratiebeleid wordt een sterkere nadruk gelegd op het actief participeren van nieuwkomers in de maatschappij en wordt er in meer dwingende termen gesproken over (culturele) aanpassing aan de Nederlandse samenleving.[6] Het is daarom niet vanzelfsprekend dat ‘integratie met behoud van eigen identiteit’ – en daarmee het zowel het onderhouden van contacten met de eigen etnische groep als met autochtone Nederlanders – de beste acculturatiestrategie is. Die strategie werkt alleen als er ook vanuit de ontvangende samenleving genoeg steun voor is. Het kan daarnaast leiden tot verschillende verwachtingen van de migranten over hoe zich te gedragen. Familie en vrienden verwachten een bepaald gedrag, op school of werk wordt weer ander gedrag verwacht. Als deze verwachtingen tegenstrijdig zijn, kan dat leiden tot stress en depressieklachten.

Culturele integratie wordt door Dagevos gedefinieerd als: ‘de mate waarin de cultuur van een allochtone groep “afwijkt” van die van de ontvangende samenleving, dan wel de mate van “culturele aanpassing” van een allochtone groep aan de cultuur van de ontvangende samenleving.’[7] Etnische identificatie en het naleven van religieuze normen worden gezien als belangrijke indicatoren van culturele integratie en mogelijk van invloed op depressieklachten.

Etnische identificatie kan wederom zorgen voor zowel een beter psychisch welzijn als voor een slechter welzijn. Gegeven dat het Nederlands integratiebeleid zich het laatste decennium steeds verder van het multiculturalisme heeft verwijderd en steeds meer nadruk legt op (gedwongen) culturele aanpassing, is het de vraag of (nu nog steeds) juist een sterke culturele gerichtheid op de eigen groep bescherming biedt tegen depressieklachten. Het is aannemelijk dat – net zoals bij het zowel onderhouden van sociale contacten met leden van de etnische herkomstgroep als met autochtone Nederlanders – juist bij migranten die zich zowel met de herkomstgroep identificeren als met de ontvangende samenleving psychische problemen ontstaan als gevolg van het balanceren tussen twee culturen. Religie zou juist wel moeten beschermen tegen depressieklachten. Hoewel er vooral onderzoek is gedaan naar de positieve effecten van christelijke religies op depressieklachten, is het aannemelijk dat ook de islam beschermend werkt. Net als sociale contacten, kan een religie zorgen voor emotionele steun.

Onderzoeksresultaten
In het kader van het disciplinaire honoursprogramma, deed ik onderzoek naar de relatie tussen depressieklachten en de sociale en culture integratie van migranten. Hoewel migranten een grote rol spelen in onze samenleving en regelmatig in de media worden bediscussieerd, is er weinig (kwantitatieve) onderzoeksdata van en over die migranten zelf. In de NELLS (Nederlandse Levensloop Studie) is een grote groep Turkse en Marokkaanse Nederlanders geïnterviewd over een verscheidenheid aan onderwerpen.[8] Deze unieke data in combinatie met het schaarse onderzoek naar psychische klachten onder migranten, bood een interessante opening voor een nieuwe studie.

Het onderzoek geeft enkele interessante resultaten. Ten eerste blijken Turkse en Marokkaanse Nederlanders inderdaad meer last te hebben van depressieklachten dan autochtone Nederlanders. Dit is zowel het geval bij de eerste als de tweede generatie. Wordt er rekening gehouden met de bekende determinanten van depressie en structurele kenmerken van de mate van integratie – geslacht, leeftijd, opleidingsniveau en arbeidsmarktpositie – dan verandert het beeld. Marokkaanse Nederlanders van de tweede generatie verschillen niet langer in de mate van depressieklachten van autochtone Nederlanders. Een opvallende bevinding, omdat Marokkaanse Nederlanders van de eerste generatie en Turkse Nederlanders van zowel de eerste als de tweede generatie nog wel meer depressieklachten ervaren dan de autochtone Nederlanders. Ook tussen deze groepen en de autochtone Nederlanders zijn de verschillen in depressieklachten echter een stuk kleiner geworden.

Tussen de Turkse en Marokkaanse Nederlanders en tussen de tweede generaties zijn er geen substantiële verschillen in depressieklachten. Wel blijkt dat contact met autochtone Nederlanders depressieklachten vermindert. Diepgaande contacten met zowel autochtone Nederlanders als met leden van de eigen etnische groep verminderen depressieklachten eveneens. Sociale integratie (vooral gericht op autochtone Nederlanders) lijkt daarmee positief te werken voor het psychisch welzijn. Tegen de verwachting in, lijkt religie geen invloed te hebben op depressieklachten. Turkse en Marokkaanse Nederlanders die zich sterker identificeren met Nederland rapporteren minder depressieklachten. Maar ook migranten die meer nadruk leggen op hun eigen etnische identiteit hebben minder last van depressieklachten dan migranten die hier minder de nadruk op leggen. Het lijkt daarmee noch een extra beschermende werking te bieden, noch nadelig te zijn indien men zich zowel (sterk) met Nederland als (sterk) met de etnische groep identificeert. Er zijn dus geen aanwijzingen dat het balanceren tussen twee culturen risico verhogend werkt voor depressieklachten.

Roos van der Zwan (1990) is socioloog en deed onder begeleiding van Dr. Jochem Tolsma onderzoek naar de relatie tussen integratie en depressie bij migranten in het kader van het disciplinaire honoursprogramma aan de Radboud Universiteit Nijmegen.


[1] J.W. Berry, ‘Immigration, acculturation, and adaption’, Applied Psychology: An International Review 46 (1997) 5-68.

[2] M. Driessen, Geestelijke ongezondheid in Nederland in kaart gebracht. Een beschrijving van MHI-5 in de gezondheidsmodule van het permanent onderzoek leefsituatie (Den Haag 2011) beschikbaar via: http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/EF66D80A-C019-4EF0-8D13-4A54999C37EE/0/2011geestelijkeongezondheidinNederlandinkaartgebrachtart.pdf (geraadpleegd 22 mei 2013).

[3] J. W. Berry,  ‘Acculturation: Living successfully in two cultures’, International Journal of Intercultural Relations 29 (2005) 697-712.

[4] Integratienota ‘Integratie, binding en burgerschapMinisterie van Binnenlandse Zaken (Den Haag 2011) beschikbaar via: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/notas/2011/06/16/integratienota.html (geraadpleegd 22 mei 2013).

[5] H. Entzinger, ‘The rise and fall of multiculturalism: The case of the Netherlands’, in: C. Joppke & E. Morawska ed., Toward assimilation and citizenship (Basingstoke 2003) 59-86.

[6] Integratienota 2007-2011. Zorg dat je erbij hoort! Ministerie VROM/WWI (Den Haag z.d.) beschikbaar via http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/brochures/2007/11/01/integratienota-2007-2011-zorg-dat-je-erbij-hoort.html (geraadpleegd op 25 mei 2013); M. Coenders e.a., ‘More Than Two Decades of Changing Ethnic Attitudes in the Netherlands’ Journal of Social Issues 64 (2008) 269-285.

[7] J. Dagevos, Perspectief op integratie. Over de sociaal-culturele en structurele integratie van etnische minderheden in Nederland. WWR Werkdocumenten W 121 (Den Haag 2001) 20, beschikbaar via: http://www.wrr.nl/fileadmin/nl/publicaties/
DVD_WRR_publicaties_1972-2004/W121_Perspectief_op_integratie.pdf
(geraadpleegd op 22 mei 2013).

[8] P. M. de Graaf e.a., ‘Design and content of the NEtherlands Longitudinal Lifecourse Study (NELLS).’ Research report. (Tilburg & Nijmegen 2010).

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>