De VVD zou links moeten stemmen

Maarten de Vries

De VVD wil Nederland ‘bedrijfsmatig’ besturen. Wat de partij echter niet doorheeft, is dat zij zich beroept op een achterhaalde economische visie. Juist de linkse partijen sluiten aan bij de moderne bedrijfswetenschap. Wie Nederland als een bedrijf ziet, zou dan ook links moeten stemmen.

Al vijf jaar lang verkeert Nederland in zwaar weer. De ene financiële crisis volgt de andere op. De markt is krakend tot stilstand gekomen. Politiek Den Haag zoekt al jaren naar oplossingen om Nederland uit de crisis te helpen. Elke politieke partij heeft haar eigen oplossingen. In een mediawereld, waarin partijen zich met oneliners en andere kortzichtige reclameleuzen onderscheiden, profileert de VVD zich als zakelijke partij.

De partij lijkt erop gericht om Nederland als een bedrijf te besturen. Dat bedrijf moet efficiënter opereren. Daartoe verzint de partij diverse financiële ‘prikkels’. Zo moet de bijstand bijvoorbeeld lager en korter, zodat de ‘uitkeringstrekkers’ geprikkeld worden om te werken. In zijn toelichting op het gedoogakkoord van 2010 stelde Premier Rutte dan ook: ‘We gaan het land teruggeven aan de hardwerkende Nederlander’. Oftewel: Wil je het goed hebben, dan moet je hier zelf voor zorgen. De hardwerkende Nederlander krijgt zo wat hem of haar toebehoort. De overheid is er niet om je handje vast te houden. Je moet juist eigen verantwoordelijkheid tonen. Zo komen we uit de crisis.

Rechtse zakelijkheid
Met deze visie gaat de partij welbeschouwd terug op Frederick Taylor. In 1909 publiceerde hij zijn beroemde werk The Principles of Scientific Management, waarmee hij de grondlegger werd van het ‘wetenschappelijk management’. Hij leefde meer dan een eeuw geleden, ten tijde van de tweede industriële revolutie. Doordat de fabrieken in deze tijd steeds groter werden, ontstonden er organisatorische problemen. Vooral het management vond het erg lastig om goed toezicht te houden op de werknemers.

Taylor had werktuigbouwkunde gestudeerd en was erg geïnteresseerd in de efficiëntie van het werkproces. Hij gebruikte de wetenschappelijke methode om de optimale manier te vinden voor de taken in de fabriek. In één onderzoek experimenteerde hij zo lang met het ontwerp van een schop, totdat hij een ontwerp vond waarmee werknemers meerdere uren achter elkaar graafwerkzaamheden konden vervullen. Met zijn onderzoeksmethode inspireerde Taylor enkele decennia aan onderzoek naar verbetering van het werkproces.

Tijdens zijn onderzoek zag Taylor dat werknemers precies zo langzaam werkten, dat ze net niet gestraft werden. Hij stelde: ‘Er is nauwelijks een werkman die niet een aanzienlijke hoeveelheid tijd besteed aan het bestuderen van hoe langzaam hij kan werken en nog steeds zijn werkgever ervan overtuigt dat hij op een goed tempo zit.’[1] Taylor wilde een radicale rationalisatie van werk. Hij stelde dat het werk opgesplitst moest worden in vele stukjes werk. Iedereen kreeg zijn eigen stukje werk en van al deze stukjes werk werd het werktempo vastgelegd.

Taylor berekende de tijd die nodig was om verschillende elementen van de taak uit te voeren. Zo berekende hij bij werk aan de lopende band hoeveel seconden het duurde om een bepaald schroefje aan te draaien. Hij berekende hoeveel schroefjes een werknemer per dag kon vastdraaien. Werkte deze nu langzamer, dan verdiende hij minder. Werkte hij harder, dan werd de lopende band sneller gezet en ging het loon omhoog.

In Taylor’s visie werkt de werknemer voor slechts één reden: om geld te verdienen. De voornaamste oorzaak van het inefficiënt werken, was echter de ‘natuurlijke luiheid’ van de werknemer. De werknemer wil zich namelijk zo weinig mogelijk inspannen. Taylor koppelde productiviteit aan het loon van de werknemer, hierdoor werd deze uitgedaagd om zich in te spannen.

Hoe krijgen we dit land uit de crisis en de werkloosheid teruggedrongen? De VVD wil dit doen met Tayloriaanse financiële prikkels. Hierbij hanteren de beleidsmakers een mensbeeld dat wel de homo economicus wordt genoemd. Dit is de rationeel naar eigen belang strevende burger. De beleidsmantra is: keuzevrijheid, eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid. In deze beleidswereld is de homo economicus de persoon die koel en calculerend te werk gaat om optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden. Beleidsmaatregelen sluiten aan op deze zelfredzaamheid. Zo wil de VVD de uitkering verkorten zodat de zelfredzaamheid van de homo economicus geprikkeld wordt, waardoor hij beseft dat hij zich beter moet inzetten voor een baan.

Hawthorne-studies en Human Resource Management
Na enkele decennia van Tayloriaans onderzoek, volgde een nieuw managementparadigma. Taylors uitgangspunten werden namelijk in twijfel getrokken door de zogeheten Hawthorne-studies, vernoemd naar de fabriek waar het onderzoek gedaan werd. In deze fabriek van Western Electric werd een typisch Tayloriaans onderzoek gedaan naar de efficiëntie van het werkproces. Men onderzocht hoe de intensiteit van de verlichting op de werkplaats invloed had op de productiviteit. Wat bleek: deed men de lichten feller, dan ging men harder werken, maar dimden de onderzoekers de lichten, dan ging men ook harder werken! De verlichting bleek niet van belang.

Wat was het geval? Na enkele gesprekken met de betrokken werknemers bleek dat zij de belangstelling van de onderzoekers en het betrokken management ervoeren als erg motiverend en stimulerend. De werknemers hadden het gevoel dat zij erg belangrijk werk deden, zelfs zo belangrijk dat er wetenschappelijke interesse naar was. Hun werk deed ertoe. Het was de emotie, de erkenning die ze kregen, die stimulerend werkte.

Deze uitkomsten waren het begin voor het Human Resource Management, een ware revolutie in bedrijfsvoering. Een uitgangspunt van deze bedrijfsvisie stelt dat mensen dus niet noodzakelijkerwijs lui zijn. Werknemers zijn best bereid harder te werken, maar ze moeten een bepaalde motivatie vinden. De werkgevers van tegenwoordig snappen tegelijk dat ze niet alle werknemers aan eigen verantwoordelijkheid moeten overlaten. Zij investeren in hun werknemers, waardoor zij productiever, gemotiveerder en meer tevreden worden. De investering is dan ook snel terugverdiend.

Tegenwoordig investeren alle succesvolle bedrijven in ontwikkeling van werknemers. Het is namelijk een illusie dat de werknemer zich volledig rationeel ontwikkelt om hogerop te komen, alleen om meer geld te verdienen. Zo bieden bedrijven trainingen aan, maar wordt er ook gewerkt aan de bedrijfscultuur. Doordat bedrijven in werknemers investeren, zijn werknemers ook bereid om zich goed voor het bedrijf in te zetten. Zo komen ze samen hogerop. Samen vooruit is beter dan stilstand.

Linkse zakelijkheid
Willen we Nederland bedrijfsmatig runnen, dan moeten we onthouden dat financiële prikkels niet juiste manier zijn om dit bedrijf uit de crisis te sturen. Uit psychologisch onderzoek van het menselijk gedrag blijkt dat slechts 20 procent van de mensen fungeert als een homo economicus. De overige 80 procent van de mensheid worden wel homo psychologicus genoemd. Deze overgrote meerderheid bestaat uit weinig initiatiefrijke personen die keuzes maken door hun intuïtie te volgen, vuistregels te gebruiken of op het oordeel van anderen af te gaan. Moeten beleidsmaatregelen succes hebben, dan dienen deze tevens te focussen op deze groep.

Willen we zakelijk zijn, dan moeten we juist investeren in de samenleving. De overheid en  haar burgers moeten samen verder komen. De lessen van Human Resource Mangement leren ons namelijk dat we verder komen wanneer we investeren in de werknemers. Door als overheid op een gelijke manier te investeren in de publieke sector versterken we de samenleving. De overheid dient meer faciliterend op te treden, terwijl goede sociale voorzieningen voorkomen dat mensen buiten de boot vallen.

Het wijzen op eigen verantwoordelijkheid is tegenwoordig juist een erg gevaarlijke ‘bedrijfscultuur’. Het benadrukken van de eigen verantwoordelijkheid maakt mensen onzeker in deze tijd. Dit geeft namelijk niet aan waar de publieke verantwoordelijkheid begint, terwijl daar juist zo’n behoefte aan is. Om de woorden van Wouter Bos te gebruiken: ‘Mensen zien en voelen dat ze het in hun eentje niet redden. Hun wordt gevraagd risico’s te nemen en te accepteren dat de wereld steeds minder zekerheden kent. Dat lukt alleen maar als ze ook zeker kunnen zijn dat er een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid is, die niemand aan zijn lot overlaat als het tegenzit.’[2]

De uitgangspunten van zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid dienen daarom te worden vervangen. In een goed bedrijf is er ruimte voor gedeelde verantwoordelijkheid. De werkgever mag iets van de werknemer verwachten, maar dit geldt ook in de tegenovergestelde richting.

Van Rutte I naar Rutte II: Er is hoop
Het rechtse kabinet Rutte-Verhagen bleek een slechte ‘werkgever’. Zijn rechtse visie is te beperkt, zeker in deze tijd, en dat zagen we terug in de praktijk bij kabinet Rutte I. Deze verlaagde de bijstand, terwijl meer mensen afhankelijk werden van de voedselbank. Sociale werkplaatsen werden gesloten, terwijl arbeidsgehandicapten nergens een andere baan konden vinden. Dit kabinet wilde niet investeren in haar burgers en hun ontwikkeling zelfs tegen te werken. Dit was terug te zien in de plannen voor de ‘langstudeerboete’. Studenten die in zichzelf wilden investeren door bijvoorbeeld een aanvullend bestuursjaar te doen, werden in hun ontwikkeling tegengewerkt. Terwijl het Nederlandse bedrijfsleven aangaf dat er juist een grote vraag is naar deze mensen.

Het kabinet Rutte-Ascher lijkt een betere weg te zijn opgeslagen. Het terugdringen van de bijstand lijkt voorlopig gestopt en de langstudeerboete is van de baan. Daarnaast heeft het kabinet afspraken gemaakt met de werkgevers dat zij meer arbeidsgehandicapten in dienst zullen nemen. Als blijkt dat de belofte voor 125.000 extra banen niet wordt waargemaakt, wordt er een quotumregeling geactiveerd die werkgevers wettelijk verplicht plekken te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Zo zorgen ze ervoor dat niemand tussen wal en schip valt.

Linkse partijen zitten op één lijn met verstandige bedrijfsvoering: ze scheppen voorwaarden en een cultuur waarin iedereen mee kan doen. Het Human Resource Management heeft getoond dat deze benadering bij bedrijven erg succesvol is. Willen we dan ook dat ons land werkelijk als bedrijf gerund wordt? Dan hoop ik op dat de volgende CEO van Nederland B.V. van linkse huize is.

Maarten de Vries (1990) is student Scheikunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.


[1] F.W. Taylor, Principles of Scientific Management. (New York, London 1911).

[2] W. Bos, Dit land kan zoveel beter. (Amsterdam 2006).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>