De Franse verkiezingen van 2012, de Republiek en haar president

Bart Verheijen

Honderd dagen voor de eerste stembusronde van de Franse presidentsverkiezingen verloor Frankrijk zijn triple A status. Dit nieuws had voor Nicolas Sarkozy nauwelijks op een slechter moment kunnen komen. Traditioneel gezien begint de campagne op wat de Fransen J-100 noemen (honderd jours tot de eerste stembusronde). De Franse oppositie was er dan ook snel bij en sprak van een triple échec. Het terugschroeven van de triple A rating door Standard & Poor’s is een nieuwe tegenvaller voor Sarkozy en zijn partij. In de peilingen kijkt Sarkozy al maandenlang tegen een grote achterstand aan ten opzichte van zijn belangrijkste tegenstander, de linkse kandidaat François Hollande. Zijn herverkiezing lijkt hierdoor nog onzekerder te worden. In de laatste peiling die ik voor het schrijven van dit artikel kon raadplegen, staat Sarkozy op een achterstand van 20 procent ten opzichte van zijn belangrijkste rivaal Hollande (60 % voor Hollande, 40% voor Sarkozy).[1] Het Elysée lijkt binnen bereik voor Hollande.

De campagne gaat voor een belangrijk deel over de Europese crisis en de bezuinigingen om hieruit te geraken. Belangrijke outsiders in de race om het presidentschap zijn Marine Le Pen en François Bayrou. Toch lijkt de uiteindelijke strijd tussen Sarkozy en Hollande te gaan. Krijgt Frankrijk een nieuwe president of gunt het Franse volk Sarkozy zijn tweede quinquennat?

In dit artikel zal ik kort commentaar geven op het Franse politieke systeem en de politieke cultuur, omdat dit belangrijk is om de presidentsverkiezingen te kunnen begrijpen. Vervolgens geef ik een kort overzicht van de belangrijkste kandidaten. Hoewel Sarkozy en Hollande de voornaamste kanshebbers zijn, is het onmogelijk het politieke landschap in Frankrijk te begrijpen zonder een aantal andere kandidaten te  bespreken. Overigens, bij het schrijven van dit artikel heeft Sarkozy zich nog niet formeel aangemeld als kandidaat voor de presidentsverkiezingen. Het is traditie in Frankrijk dat de zittende president hier tot een later moment (de aanmelding sluit 16 maart) mee wacht. Echter, het is zeer de vraag of dit wachten zijn kansen vergroot.

Het Franse systeem
De president neemt binnen het Franse politieke systeem een belangrijke positie in. De literatuur spreekt ook wel over een presidentialization; het belang van de president in de politieke besluitvorming is vanaf 1958[2] alleen maar toegenomen.[3] Charles de Gaulle heeft, als eerste president van de Vijfde Republiek, een beeld van de Franse president gecreëerd waartoe al zijn opvolgers zich op één of andere manier moesten verhouden. Dit speelt een belangrijke rol in de politieke cultuur van Frankrijk. De mate waarin een kandidaat presidentiable wordt geacht is mede bepalend voor het succes van zijn kandidatuur. De erfenis van De Gaulle, de ‘gekozen monarch’, is hierbij een leidend principe.

De Franse president wordt gekozen door middel van twee stemrondes. De twee kandidaten die de meeste stemmen halen in de eerste ronde strijden om de benoeming in ronde twee. Het systeem garandeert zo dat een president altijd gekozen wordt met een meerderheid. In theorie is het overigens mogelijk dat een kandidaat al in de eerste ronde een meerderheid van de stemmen krijgt en zich president mag noemen. Deelname aan de eerste ronde van de presidentsverkiezingen vereist vijfhonderd adhesiebetuigingen. Deze moeten echter wel afkomstig zijn van personen die verkozen zijn in hun ambt (parlementsleden, burgemeesters, gemeenteraadsleden). Bovendien moeten de handtekeningen uit minstens dertig verschillende departementen (Frankrijk telt in totaal 101 departementen) afkomstig zijn.[4] In 2002 deden er 16 kandidaten mee aan de eerste ronde van de presidentsverkiezingen, in 2007 waren dit er 12. Belangrijkste stemmentrekkers in 2007 waren naast Ségolène Royal van de Parti Socialiste (PS), Sarkozy van de Union pour un mouvement Populair (UMP), Jean-Marie Le Pen van het Front National (FN) en de onafhankelijke kandidaat François Bayrou. De laatste en de dochter van Le Pen doen ook dit jaar mee.

De tweede ronde gaat altijd tussen de bovenste twee kandidaten: ‘de eerste ronde kies je, de tweede ronde elimineer je.’[5] Tijdens de tweede ronde is er vaak sprake van een harde negatieve campagne. De Fransen zeggen: Barrons, la route à (‘blokkeer de route’). In de grondwet is verankerd dat de tweede ronde binnen maximaal 35 dagen na de eerste ronde moet plaatsvinden. De opkomst is traditioneel lager dan tijdens de eerste ronde. De laatste jaren lijkt hier echter een kentering in te komen. In 2007 betrof de opkomst in beide rondes 83 procent. In 2002 was de opkomst in de tweede ronde zelfs hoger (71% tegenover 79%) uit angst voor Le Pen. Links Frankrijk krijgt nog steeds buikpijn bij de herinnering aan 2002. Toen versloeg Jean-Marie Le Pen namelijk de socialist Lionel Jospin, in de eerste ronde van de presidentiële verkiezingen, waardoor hij in de tweede ronde tegenover Jacques Chirac kwam te staan. Met pijn in het hart werd links Frankrijk gedwongen zijn stem uit te brengen op Chirac om Le Pen te weerhouden een greep te doen naar het hoogste politieke ambt van Frankrijk. Een herhaling van dit scenario wil de PS tot elke prijs voorkomen.

Politieke cultuur
Het Franse politieke debat draait in de eerste plaats om ideeën. Minder dan praktische politieke keuzes staan reflecties op de richting van de Republiek centraal in het Franse politieke discours. De grote Franse filosoof Marcel Gauchet diagnostiseert het Franse politieke debat als hebbende ‘een pathologische hang naar het verleden.’[6] Volgens Gauchet verdient Frankrijk hierom het etiket ‘conservatiefste land ter wereld.’ Moreel en ideologisch ijkpunt van de Franse politiek is zonder twijfel de Franse Revolutie. Luuk van Middelaar schrijft in Politicide. De moord op de politiek in de Franse filosofie (1999): ‘Sinds de Franse Revolutie is nadenken over politiek vaak niets anders geweest dan het interpreteren van de Revolutie. Andersom ging het interpreteren van de Revolutie twee eeuwen lang hand in hand met het nadenken over politiek.’[7]

Links Frankrijk heeft al jaren een probleem omdat het zich, sinds de Franse Revolutie, heeft opgeworpen als incarnatie van de revolutionaire beloftes. Links leek het monopolie op de Geschiedenis te hebben waarin vroeg of laat alles ten goede kon keren. Echter, de Geschiedenis heeft links ingehaald. Het verdwijnen van het revolutionaire perspectief – het streven naar een radicale sociale transformatie – is een klap die links Frankrijk maar moeilijk te boven lijkt te komen. Tegelijkertijd karakteriseert Frankrijk zich door een behoudzucht waarbij de Revolutie altijd wordt aangehaald als de status quo die verdedigd dient te worden. Hierdoor kent Frankrijk eigenlijk geen conservatieve, maar een contrarevolutionaire ideologie (en deze is in die zin dus tegelijkertijd revolutionair). Volgens Gauchet is dit een typisch Franse reflex. De spectaculaire opmars van Le Pen en zijn partij het Front National in de afgelopen dertig jaar lijkt hier een direct gevolg van. Het is te wijten aan het onvermogen van de traditionele politiek om een antwoord te formuleren op concrete problemen.

Onderwijl lijkt het ideeën-debat steeds sneller te worden ingehaald door de politieke werkelijkheid. De Europese schuldencrisis is hier een goed voorbeeld van. Deze laat tevens haarscherp een onvermogen zien om ideeënpolitiek te bedrijven in reactie op een reëel probleem. Exemplarisch is de lezing die François Hollande gaf in zijn nieuwjaarstoespraak over de crisis. Zo sprak hij: ‘Onze grootste vijand heeft geen naam, geen gezicht, geen partij (…) maar hij regeert overal, mon véritable adversaire, c’est le monde de la finance.’ In plaats de hand in eigen boezem te steken en hard na te denken over een uitweg uit de crisis met politieke middelen, wordt ze buiten het politieke debat geplaatst. Dit is deels gebaseerd op politieke retoriek, maar het getuigt niet van een vermogen om de financiële situatie in Europa te zien zoals deze op het moment daadwerkelijk is. Het lijkt mij immers niet te ontkennen dat de financiële crisis in Europa voor een aanzienlijk deel veroorzaakt wordt en voortduurt door het onvermogen van de lidstaten van de Europese Unie om eensgezind een oplossing te formuleren.

Het politieke jaar 2011 bracht een aantal veranderingen die zullen doorwerken in de presidentsverkiezingen van 2012. Zwaar leed Sarkozy onder de gedwongen ontslagen in zijn regeringsploeg. Zijn minister van buitenlandse zaken Michèle Alliot-Marie (in de Franse pers altijd afgekort tot MAM) onderhield te nauwe banden met Ben Ali. De Jasmijnrevolutie, die begon met de zelfmoord van Mohammed Bouazizi, was reeds een aantal weken onderweg voordat ze aftrad. Het twijfelende optreden van Sarkozy tijdens de opstand in Tunesië kwam hem op veel kritiek te staan. Hij revancheerde zich toen ook in Libië de Arabische Lente uitbrak.

Ook de socialisten kregen een klap verwerken – en wat voor één. Dominique Strauss Kahn (in de pers afgekort tot DSK), volgens Le monde de opvolger van Mitterrand, de enige linkse president die de Vijfde Republiek tot nu toe gekend heeft, werd gearresteerd op verdenking van verkrachting.  De hoop op een ‘nieuwe Mitterrand’ werd hardhandig de nek omgedraaid. De Parti Socialiste lijkt zich echter herpakt te hebben door de organisatie van Primaires. Voor het eerst waren deze ook toegankelijk voor niet-leden. Tegen betaling van een klein bedrag en het ondertekenen van een steunbetuiging konden sympathisanten hun voorkeur voor de socialistische kandidaat uitspreken. Met een opkomst van twee miljoen was dit initiatief een groot succes. François Hollande werd gekozen met 56,57 procent van de stemmen.

De belangrijkste kandidaten

Nicolas Sarkozy (Union pour un mouvement Populair -UMP)
Zoals gezegd heeft Sarkozy zich nog niet officieel gekandideerd. Hij zinspeelde eind januari op een leven na de politiek in de krant Le Monde Toch lijkt het niet waarschijnlijk dat Sarkozy zich terugtrekt. Hij is een vechter en kan goed campagne voeren. Deels gebruikt hij, zoals Obama in Amerika doet, zijn positie als president om zijn campagne op gang te brengen. Na te hebben getwijfeld over Tunesië reageerde hij snel toen ook in Libië de Arabische Lente uitbrak. Hij wil graag met Merkel de Eurocrisis oplossen, maar kreeg een tegenslag te verwerken toen Frankrijk zijn triple A status verloor. Vorig jaar merkte de linkse krant Libération al op dat Sarkozy zijn politieke stijl verandert. Hij gedraagt zich waardiger en rustiger, maar bescheidenheid zal hem altijd vreemd blijven. Zijn grote kracht ligt in het debat. Hij kan haarscherp opereren als de druk hoog is. Zijn rol als outsider was zijn kracht bij de vorige verkiezingen. Het is de vraag of hij deze kracht als zittende president weer kan aanwenden. Sarkozy is de afgelopen jaren in veel verschillende programma’s belachelijk gemaakt. Zijn Napoleontische trekjes, woede-uitbarstingen (zo zei hij casse-toi pauvre con’ tegen iemand die hem geen hand wilde schudden)[8] en politieke fouten (zoals het benoemen van zijn zoon Jean tot baas van La Défense) zegt hij achter zich gelaten te hebben. Sarkozy regeert opportunistisch. Op zijn economische beleid is geen peil te trekken omdat het zowel zeer rechtse, zoals het Bouclier fiscal – een belastingplafond dat de belastingdruk tot 50% van het inkomen beperkt – als zeer linkse maatregelen, forse staatsinvesteringen in bepaalde industrieën, bevat. Zijn nieuwste plan: Frankrijk moet meer op Duitsland gaan lijken. Het zal nog een hele klus worden om de achterstand in de peilingen op Hollande in te lopen.

François Hollande (Parti Socialiste -PS)
Hollande hanteert als campagneslogan: ‘De verandering is nu’. Hij is de ex-man van de verliezend socialistische presidentskandidaat Ségolène Royal in 2007. Na de val van DSK won hij de primaires van Martine Aubry, partijvoorzitter en de burgemeester van Lille. Hij lijkt de afgelopen maanden succesvol met de schaduw van DSK afgerekend te hebben, evenals met zijn eigen imago als partijbons – hij was tien jaar lang voorzitter van de PS, genoeg voor de Franse kranten om hem te typeren als een Eléphant – de naam voor linkse partijbonzen. Hij viel kilo’s af en spreekt steeds overtuigender grote zalen sympathisanten toe. Als het waar is dat, zoals verschillende media schrijven, Hollande de kiezers die naar Le Pen weggelopen zijn terug kan winnen, dan lijkt hij op een overwinning af te stevenen. In de tweede ronde legden alle socialistische kandidaten sinds 1958 het af tegen hun rechtse opponent, met uitzondering van Mitterand. Het mobiliseren van de Le Pen kiezers, die vaak wegblijven in de tweede ronde, lijkt Hollande de overwinning te kunnen bezorgen.

Als reactie op de afwaardering van de triple A status zei Hollande: ‘ce n’est pas la France qui a été dégradée, c’est une politique.’ Oftewel: het is de schuld van Sarkozy, niet van Frankrijk. Het politieke programma waarmee Hollande Sarkozy te lijf wil gaan borduurt hier op voort. Zijn voorstellen voor handhaving van de 35-urige werkweek en het verlagen van de pensioenleeftijd terug naar zestig jaar, lijken gezien de huidige financiële situatie niet haalbaar. De crisis wil Hollande betalen door de belasting op bedrijven en hogere inkomens te verhogen. Andere interessante punten zijn invoering van het homohuwelijk, de mogelijkheid voor homostellen om kinderen te adopteren en het terugdringen van het aantal kerncentrales. Hollande is inmiddels sterk bekritiseerd om zijn economische paragrafen. Volgens zijn rechtse tegenstanders wil hij geen enkele bezuinigingsmaatregel doorvoeren.

Marine Le Pen (Front National – FN)
In januari 2011 werd Marine Le Pen met overgrote meerderheid gekozen tot opvolger van haar vader Jean-Marie Le Pen. De nieuwe politiek leider van het Front National zou in de maanden die volgden de koers van haar vader enigszins wijzigen, al lijken xenofobie en protectionisme nog steeds de kernthema’s te vormen. Waar haar vader zijn antisemitisme niet verhulde, verlegde zijn jongste dochter Marine haar aandacht naar de Islam. De Islam vormt volgens haar een direct gevaar voor het Franse principe van de laïcité, een sterke scheiding van kerk en staat.[9] De Franse pers, bekend met het politieke discours van haar vader, hoefde daar al niet meer van te schrikken. Regelmatig spraken zij over de nieuwe dérapage, een politieke uitglijder of idiote uitspraak, van Le Pen. Veel uitspraken van Le Pen werden zo uitgelegd waardoor zijn politieke taalgebruik duidelijk werd onderscheiden van de rest van het politieke veld. Dieptepunt in de carrière van vader Le Pen vormde zijn veroordeling in de jaren tachtig van de vorige eeuw voor de ontkenning van de Holocaust, een strafbaar feit in Frankrijk. Deze uitspraak herhaalde hij in het Europese parlement. Hierbij noemde hij de gaskamers een detail uit de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog: ‘je me suis borné à dire que les chambres à gaz étaient un détail de l’Histoire de la guerre mondiale, ce qui est une évidence.’[10]

De Franse politiek is bang voor Le Pen en het Front National. Nu de verkiezingscampagne echter voornamelijk draait om de Europese schuldencrisis en bezuinigingen lijkt Le Pen de media minder te kunnen domineren. In maart 2011 was Le Pen in een peiling even de grootste. De laatste maanden schommelt ze rond de 15%-20%. Toch blijft het FN de derde partij in de peilingen en is daarmee altijd een factor om rekening mee te houden. Het FN is de enige serieuze partij en daarmee bedoel ik dat ze in staat is de tweede ronde te halen, die altijd tegen de Euro heeft geageerd. Deze troef heeft Marine Le Pen echter nog niet kunnen uitspelen. Haar bezuinigingsprogramma is voorspelbaar: ze wil een immigratiestop en Frankrijk moet met onmiddellijke ingang uit de eurozone stappen.

 François Bayrou (Mouvement Démocrate – MoDem)
François Bayrou is een onafhankelijke kandidaat die in 2007 met 18% van de stemmen de grote verrassing was. Hij schommelt in de peilingen rond de 15%. Dit is indrukwekkend wanneer je bedenkt dat hij geen partij, maar slechts een ‘beweging’ achter zich heeft staan. Hij kan geweldig speechen en geeft zowel links als rechts de schuld van de crisis. Als een man die boven de partij staat, acht hij zichzelf de aangewezen persoon om de crisis op te lossen. Hij was lang de minister van onderwijs onder Chirac. Hij is voor Europa, maar dan wel op Franse wijze. Dit wil zeggen dat Frankrijk een moreel leidende rol in het Europa van de toekomst zou moeten vervullen. Ook kan Bayrou tijdens de komende verkiezingen verrassen: het politieke midden ligt open en het kan zomaar zijn dat hij profiteert van de zwakke positie van Sarkozy. Toch is het onwaarschijnlijk dat hij de tweede ronde haalt.

De overige kandidaten
Frankrijk kent een aantal partijen die niet boven de tien procent-grens zullen uitkomen bij de presidentiële verkiezingen.  Toch kunnen ze het verloop van de stemming beïnvloeden door stemmen af te snoepen van de belangrijkste kanshebbers.  Meestal hebben deze partijen een redelijke lokale of regionale machtsbasis, maar zijn ze niet in staat om tijdens presidentiële verkiezingen een grote aanhang te mobiliseren.  Deze zal ik hier kort even aanstippen.

Jean-Luc Mélanchon  (Parti de Gauche- PG) splitste zich in 2008 af van de PS uit onvrede met de  te rechtse koers van die partij. Hij noemt zichuitgesproken anti-kapitalist en ziet Jean Jaurès, de beroemde leider van de PS die aan de vooravond van WOI door een Franse nationalist vermoord werd, als zijn grote voorbeeld.

Eva Joly (Les Verts) leidt de Franse groene partij. Ze kijkt al enige tijd met jaloezie naar Duitsland waar Die Grünen, geholpen door de ramp met de kerncentrale in Fukyshima, het voor elkaar kregen dat Duitsland afstand doet van kernenergie. Door het Franse systeem hebben de Groenen in Frankrijk weinig kans om  te verrassen tijdens de presidentsverkiezingen. De Groenen vissen, evenals de PG, voor een deel uit dezelfde electorale vijver als Hollande en vormen, bij een goede uitslag, dus een bedreiging voor de ambities van de PS.

Ten slotte wil ik nog Dominique de Villepin noemen. Hij is de zelfverklaarde aartsvijand van Sarkozy. Ziet zich als ‘onafhankelijk gaullist’ en maakte net als Sarkozy carrière onder president Chirac. Hij verliet het UMP in 2011. In de beste Franse traditie is De Villepin naast politicus ook auteur van een tiental historische werken. Hij kan wellicht profiteren van de slechte positie van Sarkozy, maar komt in de peilingen niet boven de 3 procent uit.

Conclusie
Naar verwachting zal de strijd om het Franse presidentschap gaan tussen Nicolas Sarkozy en François Hollande. Sarkozy heeft nog twee maanden om zijn herverkiezing veilig te stellen. Zijn achterstand in de peilingen liegt er niet om. De campagne zal daarom hard en fel zijn. Hierbij moet de invloed van de andere kandidaten niet vergeten worden. Bayrou is als onafhankelijk kandidaat niet besmet en beschuldigt zowel rechts als links van de crisis. Voor Le Pen vormt de Europese schuldencrisis het bewijs dat de Europese Unie plus de Euro berusten op een groot misverstand. Hollande lijkt evenwel de favoriet om Sarkozy op te volgen. Zal Frankrijk een tweede linkse president krijgen sinds Mitterrand? Veel zal afhangen van de ontwikkelingen in de Eurozone, de eindsprint van Sarkozy en de geloofwaardigheid van de verschillende kandidaten om hun politieke programma te verbinden met de waarden van de Franse Republiek.

Bart Verheijen (1985) studeerde historische wetenschappen en filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en aan de Katholieke Universiteit Leuven. Eveneens behaalde hij een master deux aan l’Ecole des Hautes Études et Sciences Sociales te Parijs. Vanaf september 2011 werkt hij aan een proefschrift over Verzetsliteratuur tijdens het Franse regime 1806-1813.



[1] De peilingen zijn beschikbaar via: http://www.sondages-en-france.fr/sondages/
Elections/Présidentielles%202012
(geraadpleegd op 3 maart 2012).

[2] In dit jaar werd in Frankrijk de huidige Vijfde Republiek uitgeroepen.

[3] A. Stevens, The Government and politics of France (Londen 1992) 58; J. Gaffney, Political Leadership in France. From Charles de Gaulle to Nicolas Sarkozy (Basingstoke 2010).

[4] Stevens, The Government and politics of France, 61.

[5] J.Frears, Political parties and elections in the French fifth republic (Londen 1977) 178.

[6] Marcel Gauchet, interview in: M. Kruk, Parijs denkt. Een republiek tegen de wereld (Amsterdam 2009) 162.

[7] L. van Middelaar, Politicide. De moord op de politiek in de Franse filosofie (Amsterdam 1999) 14. Binnen het revolutionaire debat neemt de episode van de terreur een centrale plaats in. Zoals de Pools- Franse historicus Krzysztof Pomian het zei: ‘Frankrijk is waarschijnlijk het enige land ter wereld waar de revolutie- en dan bedoel ik een revolutie die de Glorious Revolution van Engelsen, noch de revolutie van de Amerikanen is, maar een revolutie met Terreur- onderdeel uitmaakt van de nationale identiteit’. Krzysztof Pomian, geciteerd in: Kruk, Parijs denkt, 125

[8] ‘Casse-toi pauvre con’ laat zich vertalen als ‘flikker op klootzak’.

[9] Ze bekritiseerde het ‘bidden op straat’ (les prières dans la rue) hevig. Door het gebrek aan ruimte in een Parijse Moskee kozen een aantal moslims ervoor om op straat hun gebedsdienst voort te zetten. Dit leidde tot een hevige reactie uit het kamp van de FN.

[10] ‘Ik heb enkel gezegd dat de gaskamers een detail uit de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog waren, hetgeen vanzelfsprekend is.’ Video beschikbaar via: http://www.youtube.com/watch?v=ZtSdZyHVmHE (geraadpleegd op 3 maart 2012).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>