De terugkeer van het communisme

Thomas Roode

 Op 12 september hebben 9.462.223 Nederlanders de moeite genomen naar het stembureau te gaan en te kiezen voor de politieke partij van hun voorkeur. Elke kiezer hoopt dat de lijsttrekker van de door hem gekozen partij zich de machtigste man of vrouw van het land mag noemen. Is dit een juiste voorstelling van hoe de werkelijke situatie in Nederland is? Kiezen wij eigenlijk wel de machtigste persoon van het land? Nee. Tenzij op uw stembiljet Peter Voser (CEO van Royal Dutch Shell), Paul Polman (CEO van Unilever) of Frans van Houten (CEO van Philips) stonden.

In dit artikel betoog ik dat de machtsrelatie tussen politiek en economie de afgelopen jaren  is omgedraaid. Ik licht toe waarom dit een slechte zaak is en hoe dit probleem aangepakt dient te worden. Bij het presenteren van de oplossing waart een oud spook door Europa: het communisme. Ik zal aantonen dat dit spook sinds het uitbreken van de kredietcrisis in 2008 enkel relevanter is geworden, omdat het genadeloos de zwakke punten van het kapitalisme heeft blootgelegd.

De verstoorde relatie tussen economie en politiek
Tussen november 2011 en januari 2012 heeft de parlementaire onderzoekscommissie-De Wit onderzoek gedaan naar het (mis)management van de overheid tijdens de bankencrisis. Alle hoofdrolspelers moesten onder ede uitleggen hoe talloze miljoenen euro’s zijn verdampt. Wie de moeite heeft genomen om de verhoren op televisie te bekijken, was getuige van een interessant schouwspel waarin de parlementariërs en de bankdirecteur tegenover elkaar zaten. De tegenstelling tussen politiek en economie kon niet duidelijker worden weergegeven. Een goede twee meter ruimte zat er tussen de vertegenwoordigers van het volk en de ‘boeven’ die ons geld hadden kwijtgemaakt.

Dit beeld is echter zeer misleidend. In het recente verleden is het verschil tussen economie en politiek steeds kleiner geworden om uiteindelijke helemaal te verdwijnen. In het versmelten van economie en politiek voert niet de politiek, maar voeren ‘economische krachten’ de boventoon. Dit fijnmazige web bestaande uit banken, multinationals, kredietbeoordelaren en beurshandelaren, dat ook regelmatig wordt aangeduid met de term ‘financiële markten’, is een zeer ondoorzichtige sector waar niemand werkelijk greep op heeft. Het is naïef om te denken dat de politiek hier effectief toezicht op houdt.

Op 20 januari 2011 schrijft het NRC Handelsblad op basis van een bericht van Wikileaks dat oliemaatschappij Shell grote invloed uitoefent op het buitenlandse beleid van Nederland.[1] Een Nederlandse topambtenaar zou namens Shell overleg hebben gevoerd met de Amerikaanse ambassade in Den Haag over eventuele sancties tegen Iran. Van 2006 tot 2008 was deze ambtenaar ‘uitgeleend’ aan Shell om aan de slag te gaan bij de afdeling Overheidsrelaties. Na zijn werkzaamheden bij Shell bleef de ambtenaar opkomen voor de belangen van het concern. De Amerikaanse ambassade schrijft dan ook in een diplomatieke cable: ‘Koninklijke/Shell heeft grote invloed op het Nederlandse buitenlandbeleid’ en ‘Shell heeft evenredig veel greep op de overheid’.[2]

In het licht van bovenstaande informatie is het opmerkelijk dat de Tweede Kamer minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken heeft gevraagd Shell op te roepen tot het reserveren van geld voor Nigeria.[3] Volgens het CDA maakt Shell zich schuldig aan medeplichtigheid bij olielekkages en moet het opdraaien voor de kosten van een schoonmaakoperatie, omdat het winnen van olie in Nigeria op onnauwkeurige wijze en zonder aandacht voor het milieu geschiedt. Rosenthal reageerde door te zeggen dat de Nederlandse overheid vaak overleg voert met Shell en dat deze kwestie herhaaldelijk aan de orde wordt gesteld. Hoewel Rosenthal de indruk geeft invloed te hebben bij Shell, is het omgekeerde het geval. Shell is een van de meest winstgevende bedrijven van Nederland. Onze regering heeft het bedrijf heel hard nodig, maar Shell heeft onze regering allerminst nodig. Mocht het ooit zover komen, dan kan Shell simpelweg vertrekken. Door de globalisering zijn er weinig barrières meer voor bedrijven om zich in het buitenland te vestigen. Dit zorgt ervoor dat overheden zich kwetsbaar moeten opstellen ten opzichte van grote multinationals. Bedrijven hebben altijd de gelegenheid te vertrekken en daarmee vertrekt ook een hoop belastinginkomen, werkgelegenheid en, niet te vergeten, prestige.

Shell is geen bank, maar wel een goed voorbeeld van de hierboven genoemde ‘economische krachten’. De invloed van de actoren in dit web moet niet onderschat worden, vooral omdat de overheid alles doet om de waarheid te verbergen door toneelstukjes op te voeren, zoals de verhoren van de onderzoekscommissie-De Wit. In werkelijkheid laten de parlementariërs zich met een kluitje het riet in sturen. De ondervraagde bankdirecteuren geven allemaal iemand anders de schuld (Neelie Kroes, De Nederlandse Bank, de Nederlandse overheid) of leiden aan acuut geheugenverlies. Hierdoor ontstaat een beeld waarin de ‘economische krachten’ met de Nederlandse overheid meewerken zolang het hen geen schade berokkend. ‘De economische krachten’ willen omwille van de beeldvorming best meedoen aan een onderzoekje, maar het mag vooral geen negatieve gevolgen hebben voor hen. De status quo is namelijk nog altijd in hun voordeel en ze hebben er geen belang bij om die te veranderen. Dus wat is er gebeurd? Er is een dik rapport geschreven, dat na een korte ophef in een van de vele diepe laden van de ministeries is verdwenen. Een typerend voorbeeld van het gezegde ‘iedereen dronk een glas, deed een plas en alles bleef zoals het was’.

Ondemocratisch kapitalisme
Waarom is deze situatie zo slecht? Hebben deze ‘economische krachten’ ons niet veel welvaart gebracht en verdienen zij niet hun plekje in de zon? Dat de huidige situatie in mijn ogen niet te rechtvaardigen is, heeft in de eerste plaats te maken met macht. Multinationals zoals Shell en Philips hebben veel invloed op ons dagelijkse leven. De prijzen van benzine en elektronica bepalen hoeveel we van onze koopkracht kunnen inzetten voor andere uitgaven, zoals onderwijs, voedsel of de zorg. Je zou zelfs de stelling kunnen verdedigen dat deze multinationals meer invloed hebben dan de politici in Den Haag. Men moet zich wel realiseren dat het niet de topmannen van de multinationals, maar deze dames en heren in Den Haag zijn die door ons worden gekozen om ons te vertegenwoordigen. De topmannen worden benoemd door anonieme raden van commissarissen. Het zijn dus de ondemocratische multinationals die een hoge mate van invloed uitoefenen, zonder dat wij de kans hebben om invloed over hen uit te oefenen, bijvoorbeeld via verkiezingen.

Het volgende argument heeft te maken met ethiek en moraal. Het gebrek aan moraliteit is een van de redenen waarom we in deze economische crisis zitten. Hoe ethisch is het immers om hypotheken te verkopen aan mensen die deze niet kunnen betalen? Hoe moreel is het om tijdens het opgraven van grondstoffen in derdewereldlanden de omgeving te vervuilen zonder enige vorm van compensatie? In het verleden hebben de multinationals aangetoond geen enkel besef te hebben van ethiek. Dit terwijl multinationals vaak propageren ‘maatschappelijk verantwoord te ondernemen’.  Zo zegt voormalig minister Jacqueline Cramer van VROM in een interview met ondernemerstijdschrift De Status dat ‘Shell al jaren trendsetter is van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Op het terrein van mensenrechten volgt het bedrijf een uitgebreid beleid van onder andere bedrijfscodes, bedrijfstrainingen, verslagleggen enzovoorts.’[4] Dit is een opmerkelijke uitspraak van de voormalige minister c.q. ex-commissaris van Shell. Shell vervuilt op grote schaal de deltaregio in Nigeria waar veel olie wordt opgepompt. Talloze plaatselijke inwoners zijn hier het slachtoffer van. Hun gezondheid verslechtert en de landbouwgronden en visgebieden worden onleefbaar. Een ander voorbeeld van ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ is dat Shell lange tijd actief is geweest in Syrië, terwijl er grootschalige mensenrechtenschendingen plaatsvonden. Terwijl de Syrische tanks op onschuldige burgers schieten, pompten de medewerkers van Shell gewoon olie uit de grond.

Nu lijkt het alsof ik in het bijzonder iets tegen Shell heb. Dit is niet het geval. Ik heb Shell gebruikt als voorbeeld om te laten zien hoe veel multinationals opereren. Deze praktijken moeten illustreren dat we niet op de ‘economische krachten’ kunnen vertrouwen wat ethiek en moraliteit betreft. Dit is des te kwalijker, omdat wij hen niet verantwoordelijk kunnen stellen voor hun daden. Multinationals staan als het ware boven de wet. Hoewel ze invloed uitoefenen op het beleid van de regering en op de burgers, zijn ze aan niemand verantwoording schuldig. Als consument heb ik de mogelijkheid om te kunnen kiezen voor een ander product, maar maakt het een groot verschil als ik benzine tank bij Texaco in plaats van Shell? Welke garantie heb ik dat Texaco niet op grote schaal gebieden vervuilt? Texaco is immers eigendom van Chevron, een bedrijf dat ervan wordt beschuldigd in Ecuador onherstelbare milieuschade te hebben veroorzaakt.[5]

Het is een slechte zaak dat politiek en economie tegenwoordig versmolten zijn. De oorzaken van de economische crisis zijn te vinden in dit samengaan. Het afkalven van het toezicht door de politiek hangt direct samen met een verlies aan invloed van de politiek op het bedrijfsleven. En het verdwijnen van toezicht valt rechtstreeks te herleiden tot het ontstaan van de onethische praktijken die hebben geleid tot het ineenstorten van de economie in 2008.

 Het alternatief
Wat is het alternatief? Zitten we vastgeroest in de huidige situatie? Kunnen we niet volstaan met hervormingen? Nee, maar het alternatief is niet eenvoudig te bereiken. Er is een radicale en structurele verandering nodig om tot een eerlijker en democratischer staatsbestel te komen. Om de relatie tussen politiek en economie weer tot de juiste verhoudingen te herstellen, moet de politiek weer de boventoon gaan voeren in dit samenspel. De enige effectieve wijze om dit voor elkaar te krijgen, is het nationaliseren van sleutelsectoren in de economie.

De belangrijkste sector in deze context is zonder twijfel de bankensector. Banken voeden de economie door krediet te verlenen en individuen en bedrijven de kans te geven te investeren. In de afgelopen jaren hebben de banken deze rol misbruikt en is zelfverrijking steeds belangrijker geworden. Dit heeft geleid tot allerlei onverantwoorde praktijken. Een voorbeeld hiervan is de derivatenhandel, die de sleutel vormt voor het ontstaan van de kredietcrisis in 2008. Nationalisering van de bankensector zorgt voor ongekende mogelijkheden voor de overheid. Het kan de economie actief sturen door gericht kredieten te verlenen. Niet winstmaximalisatie, maar het algeheel welzijn van de samenleving moet het leidende principe zijn.

Hoewel de samenleving divers is, zijn er verschillende factoren aan te wijzen die voor iedereen bijdragen aan het welzijn. Deze factoren zijn gezond voedsel, duurzame energie, schoon drinkwater, toegankelijk onderwijs, goedkope woningen en een betaalbare gezondheidszorg. Veel van deze factoren zijn echter niet winstgevend. Voor het bedrijfsleven is er dan weinig stimulans om zich hier actief mee te bemoeien. Dan blijft de staat over als enige actor om, idealistisch gezegd, een ‘betere wereld’ dichterbij te brengen. Zeker in deze tijden van economische crisis ontbreekt het de staat aan de financiële middelen om dit te doen. Uit naam van het volk, dat gebaat is bij gezond voedsel en een duurzaam milieu, moet het dan de middelen toe-eigenen om deze activiteiten alsnog te ontplooien. Concreet betekent dit de nationalisatie van sleutelsectoren, zoals de banken, energiebedrijven, voedselindustrie et cetera. En dit alles dient te gebeuren zonder een vorm van compensatie richting de vorige eigenaren. Hun compensatie zal bestaan uit de positieve resultaten die de overheid behaalt door op rationele wijze om te gaan met de verworven middelen.

Conclusie: legitimiteit en macht
Ik wil niet beweren dat de overheid de enige partij is die zich bezighoudt met duurzame energie of schoon drinkwater. Talloze bedrijven zijn hier, al dan niet gesteund door de overheid, mee bezig. En dat is een goede zaak. Wij zijn immers allemaal beter af met een duurzaam milieu en schoon drinkwater. Waar voor mij de schoen wringt, is de factor macht. Op basis van een eenzijdige afhankelijkheid is de overheid ondergeschikt gemaakt aan de ‘economische krachten’. Deze situatie is door afwezigheid van democratische en politieke legitimiteit aan de grip van het volk ontsnapt. Echter, de afhankelijkheid van een land met betrekking tot energie of voedsel jegens een private partij mag onder geen enkel beding uitmonden in een machtsrelatie, waarin de democratisch gekozen partij ondergeschikt is aan een niet democratisch gekozen partij. Wanneer een afhankelijkheidsrelatie ontstaat waarin de staat niet langer kan functioneren zonder de grondstoffen van een private partij, dan heeft de staat de morele plicht deze relatie structureel en fundamenteel te wijzigen.

Deze plicht vloeit voort uit het gegeven dat de inwoners van een land hun vertrouwen geven aan de staat om hen te regeren op een wijze die de samenleving ten goede komt. Door het gebrek aan ethiek en moraliteit in de activiteiten van de private partij, is de samenleving zeker niet beter af door zich afhankelijk op te stellen jegens de private partij. Om uit deze situatie te ontsnappen heeft de samenleving slechts één optie: de private partij onderwerpen aan democratische en politieke controle. Alleen op deze wijze kan een dergelijke afhankelijkheid worden gerechtvaardigd. Deze zienswijze brengt ons terug naar de ideeën van Karl Marx en Friedrich Engels, die de overname van de economie door de staat zagen als een volgende stap in de evolutie van de maatschappij. Zoals Engels en Marx schreven in Het Communistisch Manifest, waart er weer een spook door Europa: het spook van het communisme.

 Thomas Roode (1987) is journalist en politicoloog.



[1] F. Staps, ‘Shell heeft grote invloed op buitenlandbeleid kabinet.’ NRC Handelsblad (20 januari 2011) 1.

[2] F. Staps, 20 januari 2011, beschikbaar via: http://vorige.nrc.nl/multimedia/archive/00316/228136_316671a.pdf (geraadpleegd op 21 februari 2013).

[3] S. van Aartrijk, ‘CDA: Shell moet geld reserveren voor Nigeria.’ Algemeen Dagblad (17 november 2011).

[4] J. van Buuren, ‘MVO geen wegfladderend speeltje bij tegenwind’, De Status (Purmerend 2007) pp. 49-50.

[5] CBS News, ‘Amazon Crude’, 60 Minutes (New York 2009).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>