De smeulende conflicthaard Noord-Ierland

Chris van Gorp

Op 28 juli 2012 vond er een historische handdruk plaats: Queen Elizabeth schudde de hand van de Noord-Ierse vicepremier Martin McGuinness tijdens een tour door haar koninkrijk ter ere van haar diamanten jubileum. Dat ze de hand van de vicepremier van Noord-Ierland schudt is niet zo vreemd, maar het feit dat ze de hand van McGuinness (voormalig commandant van de Provisional Irish Republican Army (PIRA), tegenwoordig leider van de republikeinse Sinn Féin) schudt, is iets wat decennia lang onmogelijk leek.In dit artikel zal de historische dimensie van het conflict besproken worden, waarna ik de aandacht richt op het vredesakkoord van 1998 en de invloed die dit heeft op het huidige Noord-Ierland.

De geschiedenis van het Noord-Ierse conflict
In mijn ogen heeft het conflict in Noord-Ierland twee in elkaar geweven oorzaken. Ten eerste is er het onderscheid tussen gekoloniseerden en kolonisten. Ten tweede is er het onderscheid tussen katholiek en protestant. In Noord-Ierland vallen deze twee zaken min of meer samen. Dat maakt het conflict in Noord-Ierland niet tot een religieus conflict, al wordt dit vaak wel zo voorgesteld. Namiers noemt religie ‘a sixteenth century word for nationalism.’  Het lastige is aan zowel religie als nationalisme dat het termen zijn waarover niet valt te onderhandelen. Je bent óf Iers óf Brits en óf katholiek óf protestant. Religie is belangrijk, omdat het de positie van je voorouders in het verleden aangeeft.

In 1690 begon de Britse kolonisatie van Ierland en kwam er een grote groep protestanten kolonisten te wonen in het traditionele katholieke Ierland. Als gevolg hiervan werd de lokale katholieke bevolking onderdrukt wat tot regelmatig terugkerende opstanden leidde. De protestantse gemeenschap was voorstander van de unie met Groot-Brittannië, terwijl de katholieke gemeenschap wilde juist onafhankelijkheid van Londen. Na de onafhankelijkheidsoorlog van 1919-1921 werd in 1922 de Ierse vrijstaat opgericht, maar de zes noordoostelijke counties waar een protestantse meerderheid woonde, bleven onder Brits bestuur en zo werd Noord-Ierland als politieke eenheid geboren. Beide gemeenschappen waren niet tevreden met dit resultaat. De half miljoen katholieken in Noord-Ierland wilden aansluiting bij het onafhankelijke zuiden en de protestantse meerderheid was bang dat London vroeg of laat de macht over Noord-Ierland zou overdragen aan de Ierse regering. Daarnaast wantrouwden ze de katholieken in Noord-Ierland, een grote minderheid zonder enige politieke macht die constant het gevoel had gediscrimineerd te worden door de unionistische regering. Het feit dat slechts vier ministers tussen 1921 en 1969 geen lid waren van de loyalistische protestantse Oranje Orde zegt genoeg. Het Noord-Ierse overheidsbeleid zorgde dat de scheiding tussen beide gemeenschappen bleef bestaan.

De achtergestelde katholieke minderheid besloot in navolging van de Afro-Amerikaanse burgerrechtenbeweging tot protestacties over te gaan om hun roep om gelijke behandeling kracht bij te zetten. Deze demonstraties voor gelijke behandeling leidden tot spanningen tussen de politie en de katholieke gemeenschap. Op Bloody Sunday schoten Britse soldaten dertien ongewapende demonstranten dood waarna de steun aan de PIRA en haar lidmaatschap explosief groeide. Eind jaren 1960 en begin jaren 1970 werden hele wijken gehomogeniseerd door mensen die niet tot de dominante religieuze groep behoorden uit de wijk te zetten. Het al verdeelde Noord-Ierland raakte verder gesegregeerd. Bomaanslagen en moorden door loyalistische en nationalistische paramilitaire organisaties bleef doorgaan tot de Goede Vrijdag akkoorden van 1998 vrede in de regio brachten en een einde maakte aan dertig jaar politiek geweld die ietwat eufemistisch de Troubles worden genoemd.

De Goede Vrijdag akkoorden
Het vredesakkoord van 1998 bracht enkele belangrijke veranderingen in hoe Noord-Ierland geregeerd werd tot 1972. Het grote verschil was dat er afgestapt werd van een meerderheidsmodel; men koos nu voor een consociationeel model (een soort geïnstitutionaliseerde Verzuiling) wat ervoor zorgde dat niet de winnaar van de verkiezing alles kon beslissen, maar juist elke gemeenschap betrokken moet worden bij de besluitvorming. Het voordeel hiervan is dat beide gemeenschappen nu op overheidsniveau samenwerken en allebei een veto hebben, zodat geen beleid ingevoerd kan worden dat voor één van de twee gemeenschappen nadelig uit kan pakken. Het gevolg hiervan is dat partijen die zich niet profileren als unionistisch of republikeins een aanzienlijk zwakkere positie hebben zonder dit veto.

Een maatschappij die net uit een conflict komt is verdeeld, wat democratie risicovol maakt voor de leiders uit conflicttijd. Zij zullen alleen institutionele verandering accepteren als zij er zelf voordeel uit kunnen halen. Momenteel zijn de katholieken nog in de minderheid, maar dit kan snel veranderen. Daardoor was het voor zowel unionistische als nationalistische politieke partijen logisch om voor een consociationele oplossing te kiezen: dit was immers de enige mogelijkheid om zowel als meerder- of minderheid een stem te behouden. In een maatschappij die net uit oorlog komt zijn bepaalde condities die gunstig zijn voor democratie (zoals veiligheid, functionerende instituten en sociale orde) niet aanwezig. Als gevolg hiervan zijn partijen die in het conflict gewapend actief waren aantrekkelijk om op te stemmen, want zij geven de zekerheid aan de eigen groep die de staat nog niet kan geven. De gematigde partijen die het Goede Vrijdag akkoord grotendeels bepaald hadden, de nationalistische SDLP en unionistische UUP waren op dat moment de grootste partijen. Sinds Goede Vrijdag hebben zij stemmen verloren aan meer radicale partijen als het nationalistische Sinn Féin en de unionistische DUP, de twee partijen die momenteel Noord-Ierland regeren. In etnisch verdeelde maatschappijen stemmen mensen op iemand van de eigen etniciteit en een compromis wordt al snel gezien als verraad naar de eigen groep. Conflict moedigt nu eenmaal het bestaan van een homogene groepsidentiteit aan en zorgt ervoor dat interne structuren blijven bestaan of zelfs versterkt worden.

Een ander belangrijk doel van de Goede Vrijdag akkoorden is een beleid dat gericht is op gelijkheid, mensenrechten en hervormingen van de veiligheidssector. Ook is er aandacht voor de demilitarisatie van paramilitaire organisaties en het vrijlaten van politieke gevangenen. De implementatie van de akkoorden laat echter te wensen over. Er zijn wel wat positieve effecten. Katholieken voelen zich minder gediscrimineerd dan in het verleden (in 1968 voelde 74 procent van de katholieken zich gediscrimineerd, in 2000 voelde ‘slechts’ twintig procent zich gediscrimineerd) en hun maatschappelijke positie is verbeterd. Deze vooruitgang heeft echter onder unionisten tot het idee geleidt dat zij grond verliezen ten koste van de katholieken, en dat gelijkheid in het nieuwe Noord-Ierland alleen maar gelijkheid voor de katholieken is. Sinds de jaren ’30 van de vorige eeuw is het katholieke geboortecijfer constant stijgend wat het aannemelijk maakt dat binnen een paar decennia de katholieken en niet meer de protestanten de grootste religieuze groep in Noord-Ierland zijn. Aangezien de Britse overheid een plek voor Noord-Ierland binnen het Verenigd Koninkrijk alleen garandeert als een merendeel van de bevolking hier achter staat is de steeds groter wordende groep katholieken een oorzaak van paniek onder de unionisten die er vanuit gaan dat alle katholieken streven naar aansluiting bij de Ierse Republiek. Uit de census van 2001 bleek dat 53 procent van de Noord-Ierse bevolking protestant is en 43,8 procen van de bevolking katholiek was, wat betekent dat de van oudsher protestantse meerderheid (twee-derde van de bevolking) niet meer gegarandeerd is. In 2007 bleek dat de katholieke gemeenschap al de grootste was in de Noord-Ierse bevolking onder 24 jaar. 

Noord-Ierland na de Goede Vrijdag akkoorden
Hoewel er vrede is, wil dit niet zeggen dat het conflict in Noord-Ierland afgelopen is. Spanningen heersen er nog steeds. Beide gemeenschappen blijven overwegend in hun ‘eigen’ buurt wonen en sinds het staakt het vuren van 1994 is er een toename van barrière-bouw tussen nationalistische en loyalistische wijken en straten. In het centrum van Belfast merk je dit niet, maar in de arbeiderswijken staan hekken en muren om de gemeenschappen uit elkaar te houden. De ‘vredeslijn’ tussen de Shankhill en Falls Road buurten begon als prikkeldraad, maar evolueerde met de loop der tijd tot een stalen muur van een paar meter hoog die tot op de dag van vandaag de twee wijken van elkaar scheidt. De barrière bouw is dus niet iets wat van tijdelijke aard is gebleken en worden nog steeds gezien als een gerechtvaardige reactie op sektarisch geweld. Zestig procent van de inwoners van de wijken in Belfast waar zulke barrières staan zouden ze graag afgebroken zien worden, maar alleen op een punt waarop zij dit als veilig ervaren, ergo, momenteel ervaren zij de spanningen in hun buurten nog als onveilig. Het probleem van de barrière bouw is dat ze lastig af te breken zijn en daarmee de divisie langs politiek-religieuze lijn in stand houden en daarmee dus op lange termijn geen oplossing voor de spanningen zijn.

De beide gemeenschappen leven nog steeds gescheiden van elkaar en er zijn nog steeds grote verschillen tussen beide gemeenschappen. De werkloosheid onder katholieken is nog steeds twee keer zo hoog als onder protestanten, ondanks alle pogingen die ondernomen zijn om dit euvel te verhelpen. Het probleem is dat sommige mensen in het unionistische kamp, zoals de DUP de maatregelen die de ongelijkheid tussen protestanten en katholieken ziet als discriminerend voor protestanten. Geforceerde integratie van beide gemeenschappen lijkt dus geen goede oplossing, aangezien dit alleen tot meer spanningen leidt.

Veiligheidshervormingen, ontwapening en re-integratie
Hoewel het conflict voorbij is, is Noord-Ierland nu niet per definitie een veilige plek: misdaad en politiek geweld blijven bestaan. Als deze problemen niet aangepakt worden zou dit het verse democratische regime kunnen ondermijnen op lange termijn. Een effectieve politiemacht en rechtstelsel zijn dus cruciaal, niet alleen omdat zij het nieuwe regime legitimeren, maar ook omdat zij de maatschappij veiliger maken voor de gewone burgers. Hervormingen zijn van belang omdat juist de politie en de rechtsprekende macht sterk verbonden waren aan het politiek bewind in Noord-Ierland van voor de vrede, zoals dat het geval is in met elke samenleving die uit een conflict komt. In de Goede Vrijdag akkoorden staat het belang van ‘a police force representative of the community as a whole’ aangegeven, maar van dit streven is nog weinig te merken. De Police Service of Northern Ireland (PSNI) werd opgericht om opnieuw te beginnen en daarmee de legitimiteit die de Royal Ulster Constabulary (RUC) verloren had onder de Katholieken tijdens de Troubles achter zich te laten. Dit lijkt maar half te lukken. Bij hoofdkwartier van de PSNI te Belfast is een herdenkingstuin voor de RUC waarin de RUC in een daglicht wordt gezet op een manier die weinig te maken heeft met een nieuw begin. Het feit dat de RUC betrokken was bij politiek geweld en politieke moorden wordt verzwegen en elke collega die vermoord is werd vermoord door een ‘terrorist’ in plaats van de meer gebruikelijk term ‘paramilitair’. Als men daadwerkelijk een nieuw begin wil hebben is het feit dat er een herdenkingspark is van de voormalige politiemacht met een bedenkelijk verleden dat door een roze bril wordt bekeken op het terrein van de nieuwe politiemacht lichtelijk bizar te noemen.

Op het gebied van ontwapening zijn er wel enige successen geboekt. De grootste republikeinse paramilitaire organisatie, de Provisional IRA, heeft zich ontwapend. Aan de andere kant hebben de loyalistische paramilitaire groepen dit nog niet gedaan, al hebben zij wel afgezien van het gebruik van geweld en lijken daarmee de huidige vrede te erkennen. Het probleem zijn echter niet de traditionele paramilitaire organisaties, maar juist de dissidentengroepen die het gebruik van geweld nog niet hebben afgezworen. In 2009 claimde het hoofd van de PSNI dat de terrorismedreiging van dissidenten het hoogst was sinds de Goede Vrijdag akkoorden. Het aantal doden als gevolg van dit geweld is gelukkig veel lager op het moment dan het was tijdens de Troubles, maar het gebruik van geweld is nog niet voorbij. Een bijkomend probleem is dat, hoewel de ze een politiek van staakt-het-vuren hebben, de loyalistische paramilitaire organisaties niet van plan zijn zich te ontwapenen. Dit zou kunnen betekenen dat in het geval dat de spanningen weer toenemen in de komende jaren de loyalistische beweging al een bestaande getrainde en gewapende tak heeft. Er mag dan wel sprake zijn van een staakt-het-vuren, het aantal incidenten van sektarisch geweld tegen katholieken is toegenomen sinds de Goede Vrijdag akkoorden.

Conclusie
Hoewel er sinds 1998 vrede is, is Noord-Ierland nog steeds verdeeld en zijn er nog veel problemen die opgelost moeten worden. De realiteit is dat Noord Ierland vijftien jaar na de Goede Vrijdag akkoorden nog steeds een zeer verdeelde samenleving is. Sommigen zullen beargumenteren dat de Goede Vrijdag akkoorden deze verdeling geïnstitutionaliseerd hebben en dat juist integratie in plaats van verdeling de oplossing is voor een duurzame vrede. Zelf geloof ik hier niet in. Het al eerder aangehaalde consociationele model, in Nederland beter bekend als Verzuiling, lijkt me goed toepasbaar op Noord-Ierland. In Nederland kregen de katholieke inwoners in 1848 gelijke rechten na tweehonderd jaar tweederangs burgers te zijn geweest, maar dat wilde niet zeggen dat na 1848 de katholieke gemeenschap in Nederland dezelfde positie had als andere groepen in de Nederlandse maatschappij, het duurde nog ongeveer honderd jaar voor dit bereikt was. De effecten van een langdurig discriminatoir beleid uit het verleden kunnen niet opgelost worden binnen een paar jaar. In Nederland was de Verzuiling in grote mate verantwoordelijk voor de emancipatie van de katholieke gemeenschap en daarom lijkt mij dit model juist zo geschikt voor Noord-Ierland. Hoewel het Nederlandse politieke systeem nu en ook vroeger niet even consociationeel is als dat van het huidige Noord-Ierland zie ik niet in waarom een ‘Verzuiling’ geen goede optie zou.

De kern van mijn betoog is dat hoe anti-universeel het consociationele model ook is, het zou juist wel de oplossing kunnen zijn voor achtergestelde groepen in de Noord-Ierse maatschappij en daarmee op lange termijn het sektarisch denken kunnen ondermijnen en leiden tot iets als de ‘Noord-Ier’ als identificatiebron in plaats van de huidige protestant, katholiek, loyalist of republikein. De wortels van het Noord-Ierse conflict gaan meer dan drie eeuwen terug dus het zou naïef zijn om te denken dat het conflict binnen enkele jaren opgelost kan worden door mensen te dwingen samen te werken. Deze laatstgenoemde optie zou natuurlijk geld besparen door zaken als huisvestiging, scholing, zorg en vrijetijdsbesteding door overkoepelende organisaties te laten regelen: op het moment wordt geschat dat het apart aanbieden van dezelfde diensten aan zowel de protestantse als katholieke gemeenschap £ 1 miljard per jaar kost. Onderzoek wijst echter uit dat scholing geen belangrijke rol speelt in het doorgeven van de etnische identiteit van generatie op generatie, dus ik zie het kwaad niet in van het hebben van katholieke scholen naast de (protestantse) staatsscholen. Als dat de kosten zijn om de vrede te behouden, lijkt me dat geld wat goed besteed word. Als op dit moment mensen in beide gemeenschappen elkaar uitsluitende politieke ideeën hebben, wat is dan het nut om ze verplicht samen te laten werken? In mijn ogen zou dit juist contraproductief zijn, want het kan tot meer onderlinge verbittering leiden en tot de delegitimatie van het nieuwe Noord-Ierland. Als een Noord-Ierse ‘Verzuiling’ beide gemeenschappen zichzelf laat emanciperen, dan zal misschien ook daar het onderscheid protestants of katholiek binnen enkele decennia verdwijnen.

Chris van Gorp (1986) is politiek historicus en heeft zich daarnaast gespecialiseerd op het gebied van Conflictstudies.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>