Cultureel project Europa?

Nisha Aslan, Esther van Leijsen, Ruud van der Lugt & Tim Riswick 

Ongeveer een jaar geleden werd een twaalftal studenten geselecteerd voor deelname aan de denktank European Culture, in het kader van het honoursprogramma Reflections on Science van de Nijmeegse Radboud Universiteit. Het gemêleerde gezelschap bestond uit zeven Nederlandse en vijf Hongaarse studenten, met studieachtergronden variërend van Moleculaire Levenswetenschappen tot Geschiedenis en van Informatie- tot Literatuurwetenschap. De aftrap van het onderzoeksproject vond plaats in Nijmegen tijdens de zomer van 2012 toen de denktankgenoten elkaar voor het eerst leerden kennen. De Hongaarse Europarlementariër György Schöpflin initieerde tijdens deze week het project door op onderhoudende wijze zijn visie op het bijzonder complexe en veelzijdige thema ‘Europese cultuur’ uiteen te zetten. Zodoende bood hij de leden van de groep het noodzakelijke houvast voor hun eigen verkenning van het onderwerp. In dit artikel een verslag van het pas afgeronde onderzoeksproject, met onder meer aandacht voor solidariteit en invented traditions.

Culturele crisis
Hoe kan het begrip ‘cultuur’ gedefinieerd worden? Wat bedoelen we eigenlijk met Europa? Bestaat er zoiets als ‘een Europese cultuur’? En, zo ja, waar bestaat die dan uit? In het beginstadium van het project werd onze denktank geconfronteerd met deze en aanverwante complexe vragen. Doorslaggevend voor de koers van het onderzoek werd uiteindelijk het betoog van György Schöpflin, die een nadrukkelijke relatie legde tussen enerzijds de huidige economische en politieke problemen waar Europa (de Europese Unie) op dit moment mee te kampen heeft en anderzijds wat Europa’s ‘culturele crisis’ genoemd zou kunnen worden. Deze crisis manifesteert zich volgens hem onder meer in een op vooroordelen gefundeerd Euroscepticisme, alsmede een algeheel gebrek aan solidariteit tussen de lidstaten van de Unie.

De oorspronkelijke raison d’être van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) was uitdrukkelijk politiek en economisch van aard: het zodanig vervlechten van de Europese economieën dat de kans op het ontstaan van nieuwe gewapende conflicten geminimaliseerd zou worden. Mede dankzij de recente ontwikkelingen is de EU uitgegroeid tot een omvangrijke economische en politieke actor op wereldschaal.[1] Met dit in het achterhoofd ontwikkelde zich binnen de denktank vervolgens interesse voor de vraag in hoeverre de Europese Unie inmiddels eveneens als een soort ‘sociaal-cultureel’ (beleids)project kan worden beschouwd. De mythe wil namelijk dat Jean Monnet op een zeker moment stelde dat hij cultuur een centralere positie zou hebben gegeven als hij de kans had gekregen het begin van het ‘project Europa’ over te doen.[2] Heeft deze gedachte ertoe geleid dat de eerdere marginale rol van cultuur wordt ‘gecompenseerd’ in de huidige beleidsactiviteiten van de EU? En zo ja, op welke wijze gebeurt dat? Welke initiatieven onderneemt de EU bijvoorbeeld als het gaat om domeinen als onderwijs, taal en de kunsten? En liggen hier wellicht gemiste kansen om iets van de verloren Europese solidariteit in ere te herstellen?

Culturele institutionalisering
De volgende opgave bestond uit het vinden van een geschikt begrippenkader dat voldoende toegankelijk moest zijn voor ieder lid van de denktank, gegeven hun verschillende achtergronden. Tegelijkertijd moest de focus inclusief genoeg zijn om een breed scala aan onderwerpen in de analyse op te kunnen nemen. Zo was er vanuit de groep interesse voor een variëteit aan subthema’s, waaronder othering (hoe definieert de EU zich als culturele entiteit vis-à-vis landen of continenten?), Europees kunstbeleid, maar bijvoorbeeld ook de rol vertolkt door Europese symbolen.

Op basis van deze criteria is er uiteindelijk voor gekozen om gebruik te maken van een conceptueel kader ontwikkeld door de Finse geograaf Anssi Paasi. Hij onderscheidt een viertal institutionaliseringfasen (of dimensies) binnen het ‘wordingsproces’ van administratieve territoriale entiteiten. In de eerste plaats richt hij zich op regio’s. Maar ook de ontwikkeling van institutionele territoria die zich op een hoger schaalniveau begeven, waaronder de EU, kunnen met Paasi’s begrippenkader geduid worden.

Allereerst is er de ontwikkeling van de territoriale vorm, waarmee de grenzen van de entiteit in kwestie vastgesteld worden. De tweede dimensie bestaat uit de totstandkoming van regionale instituties en hun beleidsactiviteiten. De derde fase is de ontwikkeling van een geheel aan symbolen, waaronder bijvoorbeeld ook de naam van de regio valt. In de laatste fase worden de activiteiten uit de eerdere drie fasen herhaald en gereproduceerd, om zo tot een ‘verankerde’ regio te komen, die zowel door insiders als outsiders erkend wordt.[3]

Binnen de door onze denktank uitgevoerde analyse is vervolgens, waar relevant, specifiek op zoek gegaan naar de culturele dimensies van het Europese institutionaliseringproces. Als het gaat om het territorialiseringssproces van de EU zien we dat de Europese toetredingscriteria op de eerste plaats een economisch en politiek karakter hebben. Op basis hiervan kunnen we stellen dat de EU zich nog steeds vooral als een politiek en economische entiteit beschouwt, zonder dat er sprake lijkt te zijn van een duidelijke cultureel proces van othering.[4] De EU als verenigd in culturele verscheidenheid. Toch kan met name het feit dat Turkije nog altijd geen lidstaat is, en dat op korte termijn ook niet zal worden, gezien worden als een sterke aanwijzing dat cultuur wel degelijk een criterium van betekenis is. Er lijkt dan ook een grens te zijn aan de hoeveelheid culturele diversiteit die door de EU als acceptabel wordt beschouwd.[5] Een grens die voorlopig tussen Bulgarije en Turkije ligt.

De rol van cultuur binnen het ‘wordingstraject’ van de EU komt nadrukkelijker naar voren wanneer we een blik werpen op de tweede dimensie van het institutionaliseringproces: de ontwikkeling van een institutioneel kader en de verschillende beleidsinitiatieven die daarmee gepaard gaan. Het ondersteunen van Europese stedenbanden, de aanwijzing van een Europese hoofdstad van cultuur en de uitreiking van Europese prijzen voor onder meer muziek, architectuur en literatuur zijn enkele voorbeelden van activiteiten die erop wijzen dat cultuur binnen deze fase inmiddels een centrale plaats heeft verworven. Nog veel meer middelen, ongeveer zeven miljard euro in de periode 2007-2013, worden echter besteed aan educatieve activiteiten. Wellicht is het bekendste beleidsinitiatief in dit verband ERASMUS, een in 1987 opgestart uitwisselingsprogramma voor universitaire studenten.

Opgemerkt moet worden dat de EU sterk beperkt is in wat het op cultureel gebied kan bewerkstelligen. Cultuur, en als afgeleide hiervan, onderwijs, blijft toch vooral het domein van de individuele lidstaten. Voortdurend wordt in beleids- en visiedocumenten dan ook de boodschap benadrukt die al in het Verdrag van Rome (1957), te lezen viel:

The Union shall contribute to the development of quality education by encouraging cooperation between Member States and, if necessary, by supporting and supplementing their action, while fully respecting the responsibility of the Member States for the content of teaching and the organisation of education systems and their cultural and linguistic diversity.

De derde fase van het institutionaliseringproces bestaat uit de ontwikkeling van het geheel aan ‘regionale’ symbolen. Deze zijn bedoeld om te dienen als een gedeeld ‘ervaringskader’, als de uitdrukking van gemeenschappelijke verwachtingen en tradities. De Europese Unie hanteert een viertal officiële symbolen, in de vorm van het Europese volkslied, de vlag, het Europese motto (United in Diversity) en Europa Dag (Europe Day), die samen de Europese eenheid, solidariteit, samenwerking en harmonie onder de Europese burgers moeten representeren.[6]

Ten slotte is er de voortzetting en reproductie van de hierboven kort beschreven fasen, waarbij het uiteindelijke doel is de regio als het ware te verankeren in het ‘sociale bewustzijn’ van haar inwoners. Op basis van een grootschalige enquête, in 2007 gehouden onder een representatieve selectie van inwoners van de EU, blijkt dat de EU inmiddels als een belangrijke culturele actor wordt beschouwd. Burgers van de verschillende lidstaten hechten een groot belang aan bijvoorbeeld uitwisselingsprojecten met een cultureel karakter en erkennen de EU als een partij die hierbij een belangrijke faciliterende rol zou moeten spelen. Anderzijds stellen zij ook dat Europa te divers is om te kunnen spreken van het bestaan van een duidelijk te identificeren ‘Europese cultuur’.[7] Het mag dan ook weinig verrassend zijn dat de initiatieven die meer expliciet gericht zijn op het creëren van een common sense of belonging, nog geregeld op scepsis en kritiek rekenen, niet in de laatste plaats om hun ‘artificiële’ karakter. Het lijkt er dan ook op dat de EU, als sociaal-cultureel project, nog altijd op zoek is naar de juiste balans tussen de toch enigszins gevoelige en controversiële notie van ‘eenheid’ enerzijds, en het op zichzelf enigszins holle concept van ‘diversiteit’ anderzijds. Exemplarisch is dat de Duitse president Joachim Gauck recentelijk voorstelde Engels tot de gedeelde taal van de EU te maken om zo een groter gemeenschapsgevoel te ontwikkelen, maar daarbij ook uitdrukkelijk aangaf dat deze ambitie niet zou hoeven te botsen met het streven van de EU om ook de Europese taalvariëteit verder te stimuleren.[8]

Europe Day
Vanwege de variëteit aan onderzoeksinteresses zoals die binnen de denktank te vinden was, is ervoor gekozen de nadruk binnen deze beschrijvende analyse wat meer op verkenning en breedte dan detail en diepte te leggen. Helaas was het hierdoor niet mogelijk om aandacht te besteden aan de geschiedenis van alle dimensies van het Europese culturele institutionaliseringsproces. Om het onderzoek toch ook van een wat meer concreet karakter te voorzien, is er gezocht naar een aanbeveling voor hoe het culturele beleid van de EU mogelijkerwijs verbeterd kan worden. Hierbij is uiteindelijk gekozen om Europe Day als case-study onder de loep te nemen. Deze dag is op dit moment een relatief onbekend Europees symbool, dat in het teken staat van het vieren van vrede en eenheid binnen de EU. In essentie is ons voorstel om deze invented tradition een veel explicietere culturele dimensie te geven dan nu het geval is. Hierbij dient, in lijn met het huidige culturele institutionaliseringsproces, de Europese culturele diversiteit volledig gerespecteerd te worden, maar wordt tevens een aantal gemene delers niet over het hoofd gezien.

In praktijk behelst ons voorstel dat er op Europe Day verschillende evenementen georganiseerd worden in een groot aantal Europese steden, evenementen die het motto van de EU weerspiegelen: Europa als United in Diversity. De activiteiten zouden daarom ook een reflectie moeten zijn van datgene wat Europese lidstaten op cultureel gebied gemeen hebben, en wat ze van elkaar onderscheidt. Daarbij zouden de activiteiten niet enkel aantrekkelijk en toegankelijk moeten zijn voor Europese burgers van alle leeftijden en achtergronden, maar ook voor niet-Europeanen. Een eerste concrete suggestie omvat de organisatie van een beurs in deelnemende steden, met bijvoorbeeld een open markt waarin alle landen hun nationale keuken presenteren, en waarbij concerten en andere culturele shows worden georganiseerd. Andere initiatieven kunnen lokale en nationale sporten centraal stellen, als een soort immaterieel cultureel erfgoed en een manier om mensen met elkaar te verbinden. Ook zou informatievoorziening een belangrijke rol moeten spelen, door bijvoorbeeld debatten te organiseren over de toekomst van de EU en door musea die elementen van Europese geschiedenis en cultuur vertonen gratis (of tegen gereduceerd tarief) toegankelijk te maken. Universiteiten en kerken kunnen een bijdrage leveren door lezingen te organiseren. Ten slotte zou, om het belang van culturele diversiteit tot uitdrukking te brengen, een internationale wedstrijd plaats kunnen vinden, in de vorm van een soort ‘Culturele Olympische Spelen’ of wellicht door een soort ‘Spel zonder Grenzen’ nieuw leven in te blazen.

Concluderend zijn wij als denktank van mening dat initiatieven als Europe Day tot op heden onbenutte kansen bieden een groter wederzijds cultureel bewustzijn en begrip te creëren tussen de inwoners van de verschillende Europese lidstaten. Dit kan beschouwd worden als een essentiële stap in het incrementele proces gericht op het oplossen van de huidige ‘culturele crisis’, die onder meer gekenmerkt wordt door vooroordelen en een gebrek aan solidariteit.

Uiteraard is ook Europe Day niet meer dan een invented tradition, een weldoordacht product van het Europese beleidsapparatus. Toch heeft de geschiedenis uitgewezen dat ook tekentafeltradities, mits zij de tijd krijgen om zich te ontwikkelen en gemeengoed te worden, wel degelijk een positief verschil kunnen maken als het gaat om het creëren van wederzijds vertrouwen en solidariteit. En waarom zou dark horse Europe Day niet deze rol voor Europa op zich kunnen nemen?

De auteurs van dit artikel zijn allen lid van de denktank European Culture, welke onderdeel is van het Raboud Honours Academy programma Reflections on Science. Nisha Aslan (1987) volgt de master Conflicts, Territories & Identities. Esther van Leijsen (1989) volgt de onderzoeksmaster Cognitive Neuroscience. Ruud van der Lugt (1988) volgt de master Urban & Cultural Geography. Tim Riswick (1989) volgt de onderzoeksmaster Historische Wetenschappen.

 


[1] J. Hermans, Uitgerekend Europa. Geschiedenis van de Europese integratie (Amsterdam 2000).

[2] M. Sassatelli, ‘The European Cities of Culture. Europeanization and cultural policy’, European Societies 10 (2008) 225-245.

[3] A. Paasi, ‘Deconstructing regions: Notes on the scales of spatial life’, Environment and Planning A  23 (1991) 239-256.

[4] Criteria voor toetreding bij de EU, zoals beschreven door de Europese Commissie, beschikbaar via: http://ec.europa.eu/enlargement/policy/glossary/terms/accession-criteria_en.htm (geraadpleegd op 11 april 2013).

[5] S. Akçomak. ‘Opinion: Differences between the EU and Turkey greatly exaggerated’ (2008). Beschikbaar via: http://www.merit.unu.edu/archive/docs/hl/200610_200610_akcomak.
pdf  (geraadpleegd op 11 april 2013).

[6] J. Fornäs, Signifying Europe (Bristol 2012) 76-85.

[7] European Commission, ‘European Cultural Values’, Special Eurobarometer 278 (Brussels 2007).

[8] K. Connolly, ‘German president: make English the language of the EU’, The Guardian (22 februari 2013), beschikbaar via: http://www.guardian.co.uk/world/2013/feb/22/german-president-pleads-britain-stay-eu (geraadpleegd op 11 april 2013).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>