De economie van het biotechnofeodalisme en de esthetiek van het terugslaan

Heliana F. Guido

Eén van de belangrijkste kenmerken van het feodalisme is de afhankelijkheid van de bevolking ten opzichte van landbezitters. Geweld, leningen en contracten van afhankelijkheid waren de zuilen van feodale machtsverhoudingen. Landverovering vormde dé manier om binnen een feodaal stelsel machtig te worden. We geloven dat onze hedendaagse samenleving deze vorm van geweld achter zich heeft gelaten en dat er sprake is van vooruitgang. Echter, schijn bedriegt! Anno 2012 duikt een vorm van economische bedrijvigheid op die de mensheid nog nooit heeft gekend, maar die wel herkenbare feodale eigenschappen toont en gelijktijdig zijn eigen tegenwicht bemoedigt. Dit artikel is een verkenning van een dialectische verhouding tussen twee afwijkende visies op de verdeling van bestaansbronnen, zoals land, water en grondstoffen. Eén visie is gericht op profijt en de andere richt zich op het construeren van symbiotische relaties en de economie van het delen.

Karl Marx stelde dat uit het antagonistische contact tussen actoren – uitgedrukt in de relatie these en anti-these – een synthese ontstaat die een historische beweging aanduidt. Vandaar dat de titel van dit artikel wijst op de complexe relatie tussen twee ontwikkelingen. Enerzijds is er sprake van wetten en economische overeenkomsten, die het resultaat zijn van de politieke en economische macht van multinationals zoals Monsanto, Pioneer, DuPont en Nestle. Dit zijn multinationals die de controle over vrijwel alle gemeenschappelijke middelen willen krijgen. Anderzijds is er de reactie op deze wetten en economische overeenkomsten: onvrede van activistische groeperingen, actieve burgers, technici en kunstenaars. Ik begin dit artikel met een bespreking over patenten op leven om een beeld van het fundament te schetsen waarop de nieuwe economische agenda berust.

Octrooisysteem: historische betekenis in de huidige economische context
Een patent of octrooi verleent een exclusief recht aan de octrooihouder waardoor de patenthouder een monopoliepositie kan verkrijgen op het produceren en verkopen van een bepaald product.  Een aantal corporaties leidt hun politieke en economische macht hieruit af. Er bestaan verschillende soorten patenten. In dit artikel gaat het specifiek om patenten die uit levensvormen afgeleid zijn. In de jaren 1980 ontstond de mogelijkheid om biotechnologische toepassingen te beschermen via het octrooisysteem. Voor die tijd was het alleen mogelijk chemische en mechanische uitvindingen te patenteren; patenten op dieren en planten waren uitgesloten. In dit decennium maakten de VS een omslag met een genetisch gemanipuleerde bacterie die aardolie kon afbreken.[1] De patentaanvraag op deze biotechnologische toepassing vormde de aanleiding voor een langdurig debat over de vraag of levensvormen gepatenteerd mogen worden.

In het boek Economics of the Patent System: Harwood Fundamentals of Applied Economics gaat Erich Kaufer in op de geschiedenis van patenten. De oorspronkelijke betekenis ervan heeft weinig te maken met de overtuiging dat het octrooisysteem een doeltreffend instrument is om innovatie en intellectueel recht te beschermen en te stimuleren. Het woord patent komt voort uit de krijgscultuur en machtsuitbreiding van vorsten in de Middeleeuwen.[2] ‘Patent’ betekent in het Latijn ‘open’. Oorspronkelijk verwees het naar litterae patentes, oftewel ‘openbrieven’. Dergelijke brieven werden in de 6e eeuw voor het eerst uitgegeven en ze waren bedoeld om het ontdekken van nieuw land voor de uitbuiting van bestaansmiddelen aan te moedigen.[3]

Uitvinding, oftewel invenire betekende de toevallige ontdekking van nieuw land.[4] In Patents: Myths & Reality stelt Vandana Shiva dat vorsten litterae patentes uitbrachten zodat de verovering van nieuw gevonden land als bezit van de vorst rechtsgeldig verklaard kon worden. Het was dus een mechanisme om  toe-eigening  en uitbuiting van nieuw land te kunnen bewerkstellingen.[5] Toen Christoffel Columbus Amerika ontdekte, droeg hij een dergelijke brief bij zich waarin zijn opdrachtgever, het Spaanse Koninklijk Huis, de eilanden en het vaste land als eigendom opeiste. Op deze wijze werden de woorden ‘uitvinding’ en ‘verovering’ met elkaar in verband gebracht.[6] Volgens Shiva is er een relatie tussen patenten op uitvinding en kolonisatie, want door het versterken van feodale machtsrelaties, de verovering van land en de systematische uitbuiting van bestaansmiddelen voor het creëren van kapitaal, wordt de vorst ten koste van het volk gediend. Kolonisatie betekende de toe-eigening van nieuw land waarbij de inheemse bevolking ondergeschikt werd gemaakt aan de nieuwe wet. Onderwerping en uitbuiting waren het resultaat van ongelijke machtsrelaties en een oneerlijke verdeling van het land. Het heeft ruim 300 jaar geduurd voordat de volkeren van Latijns-Amerika, geïnspireerd door de idealen uit de Verlichting en de Franse Revolutie, zich konden bevrijden van de Portugese en Spaanse dominantie. Echter, daarmee verdwenen de feodale afhankelijkheidsrelaties niet volledig van het toneel. Zo is er in landen als Guatemala nog steeds sprake van terratenientes, landeigenaren die  veel politieke invloed hebben.

Anno 2012 heeft kolonisatie een verschijningsvorm gekregen die zich afspeelt binnen de velden globale economie en biologie. Niet langer ligt de focus op het verkrijgen van land, maar op het verkrijgen van genetisch materiaal van levende organismen. Dit materiaal wil men inzetten in productieprocessen en een groot deel van de kenniseconomie is hierop gebaseerd. Tegenwoordig kennen we een definitie van patenten als een mechanisme ter bescherming van intellectueel recht en aanmoediging van inventiviteit. Daar waar 40 jaar geleden geen patenten op leven bestonden, bestaan er heden ten dage overeenkomsten tussen corporaties en overheden waarin patenten aan corporaties worden toegekend over het DNA van stammen en volkeren. Biotechnologische corporaties haasten zich om genetisch materiaal toe te eigenen voor exploitatie. Dit roept de volgende vragen op: hoe verloopt het legitimatieproces van patenten op leven? Onder welke argumenten en met welke doelen worden patenten verleend? Het antwoord op deze vragen is verknoopt met de instelling van intergouvernementele organisaties als de World Trade Organization en belangende internationale krachtenveld van economische belangen.

Tussen 1980 en 1990 liep Japan voorop in technologische uitvindingen. Ten opzichte van Japan hadden de VS een commerciële deficit. Om hun positie in de wereldeconomie te verzekeren, gebruikten de VS de Intellectuele Eigendomswet (IE). Op deze manier wilden de VS de concurrerende technische sectoren blokkeren en reguleren.[7] In eerste instantie was Europa tegen de IE, maar nadat de IE-wet opgenomen werd in de Wereldovereenkomst voor Tarieven en Handel (GATT) – nu  onderdeel van het WTO-reglement – kwam hier verandering in.[8] De introductie van IE in GATT was een strategie van de Reagan-regering. Het idee was dat een wereldwijde incorporatie van de IE-wet het commerciële verlies van de VS kon reduceren. Het eerste patent werd in 1988 door de United States Patent and Trademark Office (USPTO) aan de corporatie DuPont gegeven. DuPont ontving een patent op de Harvard-muis.[9] De genen van deze muis waren zodanig gemanipuleerd dat deze kanker kreeg, waardoor hij geschikt werd voor kankeronderzoek. De argumenten waren sterk: biotechnologie kon bijdragen aan het welzijn van de mens en het was goed voor de handelspositie van de VS. Vanaf dat moment zijn er duizenden patenten verleend, waardoor inmiddels vele producten in de supermarkt – dus ook die mooie ronde tomaten – afgeleid zijn uit de biotechnologie.

 De economie van het biotechnofeodalisme

 Neither I nor my parents or grandparents ever envisioned farmers losing control of their seed.’[10]

Genetische manipulatie is een oeroud fenomeen. In 2006 publiceerde Charles C. Mann het boek 1491 New Revelations of the Americas Before Colombus, waarin hij aangeeft dat in Meso-Amerika meer dan 20.000 soorten maïs bestaan als gevolg van eeuwen bestuiving en zaadselectie. Zaadselectie was ­– en is nog steeds – een door boeren toegepaste vorm van genetische manipulatie. Naast de traditionele methode om DNA van organismen te manipuleren, is er ook een medische methode: door een vreemd gen in de genen van een ander organisme te spuiten, kunnen specifieke functies worden veranderd. Dit brengt ons meteen bij het eerste argument dat pleit voor genetische manipulatie toegepast op landbouw, namelijk dat het een oeroude en dus veilige techniek is. Maar de introductie van een gen uit het ene organisme in de genen van een ander soort organisme (bijvoorbeeld het gen van een rat in de genen van een sla) kent geen precedenten.

Monsanto is een chemiecorporatie die producten voor landbouw ontwikkelt. De corporatie kreeg een enorme impuls in de tweede helft van de 20ste eeuw met de introductie van grootschalige, industriële landbouw. Inmiddels is Monsanto internationaal leider in de productie van genetisch gemanipuleerde zaden. Monsanto’s transgenetische maïs bevat een proteïne uit een toxische bacterie. De gen van deze bacterie zorgt ervoor dat de maïsplant een dodelijk toxine uitstoot; geen enkel insect ontkomt. Een zorgwekkend feit is dat in de laatste decennia de honingbijenpopulatie wereldwijd sterk is afgenomen, vermoedelijk door de impact van de agrochemie.[11] Het is de honingbij die een zeer belangrijke rol speelt in de reproductiecyclus van planten en het reproduceren van diversiteit. Een andere toepassing van biotechnologie is de manipulatie van de genen van een plant om hem bestendig te maken tegen onkruidverdelgers. Monsanto produceert zelf de niet-biologische afbreekbare onkruidverdelger Roundup, waarop het genetisch gewijzigde gewas weet te reageren. De genetische structuur van levensvormen wordt dus aangepast aan een chemisch product. De actieve stof in Roundup, glyfosaat, is een zeer toxische onkruidverdelger die zo sterk is dat op het gemanipuleerde gewas na, geen ander organisme kan overleven. Het maakt het bouwland dus onvruchtbaar. Sterker nog, in Argentijnse gebieden waar grootschalig en intensief industriële landbouw wordt bedreven, is een sterke toenames van onvruchtbaarheid, mutaties, ziektes, lichamelijke aandoeningen en kanker waargenomen die gerelateerd zijn aan het toxische effect van glyfosaat op het lichaam.[12]

Negentig procent van alle genetisch gewijzigde zaden in de wereld zijn intellectueel eigendom van Monsanto. Daarmee heeft de corporatie een monopoliepositie in 71 landen. Deze zaden zijn steriel ontworpen, hetgeen betekent dat de oeroude techniek van zaadselectie onmogelijk wordt gemaakt. Een boer die zaden van Monsanto koopt, moet elk jaar weer nieuwe zaden aanschaffen bij de corporatie. Daarmee positioneert Monsanto zich aan het begin van de voedselketen en zowel boer als de consument  worden afhankelijk gemaakt van de zadenproducent. Wil een boer zaden verzamelen, dan wordt dat beschouwd als schending van Monsanto’s intellectueel recht. Een normaal gewas kan door bestuiving besmet raken met de genetische structuur van een genetisch gemanipuleerd gewas. Het gevolg is dat de corporatie een claim kan leggen op het besmette zaad. In Mexico is een aantal oeroude soorten maïs besmet geraakt met transgenetische maïs.[13] Een dergelijke kruising tussen soorten is dus oncontroleerbaar en heeft onvoorziene gevolgen voor zowel het ecosysteem als het werk en het welzijn van boeren. Shiva heeft sinds de jaren 1980 veel onderzoek gedaan naar de toepassing van agrochemie en genetische manipulatie (GM) in industriële landbouw en de gevolgen ervan voor lokale economieën. Ze werd geconfronteerd met de effecten van de introductie van Monsanto’s producten in India. Monsanto verleidde veel Indiase boeren met kredieten om transgenetisch katoenzaad, oftewel Bt-cotton, te kopen. De boeren maakten enorme schulden en dat kwam velen duur te staan. Aan hen werd beloofd dat dit product de agrochemische kosten zou verminderen en dat de productiviteit van het land zou toenemen. Het tegendeel is bewezen. Bt-cotton heeft veel bestrijdingsmiddelen nodig, die het bouwland onvruchtbaar maken. Zo hebben de boeren zich steeds dieper in de schulden gestoken, omdat hun oogsten waren mislukt en ze dus de kredieten niet konden terugbetalen. Sinds 1997 hebben 200.000 Indiase boeren zelfmoord gepleegd door het Monsanto bestrijdingsmiddel op te drinken.[14]

Via de uitbreiding van hun producten op de markt scheppen corporaties als Monsanto een afhankelijkheidsrelatie met landbouwproducenten en de consument. Dit kan als een wederopleving van het feodalisme gezien worden, omdat via krediet, concurrentie, toe-eigening van marktposities en het octrooisysteem de markt veroverd wordt. Het gevaar hiervan is dat het individu erg afhankelijk wordt van de markt. Wil de consument ontsnappen aan de verovering van de voedselmarkt, dan dient zij te weten welke producten behoren tot de GM-categorie. Dat is zeer complex en de informatievoorziening is onvoldoende. Om voor ‘groene’ producten te kunnen kiezen, is niet alleen de vrije wil van belang; vrij kiezen is op zich een kwestie van beschikken over middelen, historisch en ethisch bewustzijn, en niet iedereen kan zich over zulke kwesties buigen. Ten eerste omdat producten afgeleid uit industriële landbouw door middel van subsidies op kunstmatige wijze goedkoop worden gehouden. Ten tweede omdat niet iedereen de consequenties die patenten op leven met zich mee dragen, kan overzien.

 De esthetiek van het terugslaan

 ‘A speaking being, according to Aristotle, is a political being. If a slave understands the language of its rulers, however, he does not ‘possess’ it. […] The distribution of the sensible reveals who can have a share in what is common to the community based on what they do and on the time and space in which this activity is performed.’[15]

Toch wil ik graag duidelijk maken dat individuele autonomie weer mogelijk is als het individu zich in een gemeenschap positioneert. Shiva is milieuactiviste en wetenschapper. Sinds de jaren 1980 verzet ze zich tegen de groeiende globale economie. Haar zoektocht naar alternatieven begon met een onderzoek naar de discrepantie tussen de groeiende armoede in India en de bewering dat de agrochemie honger kon bestrijden. Het is echter de vraag of intensieve industriële landbouwproductie – dus de inzet van agrochemie en GM-zaden – deze hongersnood kan bestrijden. In het boek The Violence of the Green Revolution laat ze zien dat de voordelen van industriële landbouw maar relatief zijn. Bovendien zullen de nadelen op de lange termijn groter zijn: de agrochemie leidt tot steriel bouwland en intensief waterverbruik. Shiva’s verzet begon in Dehradun, India, waar ze de zaadbank en organische boerderij Navdanya oprichtte. Navdanya is inmiddels uitgegroeid tot een internationaal netwerk van boeren die zaad en organische landbouwtechnieken met elkaar delen. Shiva organiseert ook schoolprojecten om boeren te stimuleren over te gaan op organische landbouw. Navdanya geeft zaden aan de boeren en deze betalen op hun beurt terug met zaden. De filosofie is heel simpel: zaad is leven. Kweekt men een zaad, dan krijg men tien zaden erbij; de aarde is edelmoedig. Daarnaast stimuleert de controle over de productie van zaden een cultuur van schaarste omdat zaad steriel wordt gemaakt omwille van profijt.[16]

De synthese die voortvloeit uit de confrontatie van deze visies, namelijk de economie omwille van profijt en de economie van het delen, wordt het best geïllustreerd door het werk van de kunstenaressen Brita Riley en Rebecca Brey. Samen hebben ze een prototype voor Window farms ontworpen. Window farms is een vorm van hydroponie die werkt door planten te kweken in water dat voorzien is van noodzakelijke voedingsstoffen. Hydroponie maakt ‘binnen tuinieren’ mogelijk. Window farms is een verticaal systeem van hydroponie dat voor een raam met veel lichtinval hangt. Omdat het prototype niet perfect was, besloten ze het te publiceren op een open source website waar mensen uitgenodigd werden mee te doen aan het project. Het is dus door middel van collectieve participatie dat de kunstenaressen in staat zijn geweest een beter product te ontwikkelen. Het open source project groeide uit tot een netwerk van ruim 18.000 window farmers over de hele wereld die via het platform Research & Development Do It Yourself kennis kunnen uitwisselen.[17] De gemeenschap van window farmers doet op dit moment een patentaanvraag op dit idee. De milieubeweging lijkt dus een omslag te hebben gemaakt. Milieuactivisten hebben de traditionele vorm van protest ingeruild voor samenwerking en het gebruik van alternatieven als de beste vorm van verzet. Willen we kunnen spreken van vooruitgang, dan is het koesteren van een cultuur waarin participatie en samenwerking hoog in het vaandel staan, van groot belang. De technologische ontwikkeling is de maat van vooruitgang. Echter, techniek kan worden gebruikt om mensen te onderdrukken en dit  geeft aan dat vooruitgang niet gelijk staat aan technologie. Als aspecten van het feodale verleden weerspiegelt worden in het heden – de mens schept machtsrelaties van dominantie en afhankelijkheid door middel van economische verdragen – dan is de mentaliteit van de mens de maatstaf van vooruitgaan.

Heliana F. Guido volgt de onderzoeksmaster Kunst en Visuele Cultuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen.



[1] ‘De geschiedenis van de Octooirichtlijn’, Platform Gentechnologie.nl (z.d.), beschikbaar via: http://www.platformgentechnologie.nl/patents/thema_patenten/patent_geschiedenis.html (geraadpleegd op 3 maart 2012).

[2] E. Kaufer, Economics of the Patent System: Harwood Fundamentals of Applied Economics (Londen 2003) 1-3.

[3] V. Shiva, Proteger o Expoliar? Los derechos de propiedad intelectual. (Barcelona 2003) 11-15. Dit boek is in een Engelse vertaling verschenen als: Patents: Myths & Reality (New Delhi 2001).

[4] Kaufer, Economics of the Patent System (Londen 2003) 1-3.

[5] Shiva, Proteger o Expoliar?, 17.

[6] Ibidem, 7.

[7] Ibidem, 10.

[8] Ibidem, 7.

[9] Idem.

[10] R. Schubert, ‘Farmings New Feudalism. Percy Schmeiser and Other Causalities of Industrial Agriculture’s Drive to own it All’, Worldwatch Magazine 18/3 (2005), beschikbaar via: http://www.worldwatch.org/node/574 (geraadpleegd op 3 maart 2012).

[11] Mededeling van de commissie aan het Europees parlement en de Raad, ‘Over de gezondheid van honingbijen’ (6 december 2010), beschikbaar via: http://ec.europa.eu/food/animal/liveanimals/bees/docs/honeybee_health_communication_nl.pdf (geraadpleegd op 3 maart 2012); Debat Europees Parlement Straatsburg, ‘De situatie in de Bijenteelt’ (23 november 2010), beschikbaar via http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+CRE+20101123+ITEM-019+DOC+XML+V0//NL (geraadpleegd op 3 maart 2012).

[12] ‘Qué es Glifosato?’, Panorama METRO (programma van spaanstalige nieuwszender) (14 september 2009), beschikbaar via: http://www.youtube.com/watch?v=9m1u2N9INsY(geraadpleegd op 3 maart 2012).

[13] ‘Verregaande GGO-besmetting in Mexico’, Noticias.nl (9 oktober 2003), beschikbaar via: http://www.noticias.nl/milieu_artikel.php?id=557 (geraadpleegd op 3 maart 2012).

[14] ‘Globalization as Genocide: ’, The Sikh Archives (3 november 2010), beschikbaar via: http://www.sikharchives.com (geraadpleegd op 3 maart 2012).

[15] J. Ranciére, ‘The Distribution of the Sensible: Politics and Aesthetics’, in: idem, The Politics of Aesthetics (Londen 2009) 7-45, aldaar 12.

[16] Beschikbaar via: http://www.vandanashiva.org/ (geraadpleegd op 3 maart 2012).

[17] Beschikbaar via: http://www.rndiy.org/ (geraadpleegd op 3 maart 2012).

One thought on “De economie van het biotechnofeodalisme en de esthetiek van het terugslaan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>